Concurrentie in de zorg blijft nog uit

De polissen van zorgverzekeraars verschillen inhoudelijk en in prijs nauwelijks van elkaar. Van marktwerking in de zorg is na anderhalf jaar nog weinig terechtgekomen.

Dat concludeert de Nederlandse zorgautoriteit (NZa) in een rapport dat zij binnenkort publiceert. Het nieuwe zorgstelsel, dat in 2006 is ingevoerd, moet de concurrentie tussen verzekeraars en tussen zorginstellingen bevorderen om de zorg efficiënter te maken. Uit de polissen blijkt volgens de NZa dat verzekeraars nog met vrijwel alle zorginstellingen contracten hebben. De bedoeling was dat ze alleen met de betere, niet al te dure instellingen overeenkomsten zouden sluiten.

De verzekeraars vergoeden ook bijna alle behandelingen, zelfs als die worden uitgevoerd in instellingen waarmee ze geen contract hebben omdat die instellingen niet goed genoeg zouden zijn. In zo’n geval krijgt de patiënt toch nog minstens 80 procent van de kosten vergoed.

De NZa, die toeziet op de uitvoering van zorgwetten, wil dat verzekeraars voorkeuren voor zorginstellingen uitspreken. Verzekeraars doen dat tot nu toe bijna niet, omdat ze bang zijn klanten te verliezen. Verzekeraars die in het afgelopen anderhalf jaar ziekenhuizen níét hadden gecontracteerd, besloten dat na negatieve publiciteit alsnog te doen. Ook is er een tekort aan bepaalde medisch specialisten, zoals neurologen, orthopeden en oogheelkundigen, waardoor er voor verzekeraars niets te kiezen valt. Bovendien weten verzekeraars vaak helemaal niet hoe goed ziekenhuizen of verpleeghuizen zijn.

Uit onderzoek van de NZa blijkt dat verzekeraars nu geen rol spelen als patiënten kiezen voor een medisch specialist. Patiënten volgen meestal het advies van hun huisarts of ze gaan naar een ziekenhuis in de buurt.

Als verzekeraars wel selectief contracten afsluiten, weten klanten nog niet voor welke polissen ze moeten kiezen, aldus de NZa. Verzekeraars verkopen aan het eind van het jaar namelijk eerst hun polissen. Pas daarna sluiten ze contracten met zorginstellingen. De toezichthouder vindt dat dat moet veranderen. Verzekeraars moeten hun klanten vooraf beter informeren over de inhoud van de polissen. Zo moet er voortaan duidelijker in staan hoe hoog de vergoeding is als patiënten door een arts worden behandeld met wie hun verzekeraar geen contract heeft.

Zorgverzekeraars hoeven volgens de NZa die behandelingen niet te vergoeden, als de patiënten daarover vooraf maar duidelijk worden geïnformeerd. De Zorgverzekeringswet is op dit punt niet duidelijk, erkent de toezichthouder, waardoor verzekeraars niet wisten hoe hoog die vergoedingen moesten zijn.

De NZa adviseert verzekeraars samen te werken met partijen die de patiënt vertrouwt, zoals huisartsen en consumentenorganisaties. Verzekeraar Menzis bijvoorbeeld zet een keten op van huisartsenpraktijken. Menzis hoopt dat patiënten minder snel naar het ziekenhuis gaan.

polissen: pagina 3