Turkije verbaast zichzelf met protest

Opnieuw demonstreerden honderdduizenden Turken gisteren voor het behoud van de seculiere Republiek. Wie protesteert en waarom?

Dit keer was het de stad Izmir die, na Ankara en Istanbul, in een zee van rode, nationale vlaggen veranderde.

Volgens de organisatoren, die behoren tot het ‘seculiere’ kamp in Turkije, kwamen gisteren anderhalf miljoen mensen naar de stad in Zuidwest-Turkije om te protesteren tegen de regering-Erdogan en vóór het behoud van het seculiere staatsbestel. De politie schatte het aantal betogers op achthonderdduizend, maar ook dat lagere aantal zou al een groot succes zijn voor de organisatoren.

Zaterdag was immers in Izmir een bom ontploft, waarbij een dode viel en veertien gewonden. Velen gingen ervan uit dat de opkomst bij de betoging daarom lager zou zijn dan eerdere keren. Maar opnieuw betuigde een leger van demonstranten zijn liefde aan de Turkse Republiek. Na de grote demonstraties in Ankara (14 april) en Istanbul (29 april) kwamen de beelden uit Izmir veel Turken al bekend voor: ontelbare rode vlaggen, slogans tegen de AK-partij van premier Erdogan die Turkije zou willen islamiseren, en ontelbare portretten van Atatürk, de vader van de Turkse Republiek.

De verbazing op de gezichten van de tv-commentatoren was er niet minder om. Na deze derde massabetoging is eigenlijk iedereen in Turkije ervan overtuigd dat zich hier een nieuw maatschappelijk verschijnsel aftekent. Turkije is geen Nederland, maar de sfeer in het land lijkt op die in Nederland tijdens de opkomst van Pim Fortuyn: iedereen beseft dat er iets serieus aan de hand is, dat er ongenoegen broeit, maar niemand weet precies hoe het te duiden.

En dus overheersen vooralsnog allerlei vragen en de theorieën. Zoals: wie demonstreren er nu eigenlijk, wie zijn die massa’s? Zoals te verwachten viel, claimt de streng-seculiere CHP-partij dat het allemaal burgers zijn die genoeg hebben van de vermeende islamiseringsdrang van premier Erdogan en die bij de verkiezingen op 22 juli CHP zullen stemmen.

Maar sociologen bestrijden dat. Volgens hen gaat het eerder om een deel van het electoraat dat zich niet meer vertegenwoordigd voelt door de politieke partijen in het Turkse parlement, ook niet die van de oppositie, en dat daarom maar zelf de straat op gaat.

En waar protesteren ze tegen? Dat ze tegen de regering van premier Erdogan zijn en geen ‘gelovige’ president willen uit die partij, is duidelijk. Maar tijdens de demonstraties eisten veel demonstranten vooral een ‘onafhankelijk’ Turkije dat een eigen koers vaart, los van de Verenigde Staten en de Europese Unie. In de demonstraties zouden veel mensen uit de middenklasse meelopen die hun stem bij de laatste verkiezingen juist aan de AK-partij hebben gegeven, in de hoop dat de islamitisch georiënteerde partij Turkije economisch vooruit zou helpen. De economie groeit inderdaad, maar zeker in de Turkse middenklasse neemt de onvrede toe. De werkloosheid blijft hoog, en ook voor studenten uit die middenklasse is het zonder ‘oom’ (die een goed woordje doet) vrijwel onmogelijk een goede baan te vinden.

In Izmir bleek dat zelfs een aanslag – waarvan onduidelijk is of hij verband houdt met de mars, er wordt ook gedacht aan radicale Koerden – de mensen niet van de straat hield. Turkije is in beweging, maar waarom en waarheen, dat is een stuk minder duidelijk.