Zelfs brandje kan Massa niet stoppen

Voor eigen publiek stelde de Spaanse titelhouder in de Formule 1 teleur, een Braziliaan won en een Brit schreef geschiedenis.

Alles had de Spaanse Formule 1-coureur Fernando Alonso er voor over om in eigen land voor 140.700 toeterende fans de Grote Prijs van Spanje te winnen, de vierde race van het seizoen en de eerste op Europese bodem. In de kwalificaties was hij net drie honderdsten van een seconde trager dan Felipe Massa, dus moest Alonso zijn Mercedes op de tweede startplaats parkeren, achter de Ferrari van de Braziliaan.

In de heuvels van Montmelo, bij Barcelona, is het moeilijk inhalen, weet Alonso als geen ander. Dus probeerde de tweevoudig wereldkampioen zijn kans te grijpen in de allereerste bocht. Hij vertrok snel, ging buitenom, maar Massa bleef hem een fractie voor. De wagens raakten elkaar, maar bleven zo goed als intact. Massa behield de leiding, Alonso kwam na zijn gokje in het grind terecht en stuurde zijn wagen in vierde positie de baan op, achter zijn teamgenoot Lewis Hamilton en de Ferrari van Kimi Raikkonen.

De beslissing in de race viel in de eerste seconden. Massa reed weg van de achtervolgers en bouwde een kloof van twintig seconden op. Zelfs een brandje bij zijn eerste pitstop kon hem niet stoppen. Hamilton bleef probleemloos tweede. Als in de race met maar liefst acht afvallers ook niet Raikkonen een van de slachtoffers was geweest (elektronische problemen) had Alonso in eigen land wellicht niet eens het podium gehaald.

De druiven waren zuur, achteraf. Alonso probeerde de schuld nog in de schoenen van Massa te schuiven. „Ik dacht echt dat ik sneller was dan Felipe. Hij nam een risico. In 99 procent van de gevallen waren we samen van de baan gegaan en was onze race daar geëindigd. Ik wist meteen dat het zo goed als onmogelijk zou worden om te winnen. Als je hier naar de vierde plek terugvalt, is het een race lang achtervolgen. Uiteraard ben ik ontgoocheld. Ik had graag gewonnen voor eigen publiek.”

Massa: „Ik zat in de binnenbocht. Dus als iemand roekeloos deed, was het Fernando wel. Maar volgens mij was er niets aan de hand. Ik was wel verbaasd dat ik zo makkelijk van de rest kon wegrijden. Dat bewijst dat onze auto nu de snelste is. Jammer van de pech van Kimi, anders hadden we ook weer een goede zaak gedaan in de WK-stand bij de constructeurs.”

Massa glunderde na zijn tweede zege op rij, waardoor hij weer volop meedoet voor de titel. Mogelijk nog blijer was Hamilton. De pas 22-jarige Brit, de eerste zwarte coureur in de Formule 1, neemt door zijn derde tweede plaats op rij de leiding in het wereldkampioenschap. „Ik beleef echt mijn grote droom, dit had ik niet verwacht toen ik als debutant aan het seizoen begon. Ik ben er zelf verbaasd over. Ik sta aan de leiding na vier races. Daar ga ik eens flink van genieten. En dan hard werken om over twee weken in Monaco weer even goed of nog beter te doen.”

Of hij nu een volwaardig kandidaat is om in zijn eerste seizoen al de titel te behalen? „Dat zullen we zien bij de laatste race. Ik kan nu niet gelukkiger zijn. Maar ik zal na mijn ups ook nog wel downs kennen, vrees ik”, klonk het nuchteruit de mond van de coureur die ook zei dat hij liever de race had gewonnen dan geschiedenis had geschreven als jongste aanvoerder in de strijd om de wereldtitel.

Alonso maakt zich naar eigen zeggen geen zorgen over de titelpretenties van de jonge Brit. „Hij is mijn teamgenoot, dus ik vind het fijn dat hij goed presteert. En hij is zeker een kandidaat voor de titel, dat bewees hij al in zijn eerste race. Ik maak me meer zorgen over Felipe en Kimi. Zij zijn ook kandidaat, en hun wagen is op dit moment misschien ietsje sneller.”

In het achterveld slaagden beide Spykers er opnieuw in de race uit te rijden. De Duitser Adrian Sutil werd dertiende, Christijan Albers veertiende. De Nederlander was tevreden over zijn start, maar baalde toen hij een straf kreeg en door de pitstraat moest rijden omdat hij een snellere auto niet voorbij had laten. „Maar we finishen en in het begin ging ik goed mee met Adrian en de rest. Nu moeten we werken om de kloof met de andere teams te verkleinen.”

Hamilton: pagina 15