Zinloos schone tuitvaas bloeide kort en weelderig

Gestapelde bloemenhouder, ca. 1697 (Foto Gemeentemuseum) Gemeentemuseum

Tentoonstelling: Vazen met tuiten; 300 jaar pronkstukken. Gemeentemuseum Den Haag. T/m 29/7. Catalogus. (uitg. Waanders): € 39,95. Inl.: 070-3381111 of www.gemeentemuseum.nl.

Mary II Stuart, koningin van Engeland (1662-1694) , zou zich verbaasd hebben uitgelaten over het feit dat ze een land regeerde, terwijl ze daar nooit voor had doorgeleerd. Op andere terreinen voelde ze zich zekerder: bijbelstudie, borduren, schrijven, schilderen en de zorg voor haar bloemen en tuin. Toen ze in 1677 trouwde met de Hollandse stadhouder Willem III, kon ze vooral die laatste activiteit uitleven omdat ze terecht kwam in een land waar bloemen hartstochtelijk werden verzameld en verhandeld. Mary wenste elke week twee of drie verse boeketten in haar vertrekken. In alle seizoenen.

Hoe ze die bloemen presenteerde, is niet precies gedocumenteerd. Maar aan het hof van Willem en Mary kwam een heel specifiek soort bloemenhouder tot ontwikkeling die omstreeks 1700 in Holland heel populair is geweest: de Delftse tuitvaas. Onder de mooie titel ‘Vazen met tuiten’, toont een expositie in het Haagse Gemeentemuseum ruim honderd van zulke bloemenhouders uit de zeventiende en achttiende eeuw, aangevuld met enkele voorlopers uit Perzië, Italië en Frankrijk, en een paar moderne exemplaren.

In alle soorten en maten zijn deze porseleinen vazen, met gaatjes en tuitjes om snijbloemen in te steken, voorhanden: van vrij eenvoudige kom- en ronde vormen met tuitjes in het deksel, tot ingewikkeldere waaiervormen met een of meer rijen tuiten. Het spectaculairst zijn piramidevormige bloemenhouders. Soms zijn ze uit een stuk gemodelleerd, maar vaak ook zijn het slanke, tot zo’n twee meter hoge bouwsels uit een groot aantal losse onderdelen. Ze zijn meestal voorzien van een vierkant of zeshoekig voetstuk, waarop een hele reeks van soms meer dan tien, telkens kleinere schaaltjes is gestapeld. Elk segment, met op elk van de hoeken een tuit, fungeert als deksel op het vorige. Hoe exotisch deze vormen ook aandoen – soms ook voorzien van quasi-Chinese decoraties – het zijn echte Hollandse producten, afkomstig van de porseleinfabrieken in Delft.

De indrukwekkende piramidevazen hebben een kortstondige bloeitijd doorgemaakt aan het hof van Willem en Mary. Zo bewaart de Royal Collection in Londen twee sets van twee prachtige piramidevazen die in opdracht van Queen Mary zijn gemaakt. Het ene paar is voorzien van de wapens van haarzelf en haar man, het andere is beschilderd met borstbeelden van Willem. Zozeer waren dergelijke vazen verbonden met het mecenaat van Willem en Mary, dat hun populariteit snel afnam na afloop van hun regeerperiode. Kennelijk kwamen achttiende-eeuwse Hollanders ook tot het inzicht dat de exuberante torens en piramides – volgens de dichter Jacob Cats kwalijke symbolen van zinloze, uiterlijke schoonheid – eigenlijk niet pasten bij een deugdzame levensstijl.

De vergetelheid waarin tuitvazen zouden vervallen, wordt mooi geïllustreerd door een gestapelde bloemenhouder uit een Engelse privé-collectie. De vier delen waaruit die bestaat zijn in de loop der tijd her en der in het landhuis verspreid geraakt; pas in de jaren 1960 beseften de eigenaars dat de delen bij elkaar hoorden.

Merkwaardig genoeg bestaan er geen afbeeldingen van gevulde tuitvazen. Hoewel een reconstructie van de toenmalige smaak uitwijst dat ze steeds met gemengde boeketten – anders dan vaak wordt aangenomen dus niet alleen met tulpen – gevuld moeten zijn geweest, wordt niet duidelijk hoe een geheel opgetuigde bloemenhouder er uit moet hebben gezien. Deze mooie expositie laat dus toch eigenlijk maar de helft zien van de pracht der vazen met tuiten.