‘De tijd van praten is voorbij’

Directeur Peter Goedvolk van Argos Oil is blij met het Rotterdamse Klimaatplan. Maar hij mist in de praktijk lef en dadendrang als het gaat om schone brandstof.

In 2025 een halvering van de eigen CO2-uitstoot, met daarbij een cruciale rol voor innovatieve bedrijven op de Tweede Maasvlakte. De handtekening van biobrandstofondernemer Peter Goedvolk had onder het afgelopen donderdag gepresenteerde Rotterdamse Klimaatplan kunnen staan.

Goedvolk, directeur van het Rotterdamse bedrijf Argos Oil, werd begin dit jaar in de Rotterdamse haven onderscheiden voor zijn pioniersrol op het gebied van alternatieve brandstoffen. Directeur Hans Smits van het Havenbedrijf prees hem bij die gelegenheid als een voorbeeld voor zijn collega’s in Europa’s grootste haven. „Van zulke types zouden we er meer moeten hebben.”

Zelf richtte de 49-jarige ondernemer zijn pijlen die avond op de overheid. Het milieu en de alternatieve brandstoffen mogen inmiddels hoog op de politieke agenda staan, op daden blijft het vooralsnog wachten, hield hij zijn gehoor voor in zijn dankwoord.

„Duurzaamheid is een populaire term. Maar slechts weinigen, en zeker in de politiek niet, durven er handen en voeten aan te geven”, zegt Goedvolk op zijn kantoor in Rotterdam. „Ik mis durf.”

Wellicht dat het Rotterdam Climate Initiative, dat deze week wordt gepresenteerd op Clintons klimaatcongres in New York, iets ten goede zal veranderen, hoopt Goedvolk. „Burgemeester Opstelten kennende zal hij er alles aan doen om zijn invloed te doen gelden. Dat is nodig ook, al is het maar om Brussel in beweging te krijgen. Daar zal men zo langzamerhand toch ook wel begrijpen dat de tijd van praten voorbij is? Zeker met die CO2-afvang en -opslag maak je van een probleem een mogelijkheid.”

Oud-minister van Financiën Zalm (VVD) weigerde de voorbije jaren de accijns op biobrandstof op te heffen. Bio-ethanol blijft tot op heden een luxeproduct in vergelijking met gewone benzine. In Rotterdam exploiteert Argos de enige bio-ethanolpomp van Nederland.

Het hindert Goedvolk niet dat ook de grote oliemaatschappijen een afwachtende houding aannemen als het gaat om biobrandstof. „De grote partijen in de oliewereld hebben andere prioriteiten. Dat stelt mij in staat een voorsprong te nemen.” Goedvolk is trots op zijn bedrijf met 250 medewerkers en een miljard omzet. Zijn kennis van de oliebranche deed hij op bij het Franse Total. „Ik ging zelf de klanten af met stookolie. Naar boeren, tuinders en kleine transportbedrijven in de Hoeksche Waard. Met het geld dat ik daarmee verdiende, kocht ik bedrijven op van branchegenoten. ”

In Vlaardingen kocht hij het bedrijf Argos Oil. Het ligt vlak bij de haven, het domein van de grote multinationals in de oliesector, die alleen al in Rotterdam jaarlijks honderd miljoen ton olie overslaan.

Hij zocht, met succes, de niche van de oliemarkt op. Begin deze maand nam hij BK-GAS, Nederlands marktleider in autogas en jaarlijks goed voor een productie van 200 miljoen liter, over van Shell. Met die overname hoopt Goedvolk vooral te kunnen uitbreiden in Duitsland en België met zijn andere (bio)brandstoffen en smeermiddelen.

Heilig is de biobrandstof niet voor de bedrijfsvoering van Argos Oil. „We doen het, omdat we onze klanten een zo’n breed mogelijk assortiment willen aanbieden, en omdat we willen inspelen op de toekomst. Maar zoals nu, met een dalende olieprijs, loont biobrandstof amper de moeite, zo eerlijk moet ik zijn. En als het structureel centen gaat kosten, komt er een moment dat wij moeten zeggen: laat maar zitten. Ik kan uit zakelijk perspectief een heel eind meedenken met de politiek en het milieu, maar ergens ligt de grens.”

Bovendien kleeft aan biobrandstoffen een nadeel: het gaat volgens critici ten koste van de voedselproductie. Ook leidt een grotere vraag naar gewassen als soja, palmolie en suikerriet – de grondstoffen van biodiesel en -ethanol – tot een ongewenste uitbreiding van het landbouwareaal ten koste van de natuur.

Goedvolk, bedachtzaam: „We bevinden ons nu in een overgangsfase, waarbij de publieke opinie een belangrijke rol speelt. Maar om nu de biobrandstoffen al af te schieten wegens eventuele ongewenste effecten gaat me te ver. Ik zie de huidige discussie als een uitdaging, als een vertrekpunt naar een nieuwe manier van energiebeheer.”