Afscheid van een raket ‘om de deur in te trappen’

Tot ongenoegen van de Neder- landse krijgsmacht ziet minister Van Middelkoop af van de koop van strategische raketten voor de lange afstand. Over de voor- en de nadelen van een laagvliegend kruisvluchtwapen.

Het besluit van minister Van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) om geen Tomahawk kruisvluchtwapens aan te schaffen is een domper voor de krijgsmacht in het algemeen en de Koninklijke Marine in het bijzonder. De conventionele raketten, waarvan er dertig op de vier Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF) zouden komen, speelden een belangrijke rol in toekomstige conflictscenario’s. Middelkoops voorganger Kamp (VVD) voerde in het vorige kabinet een lange politieke strijd om de raketten voor de lange afstand te kopen. Wie over dit strategische wapen beschikt, kan deelnemen aan de voorbereidende fase van conflicten, meende Kamp, zoals in Afghanistan in 2001 en in Irak in 2003.

Toch hebben Tomahawks, althans volgens de krijgsmacht, ook een puur militair bestaansrecht. Dit soort laagvliegende raketten, niet te verwarren met de nucleair bewapende kruisraketten die in de jaren tachtig verzet opriepen, worden vooral gebruikt om ‘de deur in te trappen’. Met grote precisie kunnen ze bijvoorbeeld commandocentra, knooppunten van de luchtverdediging, of andere strategische doelen vernietigen. Na deze eerste klap, ligt de weg open voor een lucht- en grondoffensief.

Naast deze strategische inzet ‘hoog in het geweldsspectrum’, zoals het in jargon heet, bestond ook een tactische reden voor de aanschaf. De conflictscenario’s waarin Nederlandse troepen in de toekomst een rol zullen spelen, zijn ongewis. Hun deelname aan de snelle reactiemacht van de NAVO, de NATO Response Force, maakt bijvoorbeeld dat ze binnen een paar dagen overal ter wereld moeten kunnen opdraven.

Luchtsteun van bijvoorbeeld Apache-gevechtshelikopters en F-16 jachtbommenwerpers, waarop de Nederlandse en andere NAVO-militairen in Afghanistan leunen, is daarbij allesbehalve gegarandeerd. Het inrichten van vliegvelden voor deze toestellen op het grondgebied van bevriende staten, zoals in het geval van Afghanistan in Kirgizië, is een onzekere factor.

Het bereik van de Tomahawks – 1.500 kilometer – maakt het wapen tot het enige wapensysteem in de militaire gereedschapskist die het gemis aan luchtsteun, in elk geval deels, kan goedmaken. De Tomahawks hebben daartoe een lading van een halve ton springstof, en kunnen bovendien uren boven een gebied cirkelen tot zich een doel aandient.

Toch was de aanschaf van de kruisvluchtwapens ook controversieel - en niet alleen door de publieke perceptie dat het hier toch om een kernwapen ging. De invloed die de dertig stuks Nederland in de Amerikaanse hoofdkwartieren zou geven, zou bijvoorbeeld wel eens tegen kunnen vallen. De aanwezigheid aan de tafel met stafkaarten betekent immers niet automatisch dat er ook naar je wordt geluisterd.

Een andere controversieel punt was de kwestie of Nederland niet volledig afhankelijk zou zijn van Amerikaanse satellieten en ander hoogwaardig technologische systemen waarop de VS een monopolie hebben. Dat werd door Kamp en de krijgsmacht niet gezien als een probleem, aangezien een scenario waarin Nederland eigenmachtig, buiten een coalitie, zou optreden, als onwaarschijnlijk werd beschouwd. Alleen een conflict met Venezuela om de Nederlandse Antillen zou eventueel de inzet van Tomahawks zonder Amerikaanse hulp vergen.

En bovendien: deze Tomahawks kunnen ook zonder de Amerikaanse high-tech systemen hun weg naar het doel vinden, zij het iets minder nauwkeurig.

Binnen de NAVO beschikken op dit moment alleen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië over kruisvluchtwapens. Spanje denkt er over na, Frankrijk ontwikkelt een eigen raket, de Scalp.