Bos wil dat meer geld EU naar arme lidstaten gaat

Er moet meer geld naar de armere listaten in de Europese Unie en minder geld naar de „ongeclausuleerde inkomenssteun” van Europese boeren. Dat heeft minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) zaterdag gezegd op het ‘Europafestival’ van de PvdA in het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam.

De helft van het geld voor het zogenoemde structuurbeleid, dat is bedoeld om de welvaartsverschillen tussen de EU-landen te verkleinen, gaat nu nog naar de ‘oude’ vijftien lidstaten. Met de toetreding van de twaalf overwegend Oost-Europese lidstaten moet dit volgens PvdA-partijleider Bos anders. Bos: „Dit kun je geen solidariteit noemen. Bij een nieuw structuurbeleid moeten de middelen geconcentreerd worden waar ze nodig zijn: de armste lidstaten van de Unie.”

Ook moet het landbouwbeleid van de Unie volgens hem ingrijpend worden gewijzigd. Landbouw- en natuursubsidies tezamen staan nu jaarlijks voor zo’n vijftig miljard euro op de Europese begroting. Een groot deel daarvan gaat naar inkomenssteun voor boeren. „Het beleid moet meer dan voorheen gericht zijn op maatschappelijke waarden als milieu en landschapsbeheer en minder op ongeclausuleerde inkomenssteun”, aldus Bos.

Het Europafestival was georganiseerd door PvdA-Europarlementariërs om van Europa, naar eigen zeggen, ‘weer een sociaal-democratisch project te maken’. „Het is tijd dat wij sociaal-democraten het Europese project terugpakken”, zei Europarlementariër Max van den Berg.

Dat ‘terugpakken’ moet dan vooral gebeuren van de Socialistische Partij. Zo’n 60 procent van de PvdA-stemmers heeft in 2005 ‘nee’ tegen de Europese Grondwet gezegd, maar zou tegelijkertijd niet onwelwillend tegenover Europa staan. Van den Berg: „Wij moeten het simpele ‘EU-nee’ van de SP veroordelen en daar iets tegenoverstellen. Voor de PvdA valt daar nog een wereld te winnen.”