De bespiede mens

De privacywet is niet meer goed te handhaven door de snelle technische ontwikkelingen en het gebrekkige normbesef bij overheden en bedrijven. Deze conclusie is van de voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), Jacob Kohnstamm, en dient te worden begrepen als een alarmkreet die een politiek antwoord behoeft.

Voorlopig vraagt het CBP om de bevoegdheid strengere sancties op te mogen leggen. Maar vooral moet er een debat komen over de razendsnelle veranderingen voor de burger die het gevolg zijn van de opslag, bewerking en het gebruik van persoonsgegevens op steeds meer plaatsen. Het trefwoord daarbij is ‘controlestaat’, een term die is ontleend aan een recent wetenschappelijk rapport van het Rathenau Instituut. Dat rapport wordt veel geciteerd, maar heeft nog weinig praktische gevolgen gehad.

Ook de strekking van het recente jaarverslag van het CBP doet de haren te berge rijzen. Er rijst een beeld op van de constant bespiede mens, wiens communicatie en verplaatsingen steeds worden bijgehouden en opgeslagen, of het nu om treinvervoer, gsm-gebruik, e-mailverkeer of internetbezoek gaat. Het autokenteken fungeert als visitekaartje dat binnen de overheid van politie naar fiscus naar Rijkswaterstaat naar sociale dienst wordt doorgeseind. De burger is veranderd in een gsm-peilzender, een wandelende OV-chip, een digitaal opgeslagen camerabeeld, wiens persoonlijke levenssfeer ondergeschikt is aan het toevallige doel van de databank. Deels door eigen toedoen, maar merendeels ongevraagd.

Recent voorbeeld was een ‘experiment’ van het politiekorps Zuid-Holland-Zuid die van de plaatselijke ‘hangjeugd’ digitale foto’s maakte en die opsloeg in een eigen databank. Het past precies in de trends die het Rathenau Instituut signaleerde: een steeds verder oprukken van politieonderzoek in de privésfeer van niet verdachte burgers. De politie maakt daarbij steeds vaker gebruik van databanken bij bedrijven of overheidsdiensten en dwingt dat ook vaker af.

De roep om strengere sancties voor het CBP is begrijpelijk – de toezichthouder komt geloofwaardigheid en gezag tekort. Maar het is ook de omgekeerde weg. Eerst dienen Kamer en kabinet zich te bezinnen op deze ontwikkelingen die breed worden gesignaleerd. De invoering van het biometrische paspoort met bijbehorende centrale databank, het burgerservicenummer en de OV-chipkaart zijn goede aanleidingen. Straks (of nu al?) leeft de burger in een glazen huis en is het strafrecht van uiterst redmiddel in preventief controle-instrument veranderd.

Velen laat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer intussen koud als zij ‘de veiligheid’ ten goede komt. De ‘verdachte’ is immers altijd de ander. Terwijl er veelal een nogal ruim bemeten vertrouwen bestaat in de goede bedoelingen van de overheid. Privacy is inderdaad geen absolute waarde en ook geen grotere dan individueel welzijn, zelfbeschikking of gezondheid. Tegelijk is het recht om je ongestoord terug te trekken in de eigen levenssfeer wel essentieel voor veel andere burgerrechten. Zorgelijk is vooral de opbloei van al die databestanden met persoonlijke informatie die als paddestoelen in de herfst met onzichtbare draden met elkaar verbonden zijn.