Staat moet ingrijpen bij drama ABN Amro

Het drama ABN Amro kan de Nederlandse bankwereld, ja de gehele economie beschadigen. Ingrijpen is nodig. En anders moet het personeel de deal kapot staken, vindt B.M.S. van Praag.

Na een eerste fase van nationale verbazing en stilzwijgen beginnen we ons te realiseren dat we het drama van ABN Amro niet meer kunnen afdoen als de zoveelste bedrijfsovername, waarbij internationale beleggers onze kroonjuwelen opkopen, waarna we weer over kunnen gaan tot de orde van de dag. Er is meer aan de hand: de casus ABN Amro nodigt uit tot een overdenking van onze maatschappelijke orde. Wat zijn de diverse belangen die een rol spelen?

In de eerste plaats zijn er de aandeelhouders, een amorfe en anonieme massa van internationale, institutionele en individuele beleggers, die geen enkel langetermijnbelang hebben bij het wel en wee van De Bank. Hun aandelenbezit is liquide en zij kunnen hun ABN Amro-aandelen op elk moment inruilen voor aandelen Unilever of Philips.

In de tweede plaats zijn er de werknemers van ABN Amro, meer dan 100.000 over de gehele wereld, van wie ongeveer 22.000 in Nederland. In de zin van de financiële boekhouding hebben zij geen financieel kapitaal geïnvesteerd in de onderneming. In de ruimere zin hebben zij natuurlijk een grote investering gedaan in de vorm van hun human capital. Zij hebben zich gespecialiseerd op hun werk voor ABN Amro en hun investering daarin, in de vorm van interne en externe netwerken, kennis en ervaring. Veel van hun binnen ABN Amro opgebouwde human capital is voor andere bedrijven vrijwel waardeloos en zij kunnen dit dan ook niet meenemen. Deze werknemers als kapitaalverschaffers lopen dus ook – en vaak zelfs veel meer – risico dan de verschaffers van financieel kapitaal, wanneer er wat misgaat met het bedrijf.

Maar er is meer. Een bank is niet zomaar een bedrijf als elk ander. De activiteiten van een bank berusten geheel en al op het vertrouwen dat cliënten in die bank stellen. Kunnen zij hun geld terugkrijgen als ze het terug willen hebben? Wanneer er een gevoel ontstaat dat dat wel eens niet het geval zou kunnen zijn, dan is die bank geen lang leven meer beschoren. Geen enkele bank overleeft een ‘run op de bank’. En zo’n bank is ook geen geschikte partner meer als zakenbank, kredietverstrekker, etc. Niet alleen het feit dat bij een – overigens volstrekt onrepresentatieve – webenquête van deze krant de helft van de respondenten twijfel uitspreekt of ze wil blijven bankieren bij ABN Amro, maar ook het simpele feit dat NRC Handelsblad zo’n enquêtevraag op zijn website zet, geeft aan dat het vertrouwen in de bank als bank gaat verminderen.

Dat is niet in het belang van ABN Amro en haar aandeelhouders, maar dat is eigenlijk vers twee. Deze zaak doet afbreuk aan het imago van het Nederlandse bankwezen in zijn totaliteit en, als dit doorziekt, aan het imago van het Nederlandse bedrijfsleven en de Nederlandse economie als geheel.

Het is al vroeg in de geschiedenis erkend dat het bankwezen geen zuiver privébedrijf kan zijn, maar dat staatstoezicht en eventueel staatsingrijpen en staatsgaranties noodzakelijk zijn, omdat een goed functionerend bankwezen essentieel is voor de geldcirculatie, de waarde van het geld en het functioneren van de reële economie.

Dit is dan ook het kader waarbinnen banken in alle beschaafde landen functioneren. Enerzijds impliceert het een aantal beperkingen voor hun doen en laten, maar anderzijds is dat kader ook in hun eigen belang. Dit geldt ook voor de aandeelhouders. Ongetwijfeld beïnvloedt deze controle de koersvorming, en op korte termijn zal die minder uitbundig kunnen zijn, want ‘niet alles mag’, maar structureel profiteren ook zij van dat staatstoezicht, waarzonder het moderne bankwezen niet kan functioneren.

Een laatste aspect is de structuur van de financiële markten. Nu zijn er nog vier grote spelers op de markt, namelijk ABN Amro, ING, Rabobank en Fortis. Wanneer ABN Amro de facto zou uitvallen, blijven er nog maar drie over. Is dat wel voldoende om een gezonde concurrentie te kunnen waarborgen, niet alleen in Amsterdam maar ook in Alkmaar of Deventer?

Ik hoop hiermee te hebben aangegeven dat er naast de aandeelhouders nog twee partijen zijn die het recht, nee de plicht hebben een actieve rol te spelen in het nu lopende proces. Dat is in de eerste plaats de staat als hoeder van het algemeen belang, dat wil zeggen de minister van Financiën en De Nederlandsche Bank. In de tweede plaats hebben de werknemers een legitiem belang.

Natuurlijk dient de overheid zo min mogelijk te dreigen met interveniëren in het normale marktgebeuren, maar als daar duidelijk ongelukken gebeuren, dan is er wel degelijk grond voor ingrijpen. De activistische aandeelhouders zal dat niet goed uitkomen. Ze zullen wel moord en brand schreeuwen over aantasting van hun rechten en suggereren dat daarmee de positie van Nederlandse beursgenoteerde bedrijven en de geloofwaardigheid van financiële markten worden aangetast. De waarheid is echter dat zij altijd geweten hebben, ja hebben moeten weten dat de minister zijn toestemming moet geven of nadere eisen kan stellen. Dat is nu eenmaal de hypotheek die op bankaandelen ligt. Het lijkt mij dat de minister nu het sein moet geven wat niet kan en wel kan, gegeven de belangen van de Nederlandse economie.

Een tweede partij die (nu nog) een sterke machtspositie heeft, zijn de werknemers. Zij vertegenwoordigen, zoals ook mijn collega Kleinknecht vorige week opmerkte, het werkelijke kapitaal van de bank. De huidige situatie werkt natuurlijk demotiverend voor de werknemers en dit zal hun productiviteit negatief beïnvloeden. Gevoegd bij de imagoschade die de bestuurders de bank zo bekwaam toebrengen, kan dit nergens anders toe leiden dan dat de koers en daarmee de aantrekkelijkheid van ABN Amro als prooi zal afbrokkelen. Wanneer daar een stakingsdreiging bij komt en mensen die weg kunnen gaan, ook weglopen, dan is de misère compleet. Dan zou heronderhandeling van de deal zeer waarschijnlijk worden.

Het lijkt mij dat, wanneer de daartoe aangewezen bestuurders zo verder gaan, de minister en eventueel vanuit een eigen verantwoordelijkheid handelende vakbonden het initiatief naar zich toe moeten trekken.

Prof.dr. B.M.S. van Praag is econoom en universiteitsprofessor aan de Universiteit van Amsterdam.