Wat was dat nou ook alweer met 6 mei 2002?

Als het om Pim Fortuyn gaat, hebben Jan Blokker en Marcel van Dam last van een selectief geheugen, merkt Joost Zwagerman

Fortuyn-moe na de hausse aan herdenkingsprogramma’s en –artikelen van vorig weekend? Toch nog iets over twee opmerkelijke onderdelen van die hausse. Jan Blokker bekende in zijn column in NRC next dat hij niet kan onthouden wat er op 6 mei 2002 ook alweer plaatsvond. Goh. En NOVA zond een fragment uit van het berucht geworden debat uit tussen Fortuyn en Marcel van Dam, in een aflevering van Het Lagerhuis van 1997. Dat was voor het eerst nadat de VARA kort na de moord op Fortuyn hervertoning van dit debat had verboden.

Eerst Blokker maar. Zo opende hij zijn column: ‘De raarste data onthoud ik. Zelfs van mensen van wie ik me nauwelijks meer een gezicht kan herinneren zijn me verjaardagen, trouwdagen en sterfdagen bijgebleven (...): verrek, die was vandaag jarig (...), die ging vandaag dood. Maar 6 mei 2002 heb ik nooit opgeslagen. Zou het psychisch zijn?’

Doordat Blokker op deze leutig bedoelde manier zélf zijn vergeetachtigheid over de sterfdag van Fortuyn koppelt aan de vraag of het ‘misschien psychisch’ is, prikkelt hij ons tot enige bescheiden zieleknijperij. Mensen van wie Blokker zich nauwelijks meer een gezicht kan herinneren heeft hij vermoedelijk nooit vergeleken met Mussolini. De man wiens sterfdag hem maar niet bij wil blijven, kreeg van Blokker wél die vergelijking mee. Op 25 maart 2002 schreef Blokker in de Volkskrant: ‘Nog tien zetels, en Pim Fortuyn is definitief de Mussolini van de eenentwintigste eeuw geworden, en men zal op zoek moeten gaan naar een betrouwbaar onderduikadres.’

Ik was niet op teruggekomen op deze gezellige vergelijking met de Italiaanse fascistenleider als onze nestor van de columnistiek zélf niet had gekoketteerd met zijn selectieve geheugen. Intussen ben je het laatste restje geestelijke hygiëne wel kwijt als je per se een koddig bedoelde opmerking wilt maken over de verdringing van de datum van de sterfdag van degene die vermoedelijk nog had geleefd als er eens een Mussolini-vergelijkinkje minder was gemaakt. Nog even en Blokker beweert dat hij ook die vergelijking ‘niet heeft opgeslagen’. Zou het psychisch zijn? Laten we Jan Blokker uit de brand helpen. Het is eerder pathologisch.

En dan die hervertoning van het Van Dam - Fortuyndebat in NOVA. Gespreksleider Felix Rottenberg leek bij het terugzien van het debat bevangen door plaatsvervangende schaamte – schaamte voor zijn toenmalige partijgenoot Van Dam. Zelden is pijnlijker te zien geweest hoe een boegbeeld van NieuwLinks was geëvolueerd tot Reactionair Rechts. Ook werd in retrospectief extra helder dat Fortuyn met een pleidooi voor een radicale sociale stijging en een deelname aan de welvaart voor nu kansarme groepen allochtonen hier een sociaal-democratisch geluid liet horen.

Bij NOVA eindigde die hervertoning van het Lagerhuis-fragment precies op het punt waarop Marcel van Dam een historische parallel trok. Dat zal geen toeval zijn. Maar sinds negen maanden is het hele debat terug te zien via You Tube. Daar kun je verder kijken vanaf het ogenblik dat NOVA de knop omdraaide. Half schreeuwend zegt Van Dam dat Fortuyn in en met zijn boek Tegen de islamisering de bevolking angst aanjaagt op een manier die doet denken aan handel en wandel van de NSB in de jaren dertig.

Fortuyn, tot dan toe redelijk op dreef als debater, raakt zichtbaar van de wijs door die vergelijking. Hij begint Van Dam te tutoyeren waar hij eerder nog vousvoyeerde. Fortuyn beschuldigt Van Dam ervan altijd vergelijkingen onder de gordel te maken. En dan komt Fortuyn met een concrete beschuldiging: Van Dam zou hem zes jaar eerder in een interview hebben vergeleken met Eichmann. Van Dam ontkent stellig. Hij antwoordt dat het interview makkelijk is na te zoeken.

Dan zegt Fortuyn: ‘Jij zou een roman schrijven (...) en toen zocht je een Eichmann van de negentiger jaren, en toen zag je professor Fortuyn op de televisie...’

Van Dam onderbreekt hem en zegt: ‘U liegt. U liegt. U liegt.’ Waarna hij zegt dat Fortuyn niet alleen een leugenaar is, maar ook een ophitser. Dan is het debat definitief ontaard in een kakofonie van persoonlijke verwijten en kwetsuren.

Zeker na de moord op Fortuyn is de Eichmann-vergelijking door Van Dam een eigen leven gaan leiden. Deze vergelijking is nooit door Marcel van Dam zelf opgehelderd. Hij hield het bij de kale ontkenning dat hij Fortuyn ooit met Eichmann heeft vergeleken.

Verbazingwekkend genoeg lijkt het erop dat niemand in al die jaren, ook niet na de moord op Fortuyn, de moeite heeft genomen het interview te achterhalen. Het is een interview in Vrij Nederland, hem afgenomen door de roemruchte interviewster Bibeb. Klaas Postma is werkzaam bij de documentatieafdeling van Vrij Nederland. Voor zover hij weet heeft nooit iemand het interview van destijds door Bibeb opgevraagd.

Welnu, aan het einde van dit interview in Vrij Nederland kondigt Marcel van Dam, precies zoals Fortuyn beweerde, aan dat hij werkt aan een roman. Ofwel is dat werk nog steeds niet voltooid ofwel is de klus opgegeven, dat is anno 2007 niet duidelijk. Dit staat er: ‘Ik schrijf een roman. Heb drie hoofdstukken af. (...) M’n roman gaat over een man met een versplinterd karakter. Hij heet Sinnewille. Uiterlijk lijkt hij op professor Pim Fortuyn. Toen ik die op tv zag, dacht ik: dat is hem. Maar alleen uiterlijk. Sinnewille is iemand die probeert in jouw vel te kruipen, dat doet hij bij iedereen.’ Dan vervolgt Bibeb zelf: ‘Na een vreemde stilte prevelt hij voor zich uit: „Hij heeft alles in zich wat ik haat. Een vreselijk mens, gevaarlijk. Zoals Harry Mulisch schreef over Eichmann: de juiste man op iedere plaats. Naarmate een land minder goed geregeerd wordt, krijgt dit soort mensen alle kansen.” ’

Wie loog er nu tijdens Het Lagerhuis-debat? Marcel van Dam beweerde dat zijn romanfiguur alleen uiterlijk op Fortuyn lijkt – de cursivering was van Bibeb. Maar na die ‘vreemde stilte’ volgt die ‘preveling’ waarvan het niet duidelijk wordt over wie Van Dam het heeft: ‘Een vreselijk mens, gevaarlijk.’ Zegt Van Dam dit over zijn romanpersonage Sinnewille of over Fortuyn?

Fortuyn maakt in Het Lagerhuis de opmerking dat de vergelijking met Eichmann te glad en glibberig was om Van Dam er juridisch voor te vervolgen. Die opmerking lijkt mij accuraat en feitelijk. Fortuyn loog evenmin over Van Dams aangekondigde roman en over de gelijkenis tussen hem en Eichmann.

Even verdop in het ontspoorde debat sprak Marcel van Dam de om treurige redenen historisch geworden woorden: ‘U bent een buitengewoon minderwaardig mens, weet u dat?’

Pas in 2005, bij zijn afscheid als televisiemaker en in een vraaggesprek met Hanneke Groenteman, erkende Van Dam dat hij dit nooit had moeten zeggen. Letterlijk zei hij: ‘Ik had dat vervelende woord (minderwaardig, JZ) nooit moeten gebruiken.’ Goed, het is een mea culpa dat hij acht jaar na dato kennelijk kan uitspreken. Beter laat dan nooit. Maar de vraag blijft waarom Marcel van Dam nooit opening van zaken heeft willen geven over die beschuldiging van Fortuyn en het uitsluitend heeft gelaten bij een algemene ontkenning. Zou ook dát psychisch zijn?