Loslopend wild voor pedofielen

In de Cambodjaanse hoofdstad leven zeker 5.000 kinderen op straat.

De achtjarige Tra verkoopt boeken, over twee jaar is hij een prooi voor pedofielen.

Een Cambodjaanse scholier loopt in de hoofdstad Phnom Penh langs een van de duizenden zwerfkinderen, die op straat moeten leven en proberen geld te verdienen. Foto AFP A Cambodian student on his way to school walks past a young scavenger in down town Phnom Penh, 09 September 2005. Hundreds of under privileged children scavenge through the streets of the city to earn livelihood for their families. According to a report about one in three people are still impoverished after nearly three decades of war that devastated Cambodia. AFP PHOTO/ TANG CHHIN SOTHY AFP

De subtiliteit schiet er soms bij in. Zo is er langs de boulevard aan de grote rivier van Phnom Penh een aardige winkel waar dingetjes verkocht worden om zwerfkinderen te helpen. De Global Child School heet het project, maar een beetje moe geworden van het verkeerde publiek heeft het personeel er nu een bord opgehangen: ’No sex tourists’.

In de toeristenfolders zie je ook waarschuwingen: een foto van een grote blanke man gearmd met een klein meisje en de tekst: ‘Seks met kinderen is een misdaad.’

Cambodja is een land van zwerfkinderen. Hoewel het daarin niet uniek is, heeft een bijzondere cocktail van omstandigheden het land op de voorgrond geplaatst. Er is grote armoede, een aantal jaren moorddadigheid van het Rode Khmer-regime heeft families ontwricht, door de economische groei lokt de grote stad en er is alom corruptie.

Acht jaar is Tra en hij begint je als je naast hem gaat zitten prompt te aaien en kruipt onder je arm door op zoek naar omarming. Een onschuldig ventje nog, dat voor het gezin de kost verdient met de verkoop van oude boeken en door te bedelen langs de toeristenstraten van Phnom Penh. Tra heeft in zekere zin geluk, want hij heeft zijn ouders nog met wie hij op straat leeft. We ontmoeten hem in de hal van een opvangcentrum, waar hij nu een paar ochtenden per week opduikt. Een hulporganisatie, Friends International, heeft hier een school ingericht voor kinderen tussen twee en twintig, en als het lukt om Tra binnen te loodsen, dan zouden ze hem kunnen leren lezen, schrijven en wie weet daarna een vak leren.

Het probleem is: Tra heeft weinig tijd en hij verdient voor zijn vader, moeder en twee zusjes goed geld. Zo’n 200 dollar per maand en dat is zeker zes keer zoveel als zijn vader zou kunnen verdienen als hij werk had – en dat heeft hij niet. Wat Tra niet weet, is dat hij op zijn beurt over een jaar of twee weer een probleem heeft, want dan is hij zijn onschuldige koppie kwijt, haalt hij geen geld meer op van vertederde toeristen en kan hij gaan stelen of wordt hij loslopend wild voor pedofielen.

Er zijn in Phnom Penh zeker 5.000 straatkinderen en als je de definitie wat ruimer neemt en kinderen als Tra meetelt, dan kunnen het er ook wel 20.000 zijn. Sébastien Marot schrok er tien jaar geleden zo van dat deze Franse backpacker sindsdien er is gebleven en nu een organisatie met honderden medewerkers leidt, primair actief in Cambodja, maar nu ook in andere landen in Zuidoost-Azië.

Kinderen van het platteland worden verkocht aan mensenhandelaren, die ze in de stad aan het werk zetten. Soms doen de ouders het zelf, vaak worden ze simpelweg ontvoerd en krijgen de ouders als troost later nog een kleine vergoeding. Dat een meisje van twaalf seks heeft, is enerzijds voor de dader een strafbaar feit; anderzijds, in een land waar uithuwelijken op het dorp soms niet veel ouder gebeurt, ook weer niet zo totaal absurd als het op het eerste gezicht lijkt. Een drama wordt het niettemin zeker – met geweld, uitbuiting, ontheemding en onderweg vaak ook nog hiv.

Ruim 800 zwerfkinderen zitten in dit opvangcentrum in het hartje van het oude Phnom Penh. Ze leren lezen en kunnen zich verder specialiseren als bijvoorbeeld monteur, elektricien, naaister of schoonheidsspecialiste.

Voor zwerfkinderen is de gevaarlijke leeftijd tussen twaalf en zestien. „Je ziet,” zegt de Australische vrijwilligster Kerri Manika, „vooral meisjes met rozen lopen om die aan mannen te verkopen in allerlei dubieuze bars. Eenderde van die meisjes verdwijnt volgens onze waarnemingen voor hun zestiende in de prostitutie.”

Sampoa niet. Ze is al 21 en belandde als veertienjarig kind al eens na enige zwerfmaanden in dit centrum. Ja, bloemen heeft ze ook aan de man gebracht, maar net op tijd is ze weer naar haar dorp teruggekeerd met wat geld. Thuis was iedereen voorlopig tevreden. Totdat de kostwinner van het gezin uit beeld verdween.

Nu zit ze hier weer, maar dat komt omdat ze bij haar in het dorp een textielfabriek hebben geopend. Daar wil ze gaan werken, maar dat kan alleen als je al kunt naaien. Opleiden doet de fabriek niet, daar beginnen ze niet aan, want getraind personeel is er zo al genoeg. En naaien leert ze nu hier, tot ze ook ingewikkelde patronen onder de knie heeft. Over een maand denkt ze zover te zijn.

Even buiten Phnom Penh filmde de Amerikaanse zender NBC twee jaar geleden een hele wijk met kinderen vanaf acht jaar die werden aangeboden. President Bush sprak er schande van, de Amerikaanse immigratiedienst zet veroordeelde pedofielen nu met naam en toenaam op een website (www.ice.gov).

Zo op het eerste gezicht lijkt de wijk Svay Pak nu geschoond, maar aldus Sébastien Marot van Friends, „die schijn bedriegt, want het gebeurt daar nu heimelijk en overal in de stad zelf duiken de kinderen nu op”.

Zijn nieuwste wapen: berijders van tuktuks. Hij traint ze, ze krijgen een blauw shirt met de tekst Child Safe, ze geven hun ogen de kost en bellen bij onraad een hotline. Het helpt een beetje, zegt Sébastien Marot. „En bovendien,” zo vertelt een van hen, „ik heb met dit shirt 30 procent meer omzet. Ook dankzij toeristen.”

Lees meer over de organisatie van Marot op: www.friends-international.org