Licht op donkere geschiedenis

Lichtbundels markeren vanavond het verwoeste stadshart van Rotterdam. De stad herdenkt 14 mei 1940. „Wie deze stad wil begrijpen, ontkomt niet aan het bombardement.”

Rotterdam toen, Rotterdam nu. Boven het zicht op het Witte Huis aan de oude haven, onder de Aert van Nesstraat met links de oude Stadsschouwburg. De oude foto’s komen uit het onlangs verschenen fotoboek Rotterdam 1907/2007, een gezamenlijke uitgave van de uitgeverijen Duo Duo en Hannaboek. (Foto’s modern Rotterdam Roel Rozenburg)
Rotterdam Brandgrens 1907-2007 Aert van Nesstraat
Rozenburg, Roel

En iedereen maar denken dat hij formeel een motie heeft ingediend om de Rotterdamse brandgrens te laten markeren. Maar dat is een misverstand, zegt Manuel Kneepkens. „Ik heb ooit vragen gesteld en tot mijn stomme verbazing ging het college vrijwel onmiddellijk akkoord”, lacht de voormalige voorman van de inmiddels opgedoekte Stadspartij. „Ze waren mijn gedram kennelijk zat.”

Jarenlang drong Kneepkens aan op markering van de bijna twaalf kilometer lange grens van het gebied dat na het Duitse bombardement van 14 mei 1940 in vlammen opging. „Om mensen bewust te maken van de geschiedenis van deze stad zonder hart en zonder logicaen de jeugd te attenderen op het feit dat oorlog sneller gemaakt is dan vrede”, zegt de 65-jarige dichter en kunstenaar, die zelf werd geboren in Heerlen. Vanavond werpt Rotterdam met de verlichting van de brandgrens letterlijk het licht op de eigen donkere geschiedenis.

Amper twaalf minuten duurde het bombardement, waarbij 97.000 kilo brisantbommen neerdaalden op de havenstad. Een laffe luchtaanval, zo oordelen veel, merendeels oudere Rotterdammers nog altijd. Aangewakkerd door een krachtige wind trok kort daarop een verzengende vlammenzee een spoor van vernieling door de stad, waar de Duitsers eerder die dag, in het pand aan de Statenweg 147, een ultimatum overhandigden: ‘Geef u over, of uw stad wordt vernietigd’. Het gevolg van de bommen- en vuurzee: ruim 800 doden, 24.000 verwoeste panden, 80.000 daklozen.

Behalve een herinnering aan Rotterdams verleden toont de brandgrens vooral de scheiding tussen oud en nieuw, die op veel plaatsen zichtbaar is in de binnenstad. Nog tijdens de oorlog werd op voorspraak van invloedrijke havenbaronnen en industriëlen besloten dat het nieuw te verrijzen Rotterdam geen reconstructie van de vooroorlogse stad zou worden, maar een moderne, nieuwe stad naar Amerikaans voorbeeld. Zes gebouwen overleefden de vernieuwingsdrang: het stadhuis, het postkantoor, een warenhuis en een hotel – alle gelegen aan de Coolsingel – en het Witte Huis en de Sint Laurenskerk.

Kneepkens heeft zo zijn eigen verklaring voor het gegeven dat Rotterdam het eigen verleden zo wilde wegpoetsen. „Het was de mythologie van Rotterdam waar die club van Van Nelle-directeur Van der Leeuw zich door liet leiden: wij zijn doeners, wij zijn geen slachtoffers. Als iemand zich later toch zou beklagen over al die fantasieloze nieuwbouw, hadden ze een populair argument paraat: het was te danken aan de moffen.”

Het vaststellen van de exacte loop van de brandgrens bleek geen eenvoudige opgave. Tientallen kaarten raadpleegde de gemeente. Van belang bleken verder het Wederopbouwplan van de toenmalige stadsarchitect Willem Gerrit Witteveen en het Basisplan Heropbouw Binnenstad Rotterdam uit 1946 van diens opvolger Cornelis van Traa. Een aparte vermelding kreeg het Noordereiland. Dit stadsdeel werd ook in mei 1940 verwoest, maar niet door Duitse bommen. Het was al in vijandelijke handen, en de daar gelegerde Duitse troepen lagen onder vuur van Nederlandse mariniers en geallieerden. Dat leidde tot de verwoesting van de bebouwing op de oost- en westzijde van het eiland.

Historicus Sjaak van der Velden, verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam, juicht de markering van de brandgrens toe. „Wie deze stad wil begrijpen, ontkomt niet aan het bombardement”, zegt de geboren Rotterdammer. „Het aanlichten van de grens is daartoe het best denkbare visuele hulpmiddel. Alleen zou ik graag zien dat het niet bij deze ene actie blijft. De brandgrens verdient een permanente, duidelijk herkenbare aanduiding.” De nu gehanteerde koperen noppen en plaquettes op gebouwen vindt hij niet toereikend. Van der Velden lijkt op zijn wenken te worden bediend. Vanmiddag zou de gemeente bekendmaken welke van vier genomineerde architecten de brandgrens blijvend in beeld mag brengen.