Als het volk het ook wil, krijgt Japan een leger

De Japanse premier Abe wil de grondwet veranderen. Japan moet een ‘normaal’ land worden: minder pacifistisch, en met een echt leger. De eerste stap op weg daar naar toe is gezet.

In Japan is vandaag de eerste aanzet gegeven tot hervorming van de grondwet. Het parlement nam een voorstel aan waarin is vastgelegd hoe een referendum er moet uitzien over wijziging van de grondwet. „Een belangrijke stap vooruit”, zei kabinetswoordvoerder Shiozaki vanochtend. De oppositie daarentegen spreekt van „een dwaas besluit dat de deur openzet naar oorlogvoering in het buitenland”.

De mogelijkheid de grondwet te wijzigen staat vermeld in de zogenoemde ‘democratische grondwet’, die in 1947 onder de geallieerde bezetting van Japan van kracht werd. Maar grondwetswijziging was tot voor kort zo’n politiek taboe dat zelfs het hiervoor benodigde wettelijke kader onbespreekbaar was. Het pacifistische karakter van de grondwet vormde het grote struikelblok. In de vooroorlogse grondwet werd met fatale gevolgen aan militairen de mogelijkheid tot inmenging in de politiek gegeven. Uit berouw over het oorlogsverleden ontzegt Japan in artikel 9 van de huidige grondwet zich het bezit van een leger en het recht op oorlogsvoering.

Maar met het wegvallen van de ideologische tegenstellingen uit de Koude Oorlog is er veel veranderd, en premier Shinzo Abe heeft grondwetswijziging zelfs tot inzet gemaakt van de Hogerhuisverkiezingen in juli. „Japan moet zijn grondwet zo wijzigen dat onze troepen een grotere rol kunnen spelen in internationale vredesmissies”, zei hij vrijdag.

De regering heeft de interpretatie van de grondwet zo opgerekt dat Japan beschikt over een geavanceerde ‘zelfverdedigingsmacht’, die dankzij noodwetgeving zelfs in Irak actief is.

Maar Abe wil geheel verlost worden van het juk van het ‘naoorlogse regime’. Zijn verkiezingsslogan is ‘een mooi Japan’, dat trots en bevrijd van het oorlogsverleden internationaal net zo kan opereren als alle andere landen. Vorig jaar al wist hij de onderwijswet te veranderen. Hierbij verschoof de nadruk van democratie en individualisme naar centralisatie en patriottisme. En onlangs stelde hij een commissie van getrouwen in om met een positief advies te komen over het toestaan van collectieve zelfverdediging. Dit is een universeel recht dat Japan zich tot nu toe ook heeft ontzegd, maar Abe wil voortaan de militaire bondgenoot Amerika bij kunnen staan als deze aangevallen wordt.

Het hoofddoel is echter de grondwet, die als een ‘door buitenlanders opgedrongen decreet’ veel nationalisten een doorn in het oog is. Hoewel onder deze ‘buitenlanders’ voornamelijk ‘Amerikanen’ verstaan worden, hebben zij geen probleem met de afwijzing van hun erfenis. Washington heeft Japan al vele malen opgeroepen tot een militair actievere rol.

De totstandkoming van de wet op de volksraadpleging is een succes voor Abe – maar de weg naar grondwetswijziging is nog lang. Pas over drie jaar mogen concrete wijzigingvoorstellen ingediend en bediscussieerd worden.

Maar problematischer is de noodzaak van een tweederde meerderheid in het parlement om de grondwet te kunnen veranderen. Abe zal daarom de steun van de oppositie nodig hebben.

Bovendien is het niet zeker of het volk mee zal werken in een referendum. De meeste Japanners zijn, blijkt uit recente peilingen, niet meer bang voor grondwetswijziging, maar een duidelijke meerderheid is wel tegen amendering van artikel 9. Abe’s Liberaal Democratische Partij wil juist de pacifistische kern van dit artikel laten vallen en officieel een leger instellen.