Een lichtbundel van twaalf kilometer

Rotterdam staat stil bij het bombardement dat in de Tweede Wereldoorlog de binnenstad verwoestte.

Lichtbundels duiden vanavond de brandgrens aan.

En iedereen maar denken dat hij formeel een motie heeft ingediend om de Rotterdamse brandgrens te laten markeren. Dat is dus een misverstand, zegt Manuel Kneepkens. „Ik heb ooit vragen gesteld, en tot mijn stomme verbazing ging het college vrijwel onmiddellijk akkoord”, lacht de voormalige voorman van de inmiddels opgedoekte Stadspartij. „Ze waren mijn gedram kennelijk zat.”

Jarenlang drong Kneepkens aan op markering van de bijna twaalf kilometer lange grens van het gebied dat na het Duitse bombardement van 14 mei 1940 in vlammen opging. „Om mensen bewust te maken van de geschiedenis van deze stad zonder hart en zonder logica, wat Rotterdam tot op de dag van vandaag is. En om de jeugd te attenderen op het feit dat oorlog sneller gemaakt is dan vrede”, zegt de 65-jarige dichter en kunstenaar, zelf geboren in Heerlen.

Amper twaalf minuten duurde het bombardement, uitgevoerd rond de klok van half twee in de middag, toen 97.000 kilo brisantbommen neerdaalden op de havenstad. Vele, merendeels oudere Rotterdammers spreken nog altijd van ‘een laffe luchtaanval van de moffen’. Aangewakkerd door een krachtige wind trok kort daarop een verzengende vlammenzee een spoor van vernieling door de stad, waar de Duitsers eerder die dag, in het pand aan de Statenweg 147, een ultimatum overhandigden: ‘Geef u over, of uw stad wordt vernietigd’. Het gevolg van de bommen- en vuurzee: 24.000 verwoeste huizen, 800 doden en 80.000 daklozen.

Naast een herinnering aan Rotterdams verleden toont de brandgrens vooral de scheiding tussen oud en nieuw, die op veel plaatsen zichtbaar is in de binnenstad. „Maar nooit als één geheel is ervaren”, zegt Kneepkens. Nog tijdens de oorlog werd op voorspraak van invloedrijke havenbaronnen en industriëlen besloten dat het nieuw te verrijzen Rotterdam geen reconstructie van de vooroorlogse stad zou worden, maar een moderne, nieuwe stad naar Amerikaans voorbeeld.

Die beslissing luidde het einde in van de toenmalige stadsarchitect, Willem Gerrit Witteveen, die zich had opgeworpen als pleitbezorger van het herstel van de authentieke binnenstad. Zijn assistent Cornelis van Traa nam tegen het einde van de oorlog zijn taken over. Vijf gebouwen overleefden de vernieuwingsdrang: het stadhuis, het postkantoor, een warenhuis en een hotel, alle gelegen aan de Coolsingel, en de Sint Laurenskerk. Het had, zo wil de overlevering, weinig gescheeld of die laatste had moeten wijken voor het Nieuwe Bouwen.

Kneepkens heeft zo zijn eigen verklaring waarom Rotterdam, in tegenstelling tot eveneens zwaar getroffen steden als Middelburg en Warschau, het eigen verleden zo wilde wegpoetsen. „Het was de mythologie van Rotterdam waar die club van Van Nelle-directeur Van der Leeuw zich door liet leiden: wij zijn doeners, wij zijn geen slachtoffers. Dat gevoel beheerste de geesten, kort na het bombardement. Als iemand zich later toch beklaagde over al die fantasieloze nieuwbouw, hadden ze een populair argument paraat: het was te danken aan de moffen.”

Vanavond, 67 jaar na de noodlottige dag, werpt Rotterdam letterlijk het licht op de eigen donkere geschiedenis. Van kwart voor elf ’s avonds tot twee uur ’s nachts zullen meer dan honderd lichtbundels, elk met een kracht van 7.000 watt, de breuklijn zichtbaar maken. Diverse hoge gebouwen zijn opengesteld voor het publiek. Het aanlichten gebeurt in het kader van Rotterdam Architectuurjaar 2007.

Het vaststellen van de exacte loop van de brandgrens bleek geen eenvoudige opgave. Tientallen kaarten raadpleegde de gemeente, waaronder een naamloos en een ongedateerd exemplaar. Van belang bleken verder het Wederopbouwplan (Witteveen) en het Basisplan Heropbouw Binnenstad Rotterdam uit 1946 (Van Traa). Een aparte vermelding heeft het Noordereiland gekregen. Dit stadsdeel werd eveneens in mei 1940 verwoest, maar niet door Duitse bommen. Het Noordereiland was al in vijandelijke handen, en de daar gelegerde Duitse troepen lagen onder vuur van Nederlandse mariniers en geallieerden. Dat leidde tot de verwoesting van de bebouwing op de uiterste oost- en westzijde van het eiland.

Historicus Sjaak van der Velden, verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam, juicht de markering van de brandgrens toe. „Wie deze stad wil begrijpen, ontkomt niet aan het bombardement”, zegt de geboren Rotterdammer. „Het aanlichten van de grens is daartoe het best denkbare visuele hulpmiddel.” Als lid van het Historisch Genootschap Roterodamum pleitte hij, in navolging van Kneepkens, al eerder voor officiële erkenning van het weggeslagen gebied. „Alleen zou ik graag zien dat het niet bij deze ene actie blijft. De brandgrens verdient een permanente, duidelijk herkenbare aanduiding.”

Van der Velden staat niet alleen in die mening. De nu gehanteerde koperen noppen en plaquettes op gebouwen zouden niet toereikend zijn. Wethouder Lucas Bolsius (Financiën, Sport en Buitenruimte, CDA) zegde eerder toe dat de brandgrens vanaf 2010 voor alle Rotterdammers duidelijk zichtbaar en herkenbaar zal zijn.