Arabieren, bevrijdt u van band met militairen

De Arabische wereld is het laatste niet-democratische deel van de wereld. Een van de oorzaken hiervan is de directe greep van de militaire sector op instellingen in de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke takken van de overheid. De rol van de krijgsmacht in het openbare leven is sedert het begin van de twintigste eeuw, kort na de opkomst van de eerste moderne, onafhankelijke landen in de regio, altijd een beslissende factor geweest in het staatswezen van het Midden-Oosten. De laatste jaren is de toestand in een aantal landen verslechterd doordat diverse militaire instanties – strijdkrachten, inlichtingendiensten, politie en binnenlandse veiligheidsdiensten – een grotere, meer publieke rol zijn gaan spelen in de besluitvorming.

Turkije is een zeldzaam voorbeeld van hoe de civiel-militaire betrekkingen zich in de loop van de tijd – en grotendeels op vreedzame wijze – zo kunnen ontwikkelen dat de burgerlijke politici meer zeggenschap verwerven over de krijgsmacht. Dat proces is nog gaande: na twee stappen vooruit volgt een stap achteruit of soms een pas op de plaats, als afspiegeling van het enerzijds subtiele en anderzijds ruwe karakter van deze krachtmeting, die gedurende een groot deel van de vorige eeuw haar stempel heeft gedrukt op de regio.

Met genoegen heb ik deze week een paar dagen in Istanbul doorgebracht op een bijeenkomst van internationale investeerders en financieel analisten. Hun positieve kijk op vele profijtelijke investeringen in Turkije leek niet te lijden onder de spectaculaire confrontatie die buiten de vergaderzaal – op straat, voor de rechter en in het parlement – plaatsvond tussen de regerende Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) en de door de krijgsmacht gesteunde, merendeels seculiere oppositie.

In de loop van de geschiedenis hebben de Turkse strijdkrachten regeringen ten val gebracht, parlementen ontbonden, nauw samengewerkt met zittende regeringen die hun goedkeuring konden wegdragen, en zijn ze ook in belangrijke mate tot overeenstemming gekomen met de gematigd-islamistische AKP-regering, nadat ze haar islamistische voorgangers tot aftreden en opheffing gedwongen hadden. Tijdens de gestage toenadering van het land tot de Europese Unie heeft de gekozen, burgerlijke, gevestigde politieke orde heel geleidelijk het vermogen van de krijgsmacht om zich met de politiek te bemoeien aangetast.

De krijgsmacht en vele bondgenoten in seculiere politieke kringen zijn in verzet gekomen tegen de machtsconcentratie door de AKP en hebben vorige maand politieke maatregelen genomen om te voorkomen dat de AKP-kandidaat president werd. De komende maanden zal duidelijk worden wat de politieke uitslag van deze krachtmeting wordt, tot afgunst van de Arabische landen waar zoiets in de nabije toekomst nauwelijks denkbaar is.

In de Arabische wereld zijn de betrekkingen tussen de krijgsmacht en de burgerlijke politieke klasse niet zo dynamisch. Er wordt ook niet zoveel over gesproken in het openbaar – dat is de reden waarom de publieke sector in onze Arabische landen doorgaans zo inefficiënt is en aan de leiband van de krijgsmacht loopt. De betrekkingen tussen de krijgsmacht en de burgerpolitici zijn in de Arabische wereld veelsoortig, en de feitelijke machtsconfiguraties weerspiegelen een breed scala aan factoren zoals koloniale achtergronden, postkoloniale ontwikkelingen, stamverbanden, aard en omvang van koninklijke families, de bemoeizucht van vreemde mogendheden, en de binnenlandse balans van natuurlijke rijkdommen en andere activa.

Militaire veiligheidsdiensten opereren grotendeels buiten het gezichtsveld van civiele regeringen – noch hun budget noch hun activiteiten staan onder serieus toezicht of hoeven te worden verantwoord. Veel Arabische veiligheidsinstanties opereren fatsoenlijk, terughoudend en efficiënt; andere zijn afgegleden naar criminaliteit, middelmaat en corruptie. De meeste militaire veiligheidsdiensten in de Arabische wereld beschouwen zich als hoeders van de staat, de regering, de openbare orde en de nationale ideologie – alles bij elkaar. Het is dan ook niet ongewoon dat veiligheidsdiensten, terwijl ze jagen op terroristen en kleinere criminelen, tevens toezicht houden op de benoeming van hoogleraren en dagbladredacteuren.

De band tussen het Arabische overheidsbestuur en de militaire veiligheidssector moet geleidelijk aan worden losgemaakt en ten slotte helemaal verbroken. De veiligheidsdiensten moeten de gelegenheid krijgen om hun belangrijke taken op het gebied van defensie, inlichtingenwerk en en politie te vervullen, terwijl door de bevolking gekozen civiele politici het nationale beleid en de ideologie bepalen.

Een van de weinige voordelen van het feit dat wij de laatste autocratische regio ter wereld zijn, is dat wij kunnen leren van de weg naar democratisering van onze voorgangers. Een belangrijk uitgangspunt voor een vreedzaam verloop van die reis is dat burgers en overheidsinstellingen het debat aangaan over de precieze aard van de militair-civiele betrekkingen in onze landen.

Rami G. Khouri is directeur van het Issam Fares Institute van de American University of Beirut en verbonden aan de in Beiroet verschijnende ‘Daily Star’.

©Rami G. Khouri / Agence Global