Twee keer nee is geen ja

Ruim 2,8 miljoen Nederlanders hebben zich laten registreren als potentiële donor. Dat lijkt heel wat, maar het is niet genoeg. Dat blijkt uit de lengte van de wachtlijsten van mensen die wachten op een nier-, lever-, hart- of pancreastransplantatie. Verreweg de meeste vraag is er naar nieren. Deze maand staan daarvoor 1.049 patiënten op de wachtlijst. Vorig jaar konden 384 nieren worden getransplanteerd dankzij 200 postmortale donoren. De gemiddelde wachttijd bedraagt 4,5 jaar; volgens de Nierstichting overlijden elk jaar bijna tweehonderd mensen, omdat ze te lang hebben moeten wachten.

Het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg, Nivel, maakte vorige week bekend dat de bereidheid afneemt om een orgaan voor donatie af te staan. Een kwart van de Nederlanders zou bij een verplicht registratiesysteem nee zeggen, tegen 13 procent drie jaar geleden. In 2004 zou 40 procent van de nabestaanden toestemming geven als ze niet wisten hoe de overledene zelf over donatie dacht; dat is gedaald naar 30 procent.

Zonder iets af te doen aan de nood die wordt weerspiegeld in de omvang van de wachtlijsten, passen bij deze cijfers kanttekeningen. Het onderzoek is uitgevoerd onder 1.090 Nederlanders, leden van het Consumentenpanel Gezondheidszorg. Het vergelijkbare onderzoek in 2004 had plaats onder 669 leden van ditzelfde panel. Feitelijk is er de laatste jaren een stijging van het aantal registraties van potentiële donoren, van 2,3 miljoen in 2003 naar de 2,8 miljoen van nu. Ook de positieve respons onder achttienjarigen, aan wie jaarlijks wordt gevraagd of ze donor zouden willen zijn, neemt toe. Wel is het aantal feitelijke donoren gedaald van 228 in 2004 naar 200 in 2006. De vermoedelijke oorzaken zijn zowel positief, minder verkeersongelukken, als negatief: artsen raadplegen het donorregister minder vaak.

De toename van het aantal potentiële donoren toont aan dat de campagnes die de overheid de laatste jaren heeft gevoerd, niet zonder succes zijn gebleven. De afnemende bereidheid die het recente Nivel-onderzoek laat zien, geeft aan dat het niet bij voorlichting kan blijven. Vooral op initiatief van de Nierstichting is nu terecht de discussie opgelaaid of een systeem waar meer stimulansen van uitgaan, niet beter is. Een systeem dat potentiële donoren beloont met hogere plekken op wachtlijsten bijvoorbeeld. Ook is opnieuw de suggestie gedaan om, net als in sommige andere landen, het ‘actief donorregistratiesysteem’ in te voeren, zoals het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ) in 2004 heeft bepleit. Wie twee keer verzuimt een formulier in te sturen waarop hij nee zegt op de vraag of hij donor wil zijn, wordt dan geacht dat wel te zijn, zo luidde de suggestie van NIGZ. GroenLinks zal een dergelijk systeem morgen in de Tweede Kamer in mondelinge vragen aan minister Klink (Volksgezondheid, CDA) bepleiten.

Het is echter strijdig met het beschikkingsrecht van een individu over het eigen lichaam. Wie twee keer geen nee heeft gezegd, heeft daarmee nog geen ja geantwoord.