Had ik maar de oren van Cornald Maas

Vanwege de verhoogde nieuwswaarde had ik zaterdagavond het Eurovisie Songfestival aangezet, en ik luisterde naar het commentaar van Cornald Maas.

Dat is me een kwek, zeg.

Hij praat nog nét niet door de liedjes heen, maar niet zo gauw is er eentje afgelopen, of z’n ratel begint weer, want al die kennis wil eruit. Dat het ene zangeresje eigenlijk een man is, het andere lesbisch ofschoon wel getrouwd, dat de Moldaviër nog niet uit de kast durft te komen omdat het daar erger is dan in Polen, dat Henk Krol ook al bezig is met de organisatie van een protestmars, dat het percenage travestieten bij de solisten in vergelijking met 2006 met 12 procent is gedaald, maar dat het bij de achtergrondzangers juist met 67 procent is gestegen, en dat we vooral moeten letten op de muzikaliteit van de Duitse inzending.

Cornald houdt net zo ontzettend veel van liedjes als Pim Fortuyn van z’n hondjes. Daarom heb je ook steeds het gevoel dat hij er zo af en toe tussendoor moét komen om ons te attenderen op iets speciaals, zoals Wim Kan in een bekende conference dwars door Beethoven heen bleef roepen: „Hoor, daar heb je de bekende passages weer!”

Ik probeer al mijn aandacht te besteden aan de muzikaliteit van de Duitse inzending. Helaas, al na zes maten schuif ik de volumetoets op m’n handbediener naar bijna nul.

Had ik maar de oren van Cornald Maas.

Cornald Maas hoort op een noot na het verschil tussen lelijk, niet onaardig, bijna mooi en prachtig, en ik hoor vierentwintig nummers lang alleen maar teringherrie.

Zou hij het me kunnen leren?

Dat moet in theorie natuurlijk mogelijk zijn. Henk van Os leert ons ook al jarenlang het verschil begrijpen tussen een echte Velázquez en eentje die je ziet afgebeeld op de deksel van een koektrommel, of tussen de zonnebloemen uit het museum en een bos die prachtig is nagebreid. Kan Cornald Maas van Gerard Dielessen niet een wekelijk programma krijgt waarin hij telkens bijvoorbeeld een aria uit Die Zauberflöte of een oude schlager van Udo Jürgens vergelijkt met On Top of the World zoals gezongen door Edsilia Rombley?

Edsilia had ik gemist. Vorige week, toen ze opging voor een finaleplaats, was het festival nog niet nieuwswaardig, dus hoefde ik godzijdank niet te kijken. Pas toen ze was afgevallen, ging het gerucht dat ze als typische West-Europese zangeres het slachtoffer was geworden van een Oost-Europees complot. Wel heb ik in herhalingen haar reactie nog een paar keer gehoord. Ze zei: „Zwaar k.t, natuurlijk.”

Daarna hoorde ik ook hoe de directeur van de Nederlandse Omroep Stichting haar was bijgevallen. Gerard Dielessen zei: „Zwaar kl.ten, natuurlijk.”

Dat zie je vaak als mensen zo intens met elkaar omgaan als in artiestenkringen: dat zich dan haast vanzelf een gemeenschappelijk soort spraakgebruik ontwikkelt.

In de eerste dagen na het vreselijk affront leek het erop dat de directeur van de Nederlandse Omroep Stichting het hard zou spelen, en niet alleen van toekomstige Nederlandse deelname aan het festival zou afzien, maar uit protest meteen ook de uitzending uit Helsinki zou boycotten.

Maar hij had blijkbaar niks vervangends van drie uur op de plank liggen.

En intussen heeft hij misschien moeten toegeven dat Edsilia onder alle Noord-Zuid-West- en Oost-Europese omstandigheden kansloos was geweest.

Om de stemming terug te krijgen, kwekte Cornald Maas de geslaagde inzendingen dus aan elkaar alsof hij eigenlijk zowel de Salzburger Festspiele als het Concours Reine Elisabeth mocht verslaan.

Aan weinig dingen heb ik zo’n hekel als aan het lasterpraatje dat je homoseksueel moet zijn om te dwepen met zoiets ontzettend ordinairs als het songfestival.

Jan Blokker

Lees alle columns van Jan Blokker op nrc.nl/Blokker