Euthanasie blijft nodig

Voor de meeste artsen is het niet gemakkelijk zelf rechtstreeks euthanasie toe te passen op verzoek van een patiënt die ondraaglijk lijdt. Dat blijkt ook uit het feit dat behalve in Nederland en Vlaanderen nergens ter wereld rechtstreekse euthanasie door een arts wettelijk is toegestaan. Wat niet wil zeggen dat het nergens anders gebeurt. Maar daar blijft euthanasie onder de pet, en de grens met pijnbestrijding mistig. Onduidelijkheid is vaak makkelijker te aanvaarden voor artsen en nabestaanden. De moedige, Nederlandstalige eerlijkheid, waarbij euthanasie aan de medische stand wordt overgelaten, blijft uniek. Artsen horen euthanasie ook niet op commando toe te passen.

De sterke daling in vier jaar van het aantal gevallen van euthanasie, van 2,6 naar 1,7 procent van het jaarlijkse aantal sterfgevallen in Nederland, is wel logisch. Vorige week werd hierover een groot wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd. In die tussenliggende vier jaar is er een alternatief ontwikkeld waarmee artsen zwaar lijdende patiënten kunnen helpen: palliatieve sedatie. Daarmee wordt het lijden zodanig bestreden dat de patiënt zijn einde niet meer bewust meemaakt. Voor artsen is dat een aantrekkelijk alternatief, want de dood hoeft dan niet aan de toetsingscommissie voor euthanasie te worden gemeld. Ook de stervende en de nabestaanden hoeven zich niet meer bezig te houden met de moeilijke euthanasiebeslissing. Het aantal sterfgevallen door palliatieve sedatie ging in vier jaar van 6 naar 7,1 procent.

Dat wil niet zeggen dat palliatieve sedatie een volledig alternatief is voor euthanasie. Er blijven gevallen van ondraaglijk lijden die niet met palliatieve sedatie zijn te bestrijden en waarbij euthanasie door wet en rechtspraak is toegestaan.

In deze context zijn de uitkomsten van het proefschrift van psychiater Boudewijn Chabot over auto-euthanasie opmerkelijk. Hij ontdekte dat in ruim 3 procent van de sterfgevallen de patiënt in overleg met naasten zijn eigen leven had beëindigd, door een combinatie van verzamelde slaapmiddelen en medicijnen in te nemen of door te stoppen met eten en drinken. Zelf-euthanasie, eventueel met hulp van anderen, komt dus meer voor dan euthanasie op anderen. Hulp bij zelfdoding is in sommige situaties in de Amerikaanse deelstaat Oregon en in Zwitserland toegestaan. Bepaalde dodelijke middelen zijn in het buitenland makkelijker verkrijgbaar. Met meer palliatieve zorg is de Nederlandse situatie gaan lijken op de internationale. Ook de Nederlandse eerlijkheid blijft beperkt. Het is nooit zeker na te gaan hoelang een patiënt die palliatief in slaap is gebracht, nog te leven zou hebben. Ook wordt het leven wel bekort door toediening van morfine, zonder dat dit wordt gemeld.

Euthanasie is geen materie die eenvoudig wettelijk is te regelen. Euthanasie blijft uitzonderlijk. De meeste mensen worden door de dood overvallen. Euthanasie verloopt niet altijd harmonisch, maar van een hellend vlak is geen sprake. De justitiële toetsing van euthanasie kan dus best iets losser worden, zoals in het onderzoeksrapport wordt geadviseerd.