Groepsgewijs

De groep rukt nog steeds op in de toeristenindustrie. Wat ik op dit gebied de afgelopen weken in Praag en Wenen heb gezien, overtrof al mijn ervaringen in andere wereldsteden. Vroeger was het uitzondering. Je zag hier en daar een groepje onder leiding van een gids tussen loslopende toeristen opduiken, maar nu is het andersom: de individuele toerist loopt verloren rond tussen de groepen. Als zwermen spreeuwen die plotseling neerstrijken in een boom, trekken de groepen van de ene naar de andere bezienswaardigheid. Ze nemen royaal trottoirs, pleinen en musea in beslag.

Aan het hoofd staat de onvermijdelijke gids, vaak enigszins verwaaide vrouwen van omstreeks de veertig, die met een hoog boven het hoofd geheven paraplu of stok de kudde in haar spoor dwingt. Kennelijk blijft het risico van afdwalen groot, want ik zag ook al groepen – uit Italië – waarvan de deelnemers allen waren uitgerust met een rode pet. Dat is nog eens een merkwaardig gezicht: mensen van middelbare leeftijd die zich gehoorzaam door de oude stad van Praag bewegen met een soort schoolpetje op het hoofd.

Er waren zoveel groepen op de been dat het niet ongewoon was als er drie groepen achter elkaar aanliepen. Ze kwamen uit alle windstreken, ook uit Oost-Europese, waar nu ook geld is voor enige luxe.

Ik heb ooit gedacht dat het een tijdelijk verschijnsel zou zijn. Ik vergeleek de toerist met een opgroeiend kind dat aan de hand van een wijze volwassene de eerste stappen in de buitenwereld zette en daarna naar vrijheid en zelfstandigheid zou streven.

Mis! De toerist zoekt in den vreemde juist de geborgenheid van de groep, op die manier hoeft hij niet zelf in contact met de buitenwereld te treden. Alles wordt voor hem geregeld.

Als ik oud en moe ben, zie ik het mezelf ook wel doen, zeker als het om lastige reisdoelen gaat. Maar er zijn juist opvallend veel dertigers en veertigers in sommige van die reisgroepen, mensen van wie je nog de ondernemingslust zou verwachten om er zelf op uit te trekken.

De individueel rondreizende toerist begint een steeds zonderlinger type te worden. Je ziet hem hannesen met het vreemde geld, je hoort hem vertwijfeld de weg vragen aan mensen wier taal hij niet spreekt, taxichauffeurs en restaurants belazeren hem. Doodmoe en woedend belandt hij ’s avonds op zijn hotelkamer. Kolereland! Onbeschofte bevolking!

Zijn rechten zullen steeds verder worden ingeperkt. In de Stephansdom in Wenen mag de individuele toerist al niet meer in het achterste deel van de kathedraal komen. Er staan hekken opgesteld die alleen voor groepen open gaan.

Ik stond in de Domgasse en wilde een foto maken van mijn vrouw voor het Figarohaus, het huis waar Mozart de opera Figaro schreef. Het beloofde een unieke foto te worden. Mijn vrouw had haar beste glimlach geactiveerd en gooide zich met heel haar ziel en zaligheid in dit moment. Ik wilde afdrukken, maar het hoefde al niet meer. Daar verscheen een groep in mijn beeld. De gids begon omstandig aan haar uitleg.

Wachten, groep weg, glimlach terug, afdrukken, nee, nieuwe groep verschijnt, en zo ad infinitum. Misschien mogen toeristen elkaar straks alleen nog fotograferen als ze bij een groep horen.