Lucebert als inspirator voor een nieuwe wijk

Het Tolhuistuinfestival gaf dit weekend een voorzet voor een nieuw cultuurpark aan de noordelijke IJ-Oever van Amsterdam.

De geest van Lucebert zweefde dit weekend over de IJ-oever van Amsterdam-Noord. Kunstenaars van uiteenlopende disciplines lieten zich voor het Tolhuistuinfestival inspireren door de vrijzinnige dichter en schilder. Het festival diende als voorproefje voor wat er vanaf 2008 wellicht met de Tolhuistuin gaat gebeuren. Dan verhuist de Shell, de huidige eigenaar van de Tolhuistuin, naar een nieuw complex even ten noordwesten van het terrein en krijgen de tuin en de gebouwen een nieuwe, culturele bestemming. Samen met het nieuwe Filmmuseum dient dit gebied als culturele trekpleister voor de toekomstige stadswijk Overhoeks. De beslissing over wie het terrein mag gaan gebruiken valt volgende maand. Stichting Cultuur aan ‘t IJ, die het festival organiseerde, zit bij de laatste drie kanshebbers.

Lucebert fungeerde niet alleen als schutspatroon voor het festival, maar ook als symbool voor wat de Stichting met de Tolhuistuin wil. ‘Kunstenaarsvrijheid’, ‘autonomie’ en ‘laboratorium’ waren daarom, geheel in de geest van de dichter, de trefwoorden in de discussies, met onder andere door hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de UvA Thomas Vaessens en de schrijvers Dirk van Weelden en David van Reybrouck.

Toch leek het ergens ook erg ironisch dat juist Lucebert, die altijd pleitte voor de onafhankelijkheid van kunst, als boegbeeld fungeerde voor een cultuurgebied dat door projectontwikkelaars wordt ingezet om hun appartementen interessant te maken.

Tony Swaanswijk-Koek, de weduwe van Lucebert, kwam speciaal naar Amsterdam om het festival bij te wonen, en in het bijzonder om de opvoering van het oratorium Troost de hysterische robot te horen. Lucebert schreef de gedichten van het oratorium achttien jaar geleden, maar ze werden nooit op muziek gezet. Componist Jacob Veldhuis zou daar destijds voor zorgen, maar kwam nooit verder dan enkele aria’s. „Hij vond het te somber,” aldus Swaanswijk-Koek.

Het Amerikaanse muzikantenechtpaar David Dramm (gitaar) en Anne La Berge (fluit en elctronica) had dus een wereldpremière in handen. De dichters Anneke Brassinga, Hans Groenewegen, Rozalie Hirs, Liesbeth Langemaat, Tonnus Oosterhoff en Samual Vriezen droegen de gedichten voor, die volgens de regels van het oratorium zijn opgedeeld in afzonderlijke personages en een koor. Vooral de koorpassages brachten het oratorium tot leven. Gelijktijdig gefluisterde en geproclameerde regels veroorzaakten samen een Phil Spector-achtige wall of sound, ondersteund door de ongrijpbare klanken van de door effectapparatuur gemangelde fluit van Anne La Berge.

Hoogtepunt was het door Dramm ritmisch en uitbundig voorgedragen Lied van de hysterische robot. Dramm bewees pas echt hoeveel muziek er in Luceberts gedichten zit: Hond hij blaffen / man hij blaffen / vrouw zij blaffen // bijten allen // grragh grragh grragh.

Ook de Zaanse band De Kift zette speciaal voor het festival gedichten van Lucebert op muziek. Voorman Ferry Heyne ploegde naar eigen zeggen Luceberts gehele Verzamelde Gedichten door om uiteindelijk drie gedichten over te houden. Mooi was zijn vertolking van Record, waarvan de regel ‘gewond door een hondsdolle melodie’, het liedje perfect samenvat.

Lucebert inspireert dus nog steeds. Ondanks de veranderde verhoudingen in de kunstwereld, maakt dat hem een uitstekende beschermheilige van een nieuw te bouwen cultuurgebied.