Slecht beleid interesseert Kamer kennelijk niet

Vijf jaar geleden is een ingrijpende wijziging in de opzet van de rijksbegroting in gang gezet onder de codenaam ‘VBTB’. Een lelijke afkorting voor lelijk beleidsjargon: ‘van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording’. Het komt erop neer dat departementen in hun jaarlijkse begrotingen helder aangeven wat ze met het beleid willen bereiken en wat het mag kosten. En vervolgens dat ze in een jaarlijkse verantwoording aangeven of de beleidsdoelen zijn bereikt en of het heeft gekost wat ervoor is uitgetrokken. Dus ieder jaar twee belangrijke begrotingsdocumenten.

Met Prinsjesdag, de derde dinsdag in september, de plannen. En op de derde woensdag in mei de verantwoording over het voorafgaande jaar. Het klinkt logisch en dat is het ook.

Ook zou het logisch moeten zijn dat de Tweede Kamer veel waarde hecht aan een jaarlijks debat over die beleidsverantwoording. Het zou een feest moeten zijn voor de oppositie. In een goed jaarverslag, voorzien van kritisch commentaar door de Algemene Rekenkamer, wordt naast de ‘heldendaden’ van het kabinet immers ook het tekortschieten van het beleid in kaart gebracht.

Niet alleen het oordeel achteraf is van belang. Het jaarverslag en het debat daarover zouden ook tot bijstelling van de lopende begroting kunnen leiden of tot invloed op de begroting voor het nieuwe jaar. Zo zouden de verantwoordingsdebatten voor de Tweede Kamer zelfs interessanter en belangrijker kunnen en moeten zijn dan het jaarlijkse ritueel rond Prinsjesdag. In september is er immers niet veel meer te veranderen. Alles is voorgekookt. Maar in mei kun je beargumenteerd een minister opdragen bij het opstellen van de begroting zijn plannen aan te passen.

Het is echter allemaal anders gelopen. De nieuwe opzet van de begroting en het jaarverslag is toch meer een boekhoudkundige exercitie gebleken, dan een hulpmiddel om adequaat te kunnen beoordelen wat er van de beleidsvoornemens is terechtgekomen.

De Rekenkamer heeft in zijn commentaar bij de jaarverslagen meer aandacht voor de rechtmatigheid van het beleid, dan voor de doelmatigheid. En dat draagt ook niet bij aan een levendig debat in de Kamer. De media waren aanvankelijk zeer positief over deze noviteit, maar laten het bij gebrek aan perspectief op politiek vuurwerk bijna allemaal afweten. (NRC Handelsblad is een goede uitzondering.)

De hoofdverantwoordelijke voor het missen van deze kans is de Kamer zelf. Want dat de jaarverslagen meer boekhoudkundige verantwoording verschaffen dan beleidsmatige, hoeft de Kamer niet te accepteren. Dat er te veel met kengetallen en prestatie-indicatoren wordt gegoocheld in plaats van echt verantwoording afgelegd, kun je de ambtenaren nauwelijks verwijten, maar wel de Kamer. Zij wordt immers geacht politiek te maken van de aangereikte informatie. Als dat met de aangeboden informatie onvoldoende kan, dan moet de Kamer ervoor zorgen dat er betere verantwoordingsinformatie komt.

Maar niets van dit al. Een paar jaar geleden vonden enkele fractievoorzitters het belangrijker om folders uit te delen aan kiezers, dan een debat te houden over het gevoerde beleid. In de meeste fracties is het uitvlooien van de jaarverslagen corvee en het woordvoerderschap bij de begrotingsbehandeling een eer. Het omgekeerde zou het geval moeten zijn.

Volkskrant-journalist Frank Kalshoven trok een paar jaar geleden een aantal politiek interessante conclusies uit het jaarverslag van het ministerie van Economische Zaken. Hij had gewoon zijn huiswerk goed gedaan, maar in de Kamer werd er niets meer van vernomen. Mondelinge en schriftelijke Kamervragen, algemene overlegjes en spoeddebatjes zijn populair onder Kamerleden. Maar het enigszins gestructureerd en systematisch toetsen van de uitkomsten van beleid in relatie tot de beleidsvoornemens wil maar niet in de parlementaire genen belanden.

De Kamer zou kunnen besluiten de ‘verantwoordingsdag’ maar weer af te schaffen, maar dan zou zij een treurig brevet van onvermogen afgeven. Beter is een commissie van gezaghebbende Kamerleden te laten onderzoeken waarom de verantwoordingscyclus nog altijd niet gebracht heeft wat ervan verwacht werd. En hoe er wel een succes van te maken is.

Alvast enkele aanbevelingen:

Draag de departementen op de jaarverslagen minder boekhoudkundig en meer beleidsmatig op te stellen.

Vraag minder cijfers, kengetallen en prestatie-indicatoren, en meer beleidsmatig en politiek te interpreteren verantwoording.

Geef de verantwoording een hogere prioriteit in de fractie.

En bovenal: doe het huiswerk beter.

Jan van Zijl is voorzitter van de Raad voor Werk en Inkomen. Als Kamerlid (PvdA) was hij een van de initiatiefnemers van ‘de derde woensdag in mei’.

Morgen spreekt Jan van Zijl op het nieuwscollege van NRC Handelsblad en de Universiteit Leiden, dat gewijd is aan ‘verantwoordingsdag’. Plaats: Lange Houtstraat 5, Den Haag. 17.00 uur.