‘Meer geld naar minder kunstenaars’

Een aantal prominente fonds-en museumdirecteuren levert flinke kritiek op het huidige subsidiestelsel. Bij de beoordeling van kunstenaars gaat kwantiteit boven kwaliteit. Harde keuzes worden niet gemaakt.

Dit schrijven tal van sleutelfiguren uit de Nederlandse kunstwereld in de essaybundel Second Opinion, die vanmiddag is gepresenteerd. De roep om verandering komt onder meer van de twee grootste kunstfondsen van Nederland: het Fonds voor Beeldende Kunst Vormgeving en Bouwkunst (BKVB) en de Mondriaan Stichting. „De onvrede is er al jaren”, zegt Gitta Luiten van de Mondriaan Stichting. „Door die nu te boek te stellen willen we aanhaken bij de discussie die de Raad voor Cultuur voert.”

De belangrijkste kritiek is dat het beschikbare geld over te veel kunstenaars en te veel instellingen wordt uitgesmeerd. „Al heel lang wordt eenzijdig de productie door kunstenaars gefinancierd. Dat leidt tot gelijke armoede voor iedereen”, zegt Lex ter Braak, directeur van het Fonds BKVB. Volgens Luiten leidt dit tot middelmatigheid: „Als je zo veel mensen subsidieert, zijn dat niet alleen de excellente kunstenaars.”

Wie welke subsidie krijgt wordt nu bepaald in tal van beoordelingscommissies. „Doordat de commissieleden dit in anonimiteit doen, voelen zij niet de noodzaak om scherp te kiezen”, zegt Luiten. Ter Braak signaleert nog een ander probleem: „Er zijn in Nederland heel veel kunstcommissies, van Appelscha tot Middelburg. Bij toerbeurt oordeelt de ene helft van de kunstwereld over de andere.”

Het gevolg daarvan is dat de kunstwereld zichzelf in beslotenheid beoordeelt. „Zonder debat met de buitenwereld. Het is niet verbazingwekkend dat de buitenwereld haar belangstelling voor de kunst begint te verliezen”, zegt Ter Braak: „En het interne debat wordt verlamd doordat de beoordelaars zich geremd voelen dingen hardop te zeggen; je komt elkaar in Nederland altijd tegen.”

Bij de toekenning van subsidies moet harder en publiekelijk gekozen worden. Ter Braak pleit voor de toevoeging van intendanten die op hun keuzes kunnen worden aangesproken. Luijten ziet meer in een grotere rol van curatoren. Hoe dan ook gaat er dan meer geld naar de instellingen. Dat moet ook, vindt directeur Pijbes van de Kunsthal: „Laten we de instellingen die het goed doen extra belonen; dan komt het met de kunstenaars ook goed.”