Drie gezichten van de VPRO

Je kunt er ook echt iets van leren, van de televisie. Bijvoorbeeld dit, dat het profiel van een zomerband alleen voor waterafvoer dient, „bij een winterband komen daar nog wintereigenschappen bij”. Vertelde iemand die onder meer ‘opsnijder’ was, en dat betekent niet opschepper maar profielen-in-autobanden-snijder. In het programma Garage, van nota bene de VPRO. Zonder de typerende melige grappen maar met een vrouwelijke monteur, Nathalie, die van wanten weet, en rare wedstrijden, zoals: wie kan het snelst met behulp van een klein handkrikje en een kruissleutel de vier wielen onder zijn auto verwisselen? (Er werd natuurlijk gezegd: „de banden verwisselen”, maar dat mocht niet van Nathalie die bijna vermoeid zuchtte: „wielen, Eric”. Eric is de presentator met tatoeages en een eigen spraakgebruik: de motor „ligt in de auto”, een band „ligt onder de auto”. „Dat weet iedereen.”) Verder hebben we kennisgemaakt met een autoclub van liefhebbers van de Peugeot GTI. Gevraagd naar het ultieme clubgevoel antwoordde een van de leden: „Met z’n allen gezamenlijk samen zijn.”

Een merkwaardig programma, maar toch op een vreemde manier wel leuk. Leuker eigenlijk dan Radio Bergeijk op televisie. Radio Bergeijk is een geniaal idioot radioprogramma, zo melig en expres klungelig (zeg maar ‘typisch VPRO’) dat je soms aan je stuur hangt van het lachen als je het in de auto hoort. Herinner me een onvergetelijke uitzending met een boze Surinaamse die beledigd was omdat een meneer in haar restaurant niet van de zeer speciale soep had genoten. Net snot, had-ie het gevonden. „Nou wíj beschouwen het als een delicatesse hoor,” zei ze hooghartig met zware Surinaamse tongval, een zinnetje dat een tegenvallend gerecht goed op smaak weet te brengen, zo is in de praktijk gebleken. Maar goed, nu is radio Bergeijk op de televisie en dan is dat klungelige gauw te veel, gauw te expres leuk – geeft televisie meer nadruk of gewicht aan de dingen dan radio? Om te beginnen was het nog wel aardig, met een melige, mislukte reportage en een interview met een man die kleurplaten op wilde sturen naar Afghanistan om kinderen van gevangen gezette prostituees een beetje kleur in hun leventjes te brengen „maar alléén voor kinderen van prostituees, want eerlijk gezegd, meneer Spoorenberg, je kunt wel aan de gang blijven”, en die nu woedend was over de wijze waarop sommige kinderen de kleurplaten hadden gemeend te moeten inkleuren, met blauwe koeien en paarse zonnestralen: ,,Dan denk ik Sharon, Sharon, Sharon, waar ben jij mee bézig.” Daarna liep het uit de hand. Een enorme scheldpartij en ook nog poep die over iemand werd uitgesmeerd – gedoe dat driejarigen heel grappig vinden.

En nu we het toch over de VPRO hebben, die omroep liet ook weer haar andere kant zien, de geëngageerde, documentaire kant, in Tegenlicht, waarin een schitterende reportage over Chinese meisjes die in de spijkerbroekenfabriek van Li Feng werken, soms wel 17 uur per dag, met strakke slaapgezichtjes en voor een hongerloontje. Een van hen, de 14-jarige Jasmine, fantaseert over wie die broeken nu zouden kopen. Leeftijdsgenoten waarschijnlijk. Ze bedenkt een brief aan zo’n kind uit een totaal andere wereld en als kijker zie je ineens zo’n rijke westerse veertienjarige voor je, die van haar zakgeld een supergoedkope spijkerbroek kan kopen, terwijl Jasmine de hele maand, zeven dagen per week, altijd minstens 12 uur per dag werkt voor 35 euro waarvan ze zoveel mogelijk naar huis stuurt. Wat doen we als we krankzinnig goedkope kleren kopen? Niets goeds, dat is wel duidelijk.

Discussieer over deze column op www.nrc.nl/ogen