Vermogende starters

Eigen baas zijn: het is een jeugddroom die voor velen pas op latere leeftijd in vervulling gaat. De fiscus kan daarbij een handje helpen.

Vroeggepensioneerden en vermogenden die een jeugddroom willen waarmaken, vormen een nieuwe categorie startende ondernemers. Sommigen gebruiken hun professionele expertise als consultant. Anderen verkennen onontgonnen talenten als galeriehouder of internetantiquair. Voor deze ondernemers liggen dezelfde aantrekkelijke fiscale ondernemersfaciliteiten in het verschiet als voor jonge starters met een lege beurs.

Sterker nog, vermogenden hebben met hun hoge belastingtarieven heel wat meer profijt van die voordelen dan hun jongere tegenvoeters. Een recente uitspraak van de Hoge Raad maakt het er voor alle starters nog gemakkelijker op. Belastingvoordelen zoals de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek kunnen makkelijk oplopen tot meer dan 10.000 euro. Ze zijn alleen weggelegd voor echte ondernemers. Met een uit de hand gelopen hobby komt men er niet. Bovendien moet de zelfstandige op jaarbasis ten minste 1.225 uur in de onderneming werken. Dit zogenoemde urencriterium komt neer op een werkweek van ongeveer halve dagen voor het bedrijf. Het is toegestaan daarnaast – voorzichtigheidshalve – bij een gewone werkgever in loondienst te blijven. Het urencriterium lijkt helder, maar levert geregeld conflicten met de Belastingdienst op.

Afgelopen maand maakte de Hoge Raad het voor de zelfstandige ondernemers een stuk makkelijker. De hoogste rechter slechtte de drempel van het urencriterium voor de meeste ondernemers die een arbeidsintensieve website opzetten. De daaraan bestede uren tellen mee voor het urencriterium. Dat was al bekend. Nieuw is dat ze ook meetellen als het bouwen en onderhouden van de website disproportioneel veel tijd vergt. De fiscus accepteert een dergelijk oncontroleerbaar groot tijdsbeslag vrijwel nooit, zeker niet als de website een hoog hobbygehalte verraadt.

Dat is het geval bij de website van Roan Lo-A-Njoe, bijgenaamd de Zulu. Hij geldt als een van de betere theaterbelichters van Nederland. In 2000 werkte hij als belichter in loondienst voor een salaris van 45.000 euro. Daarnaast begon hij met freelance werk dat hem in 2000 en volgende jaren nauwelijks 1.000 euro per jaar opbracht. Om dat inkomen op te peppen, zette hij een eigen website op: www.zulu.nl. Daar ging flink wat werk in zitten. Jaarlijks ongeveer 700 uur. Dan is meer dan de helft van het urencriterium al volgemaakt. Bovendien is het voor de belastinginspecteur vreselijk moeilijk controleerbaar hoeveel uren een ondernemer op zijn zolderkamertje aan de opzet van een website zit te sleutelen.

In het geval van Lo-A-Njoe is de grote inspanning zonder meer aan de website af te zien. De belastinginspecteur en de Amsterdamse belastingrechter Daan Bijl keken met bewondering naar zijn site. Die bevat een uitgebreide databank van Nederlandse en Belgische theaters met alle technische details van het toneel, de belichting, de geluidsinstallatie tot en met de aanwezigheid van douches. Voor theatertechnici vormt deze website een essentiële informatiebron. Maar is ze net zo belangrijk voor de persoonlijke ondernemersactiviteiten van Lo-A-Njoe?

Volgens de inspecteur en de rechter niet; dan had de site de belichter wel meer werk opgeleverd. De fiscalisten zien vooral een theaterman in hart en nieren die zijn professionele fascinatie uitleeft op een website. Een prestatie van formaat, maar niet eentje waar de fiscus ondernemersfaciliteiten voor moet toekennen. Lo-A-Njoe verloor de belastingprocedure door de scheve verhouding tussen het gewone loon en de freelance opbrengst en ook tussen het werk aan de website en het werk voor klanten.

De Hoge Raad ziet dat anders. Een ondernemer moet naar eigen inzicht ondernemen en zelf bepalen waar hij zijn tijd aan besteedt. De fiscalisten moeten simpelweg uren tellen. Als ze uitkomen op meer dan 1.225 uur, dan ligt de weg naar de ondernemersfaciliteiten open.

Het doet er wat dat betreft niet toe of een belastingrechter dat een zinnige tijdsbesteding vindt of niet. Rechters horen niet thuis op de stoel van de ondernemer. Lo-A-Njoe vond het nuttig om in de kleine theaterwereld naam te maken met een gezaghebbende website. Die heeft bovendien een onmiskenbare band met zijn kleine bedrijfje als belichter.

De ruime benadering van de Hoge Raad is een belangrijke handreiking aan iedereen die een bedrijf wil starten maar in de aanloopfase moeite heeft om het vereiste aantal uren vol te maken met ondernemersactiviteiten. Een aantrekkelijke website past tenslotte binnen elke bedrijfsstrategie.

Als het ondernemersbeleid is om eerst de website te maken en pas dan op een hogere omzet te mikken, dan moeten de fiscalisten het niet beter willen weten. De duidelijkheid die de Hoge Raad op dit punt heeft gegeven, kan voor de innovatiekracht van Nederland net zo belangrijk worden als heel wat geforceerde overheidsmaatregelen die genomen worden.