China per trein

Reizen per trein is leuk, vooral in China. Je ziet per provincie de landschappen en mensen  veranderen en als je geluk hebt en je Chinees is goed genoeg,kun je gesprekjes voeren met lokale Chinezen. De eerste keer dat ik per trein reisde was in 1980 toen ik van Hong Kong naar Peking reisde. Een houten bruggetje was een soort Checkpoint Charlie, het diende als grens tussen Hong Kong en Kanton  en Mao had bepaald dat je  zelf je koffers China binnen moest dragen.
Ik kan me nog herinneren dat ik 24 uur op een hardhouten bank moest slapen en dat bamboe matjes dienden als matras.
Nu en dan kwam een soort conducteur een thermoskan heet water brengen.
Jaren later  moest ik terugdenken aan die  reis van 24 uur  toen ik  in 1988 ‘China per trein’ , het prachtige boek van Paul Theroux las. Vorig week nam ik het maar weer eens ter hand omdat ik voor de eerste keer sinds ik in China werk, met de nachttrein naar Xi’an zal reizen voor een reportage over gezondheidszorg op het platteland.Treinkaartjes zijn schaars in China. Boek je op het laatste moment, zoals ik dit keer, dan slaap je op harde banken in een open wagon  tussen snurkende en rochelende maar o zo aardige Chinezen. China per huoche (letterlijk vuurwagen) is een noodzaak om China echt te leren kennen.