Vrij met mij de hele nacht

Homo’s ontmoeten elkaar tegenwoordig op het internet, behalve op feestdagen. Dan stromen de kroegen weer vol.

Amsterdam, 30 april. Voor de Amsteltaveerne, legendarisch homocafé langs de Amstel, heeft zich een gigantische massa homomannen verzameld. Iedere Koninginnedag komt de homoscene van Amsterdam en verre omstreken hier bijeen om gezamenlijk de verjaardag van de koningin te vieren. De plaatselijke horeca heeft de biertappen op straat geposteerd en vanuit luidsprekers klinkt Nederlandstalige muziek om de menigte op te zwepen.

„Zeg meneer, wilt u wel achter in de rij aansluiten?” Bij het plaskruis – de bij evenementen tegenwoordig zeer populaire mobiele urine-unit waarin van vier kanten tegelijkertijd geplast kan worden – word ik aangesproken door een travestiet. Verwilderde blonde pruik en hoge hakken. Leren broek met open achterkant en boven zijn lip een zeer mannelijke snor. „We wachten hier allemaal netjes in de rij! Of denkt ze dat ze zélf de koningin is?” Die rij heb ik over het hoofd gezien. „Leve de koningin”, roep ik en sluit achteraan. De aangeschoten travestiet betreedt op wankele hakken het plaskruis. Hij sist nog boos naar achteren. Ongetwijfeld was hij erg tevreden toen hij zijn outfit vanochtend bij elkaar zocht, maar nu blijken vooral de hakken op het wankele plaskruis erg onhandig.

„Het werd tijd, hè, dat het weer eens lekker druk is in de stad”, zegt een goedlachse bareigenaar – geheel in het leer gekleed, ring door de neus – tegen me. „Nu iedereen elkaar via internet weet te vinden, is er eigenlijk geen klap meer aan in het uitgaansleven. Er wordt niet meer gejaagd in de straten, toch? Waarom denk je dat de It failliet is gegaan? En in de Montmartre kun je af en toe een speld horen vallen!” Ik knik begripvol.

Vandaag lijkt van een leegloop in het uitgaansleven ten gevolge van internetdaten – jezelf met foto aanbieden op internet en dezelfde avond nog een seksafspraak – geen sprake. Voor de Amsterdamse homo-horeca is de zomer er bij uitstek om veel te kunnen verdienen. Alles wat homo’s leuk vinden wordt dan ook aangegrepen voor festiviteiten. Op borden wordt het volgende evenement al aangekondigd. Op grote schermen in de cafés zal deze week het Eurovisie Songfestival gevolgd kunnen worden. Gezellig met elkaar, zoals andere cafés dat met voetballen doen. Wat Europees voetbal voor hetero’s is, is het songfestival blijkbaar voor homo’s. Voor augustus staat Gaypride, de jaarlijkse botentocht door de grachten van Amsterdam, gepland. Hoewel dat evenement vorig jaar door onderlinge ruzies tussen de cafés bijna geen doorgang vond en de parade nog maar een schim leek van wat die ooit was geweest.

„Tien jaar geleden huurden we op dit soort dagen een truck en lieten we Anneke Grönloh of Marga Bult gewoon op de laadklep optreden. Kost toch een paar honderd euro zo’n zangeresje! Maar ja, er komen echt niet meer mensen in je kroeg, hoor, na zo’n actie, en dan hou ik mijn centen liever in mijn zak.” De barman is nog steeds in een klaagstemming. „Misschien zijn de homo’s wel Songfestival-zangeressen-moe”, antwoord ik, maar hij is alweer met een andere klant in gesprek. „Jij bent zeker al bezet?”, knikt-ie tegen een als Amerikaanse politieman verklede middelbare homo. Deze knikt bevestigend naar de barman en wijst naar een heftig zwetende, in een zwart rubberen pak verklede man. „Vijf jaar bij elkaar alweer. Ontmoet op Gaypride.”

Wegens de hitte gaat zo halverwege de middag de bovenkleding uit. Voor wie hard genoeg gewerkt heeft in de sportschool is dit het moment om te pronken. „Vrij met mij de hele nacht”, zingt Ruth Jacott door de luidsprekers en de meeste mannen zingen hard met haar mee. Degenen die op de sportschool nog niet zover zijn – zoals ik – hangen er vanaf dit moment een beetje bij. Rond de plaskruizen wordt er inmiddels al volop gelonkt naar elkaar.

Een groep mannen naast me is in een heftige discussie verwikkeld. De Nederlandse inzending voor het Eurovisie Songfestival van dit jaar valt bij hen in slechte aarde. „Edsilia is een leuke meid, maar ze moet haar liedjes niet door haar man laten schrijven. We staan als Nederland aanstaande donderdag gewoon voor schut in de voorronde.” Het gesprek gaat verder over de vraag of er in het café gekeken gaat worden of thuis en, zo ja, bij wie. De moeite om een groot scorebord te maken lijkt niemand te willen nemen nu de verwachting is dat Edsilia de finale van zaterdag niet zal halen. „Ze kan altijd in augustus nog op de laadklep met Gaypride! Als er tenminste iemand is die zo’n truck weer eens wil organiseren”, roept een passant.

De volgende ochtend, onder de douche op de sportschool, is het ook weer druk. „Ga jij dit jaar met ons mee op de boot met Gay Pride?”, vraagt een gespierde jongen aan een vriend die naast hem staat de douchen. „Ik weet het nog niet. Misschien ga ik dit najaar naar San Francisco. Ik heb het hier wel gezien. Ik heb zin in nieuw vlees.”