‘Ze duwde haar slurf tegen me aan, alsof ze me wilde steunen’

Olifantenverzorger Bas Aalders zag hoe twee vrouwtjes een jong doodschopten. „De volgende ochtend waren ze het kalf rustig aan het besnuffelen.”

Bas Aalders met War War: ‘Olifanten halen streken uit en kunnen lachen’ Foto Merlin Daleman Bas Aalders & Khine-War-War. Dierenpark Amersfoort. Amersfoort, 21-04-07 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Dat een olifant zelfbewustzijn heeft en zichzelf in een spiegel kan herkennen wist iedere olifantenverzorger, lang voordat het wetenschappelijk was onderzocht, zegt Bas Aalders (28). Leer hem olifanten kennen. Al jaren werkt hij met ze. Als hoofd verzorger van de dikhuidenafdeling in Dierenpark Amersfoort coördineert hij tegenwoordig de zorg voor de neushoorns en de olifanten War War, Indra, Jula, Mimi en de bul Sammy. Je moet dieren niet vermenselijken, vindt hij, maar dat olifanten zeer intelligent zijn staat buiten kijf. „Het is alleen veel moeilijker te zien dan bij een chimpansee, wiens handelingen en mimiek lijken op die van ons. Olifanten hebben een vrij neutraal gezicht, maar als je langer met ze werkt herken je veel. Ze halen streken uit, ze kunnen lachen. Je ziet aan hun ogen dat ze lol hebben.

„Een olifant reageert op je. Hij kan zich inleven in een ander. Toen ik eens het hok instapte en mijn knie stootte, kwam Mimi op me af en begon aan de knie te snuffelen. Ze duwde haar slurf tegen me aan, alsof ze me wilde steunen. Het duurt een tijd voordat je hun vertrouwen hebt gewonnen. Als ze weten dat je niets kwaads in de zin hebt, zullen ze op vrijwillige basis meewerken. Dan kun je ze pedicuren, inenten, bloed afnemen. Als ze er zin in hebben, zetten ze hun poot naar voren zodat je ze in hun oksel kunt wrijven, dat vinden ze prettig. Ze hebben ieder ook hun eigen voorkeuren. Indra houdt ervan als je op haar tong klopt en Mimi vindt het heerlijk als je heel voorzichtig met je vinger over haar verhemelte strijkt, daar zit het orgaan van Jacobson, een orgaan waarmee ze bepaalde hormonen kunnen ruiken.”

Als Aalders aan het eind van de dag voor het nachtverblijf blijft staan waar Mimi zojuist naartoe is gebracht, steekt ze haar slurf tussen de spijlen naar hem uit. „Ze vraagt nu: ‘kom ’ns hier, kom ’ns hier’. Ze is de liefste olifant, maar de laagste in rangorde. Daardoor krijgt ze minder aandacht van de andere olifanten en trekt ze meer naar de verzorgers. Stiekem is ze mijn favoriet, maar dat moet je niet hardop zeggen want dan worden de anderen jaloers.”

In de belendende ruimte tonen haar buurvrouwen War War en Indra zich vooral geïnteresseerd in het hooi achter het hek. Vreedzaam staan ze te eten, schouder aan schouder. Niets herinnert aan het drama dat zich hier eerder deze maand, op 3 april, afspeelde: de langverwachte geboorte van Indra’s eerste olifantenjong die anders afliep dan iedereen had voorzien.

„Wij hadden alleen ervaring met de geboorte van Indra, acht jaar geleden”, zegt Bas Aalders. „Haar moeder War War hebben we in de jaren tachtig als werkolifant uit Birma hierheen gehaald. Ze werd gebruikt bij de bosbouw, net als Jula en Mimi. Tegenwoordig krijgen we uitsluitend nog olifanten doordat we meedoen aan het EEP: het European Endangered species Program, een Europees fokprogramma voor bedreigde diersoorten. Op advies van het EEP ruilen we ook dieren met andere dierentuinen. We streven naar een hechte familiegroep. We hopen in de toekomst een kudde van zes tot acht vrouwtjes te kunnen houden, plus een mannetje en nog wat jonge olifantjes.”

Om zich voor te bereiden op de bevalling van Indra liet het dierenpark zich adviseren door bij het EEP betrokken deskundigen. Bas Aalders en zijn drie collega’s bekeken videobanden en dvd’s van andere bevallingen; de laatste weken sliepen ze bovendien om beurten in het verblijf van de olifanten.

„We hadden een webcam in de stal geïnstalleerd zodat iedereen op internet kon meekijken wat er gebeurde, maar met die beelden gaat ook weleens wat mis. We wilden er dan ook zelf bij zijn om te zien hoe de bevalling in zijn werk zou gaan. Het was een buitenkans, er waren heel wat gegadigden, maar als olifanten je niet kennen, slapen ze niet.

„Ik heb er een keer of acht naast gelegen, op een stretcher aan de andere kant van het hek. De eerste nacht wilde ik echt wakker blijven om te kijken. Olifanten slapen op hun zij. Doordat het gewicht aan één kant ligt ademen ze ontzettend zwaar. Iedere drie kwartier staan ze op omdat de druk op hun zij te groot wordt. Ze eten wat, poepen en gaan weer liggen. Ze hebben een heftige darmwerking, vooral als ze liggen laten ze knetterende scheten. Toch heb ik de tweede nacht redelijk geslapen en de derde keer goed. Ik werd op den duur alleen nog wakker als ze begonnen te spelen met kettingen waar tonnen en ballen aan hangen.

„Op de avond dat de geboorte zich aandiende was Indra heel onrustig. Ze ging voortdurend liggen en weer staan. Een collega had dienst, ik keek mee via de webcam in het kantoor. Een bevalling doet pijn, daarom was War War erbij om haar te steunen. In de natuur schermt de kudde het kalf af van de moeder als zij pijn heeft en ze zich op het kind wil afreageren. Deze geboorte ging vlot: na de indaling was het kalf binnen twee, drie minuten geboren. Ik zag dat War War ertegen schopte. Dat is niet ongewoon. Als het jong begint te bewegen zie je de agressie omslaan in zorg, maar bij War War ging die knop niet om. Ze bleef maar schoppen en na een poosje deed Indra mee.

„Er was geen enkele reden om te verwachten dat War War zo zou reageren. Ze is een rustige olifant, de anderen hebben respect voor haar. Als er ruzie is in de groep heft ze soms alleen haar hoofd op om te zeggen: ‘hou daar eens mee op’. Ze is sociaal, lief en zorgzaam. Toen het kalf geboren werd, heeft ze waarschijnlijk haar dochter willen beschermen tegen het ding dat er lag. Ze had niet in de gaten dat het om een jong olifantje ging. Het was ook geen schrikreactie zoals in de media is beweerd. Ze was blind van agressie.

„Ik ben naar de stal gerend. We hebben alles geprobeerd om ze af te leiden, soms hielp het even, maar nooit lang. We hebben de onderste buizen van het hok opengezet zodat War War en Indra het kalf eruit zouden kunnen schoppen. Op een gegeven moment had ik zijn staart te pakken en heb ik eraan getrokken, maar War War zette haar poot over hem heen: ze wilde hem niet weggeven. Tot het laatst hoop je dat het goed afloopt, maar na ruim een kwartier reageerde het jong niet meer. Toen we uiteindelijk weggingen hebben we het daar achtergelaten.

„De volgende ochtend waren ze het kalf rustig aan het besnuffelen. Toen hadden ze het besef: dit is een olifantje. Daarna hebben ze nog tweeënhalve dag als een groep bij elkaar gelopen. Normaal staan ze verspreid door het hele verblijf, nu leken die vier olifanten wel één dier. Ze zochten troost bij elkaar, ze wilden minder eten. Na drie dagen was die rouwfase voorbij. Een nieuw kalfje maakt de kudde hechter, maar we merken dat de olifanten door wat ze hebben meegemaakt nu ook dichter bij elkaar zijn gekomen. Als Indra ergens van schrok of een beetje bang was van Sammy, gaf ze een brulletje waar alleen haar moeder op reageerde. Nu stuift ook Mimi haar kant op om te kijken wat er aan de hand is.”

Hoe groot de schok ook is, zegt Aalders, het ongeluk is geen aanleiding een volgende bevalling weer zoals vroeger hands on te begeleiden. „Toen Indra werd geboren was het gebruikelijk om bij de dieren in het hok te gaan en het kind even weg te halen bij de moeder. Direct contact met wilde dieren was algemeen geaccepteerd in dierentuinen, je ging ermee om zoals met je hond of je paard. Hoewel olifanten heel vriendelijk zijn, was het toch ontzettend gevaarlijk voor de verzorger. Toen ik hier begon, gingen we ook bij Sammy in het hok. Maar toen hij rond een jaar of zeven, acht in de puberteit kwam werd hij nukkiger en vanaf dat moment hebben we besloten niet meer bij hem in het verblijf te stappen. Later hebben we die beslissing ook genomen ten aanzien van de vrouwtjes. Van de ene op de andere dag zijn we overgeschakeld op protected contact-verzorging.

„Ik draai er niet omheen dat de tijd dat we hands on werkten de leukste periode van mijn leven was. We reden op ze en werkten met ze om ze bezig te houden. Zo’n groot dier was zo imposant en toch was jij de dominante partij. Vooral vrouwtjes leren in de groep te luisteren naar een ander die boven ze staat. Dat zit van nature in ze omdat ze in een sociale groep met rangorde leven. Maar als je ze op een zo natuurlijk mogelijke manier wilt houden is protected contact beter voor ze. Ik vind dat een goede verzorger voor het dier moet kiezen en niet voor zijn persoonlijke voorkeur. Nu hebben ze een vrije wil. Ze zijn olifant.”

Bas Aalders verwacht dat olifanten nooit uit zijn leven zullen verdwijnen. Sinds hij in het Amersfoortse dierenpark zijn hart aan hen heeft verpand, heeft hij zijn jongensdroom om in een Afrikaans wildpark veldwerk te doen en stropers op te sporen bijgesteld. „Ik denk nu dat je ook op een andere manier iets voor dieren kunt betekenen. Bijvoorbeeld door mee te doen aan fokprogramma’s waardoor soorten behouden blijven. Op een indirecte manier doen we iets voor olifanten in het wild met de Marjo Hoedemaker Elephant Foundation, vernoemd naar ons hoofd dierverzorger. Op het moment steunt het fonds een project in Sri Lanka waar olifanten bedreigd worden door conflicten met boeren die ze verjagen of beschieten omdat ze het maïs opeten. Dat probleem is op te lossen als de mensen geld krijgen om fatsoenlijke hekken neer te zetten. Je moet proberen de situatie te veranderen.”