Van brekebeen tot superster

Jarenlang was de grote Duitse economie een blok aan het been van de eurozone, nu sleept Duitsland de omliggende landen weer mee naar een vrolijke toekomst.

Ze is snel. Ze is krachtig. Ze is mooi. En in Duitsland is ze sinds kort bijna overal: de economische opleving.

Ze is zichtbaar op de beurs. De aandelenindex in Frankfurt, DAX, klimt al weken gestaag. Ze is zichtbaar bij grote ondernemingen. Deutsche Bank, om maar één voorbeeld te noemen, presenteerde deze week de beste kwartaalcijfers ooit. In de machinebouw, de traditionele ruggegraat van de Duitse economie, zijn de orderportefeuilles goed gevuld, veel bedrijven zitten aan de grens van hun capaciteit. De luchthaven van Frankfurt meldt dat er weer meer wordt gevlogen. Duitse bedrijven exporteren 10 procent meer dan een jaar geleden, ondanks een dure euro. Op Duitse weblogs wordt door consumenten zelfs incidenteel geklaagd over een gebrek aan personeel en een tekort aan bouwmaterialen.

De opleving is ook terug te vinden in de twinkelende ogen van minister van Financiën Peer Steinbrück (SPD): de belastinginkomsten klotsen de schatkist in, het begrotingstekort daalt razendsnel richting nulpunt. Steinbrück verwacht tot 2009 200 miljard euro méér binnen te halen dan oorspronkelijk geschat. Duitsland, tot voor kort in de Europese beklaagdenbank omdat het tekort groter was dan de regels voor de euro toestaan, droomt nu van een evenwichtige begroting. Steinbrück: „We mogen nu niet dronken worden en moeten met beide benen op de grond blijven.”

De opleving is zelfs daar waar ze zich voorheen niet snel liet zien. Op de arbeidsmarkt. Twee jaar geleden raakte een kanselier ernstig in de knel toen de werkloosheid de magische grens van 5 miljoen werkzoekenden overschreed. Een naoorlogs hoogtepunt. Vorige maand daalde de werkloosheid voor het eerst weer onder 4 miljoen. Als het zo verder gaat, schreef beleggingsadviseur en columnist Dieter Wermuth deze week in Die Zeit, is zelfs volledige werkgelegenheid haalbaar.

Volledige werkgelegenheid! Niemand durfde die term in de afgelopen vijf jaar ook maar in de mond te nemen. Het klinkt ook nu nog als een zeer gewaagde stelling. Krapte op de arbeidsmarkt is met bijna 4 miljoen werklozen nog ver weg, maar het wordt kennelijk niet meer als een onmogelijkheid gezien. Het ondenkbare wordt weer gedacht.

Columnist Wermuth baseert zijn optimisme op een rooskleurige prognose voor de conjunctuur. De economische groei, drie jaar geleden nog vrijwel afwezig, zou dit jaar wel eens hoger dan 3 procent kunnen uitvallen, denkt hij. Behoedzamere schattingen gaan uit van 2,3 procent groei (bondsregering) of 2,5 procent groei (Europese Commissie) – maar ook dat is al een feest vergeleken met de bijna-stagnatie van een paar jaar geleden.

De opleving is zo robuust dat Duitsland snel verandert. Van brekebeen tot superster. Jarenlang was de grote Duitse economie een blok aan het been van de eurozone, nu sleept Duitsland de omliggende landen weer mee naar een vrolijke toekomst. De grauwsluier die met de economische neergang over het land kwam, trekt weer weg.

In de late herfst van 2002 was het aan de Brandenburger Tor in Berlijn een komen en gaan van ongelukkige burgers. Elke week paradeerde een andere beroepsgroep door de politieke wijk van de Duitse hoofdstad uit onvrede met bezuinigingen en belastingverhogingen. Nu schuiven vrolijke toeristen, in drommen, langs het symbool van de stad en spekken er de horeca.

In de zomer van 2004 gingen elke maandagavond in tientallen steden in voormalig Oost-Duitsland werkzoekenden de straat op, boos over verlaging van de uitkeringen. Nu gaan werkzoekenden, die echt willen werken, weer regelmatig naar het arbeidsbureau, zegt een arbeidsbemiddelaar, omdat ze weten dat er weer banen aangeboden worden.

In het voorjaar van 2005 schreef bondskanselier Gerhard Schröder vervroegde verkiezingen uit, onder andere omdat zijn eigen SPD de als onrechtvaardig ervaren sociaal-economische maatregelen niet langer wilde dragen en economisch succes uitbleef. Nu regeert Angela Merkel (CDU), gestut door een gestage stroom opbeurend economisch nieuws.

De economische neergang speelde vooral de zwakke regio’s parten. In economische bastions als Beieren en Baden-Württemberg ging alles minder, maar de echte pijn werd gevoeld in regio’s die het toch al moeilijk hadden, zoals de kasplantjes in voormalig Oost-Duitsland. In het Oosten volgde op de politieke omwenteling van 1989 een economische kaalslag waarvan de regio nog steeds herstellende is. Als de opleving van 2007 haar naam echt waard is, moet ze ook daar verlichting brengen.

Meer werk, meer winst, meer belastinginkomsten. De opbeurende cijfers hebben het debat over de ‘Duitse ziekte’ naar de marge verdrongen. Was er, nog niet zo lang geleden, niet iets goed mis met Duitsland? Was Duitsland niet het land met een verstikkende bureaucratie, een onmogelijk belastingregime voor ondernemers, veel te hoge loonkosten en een starre arbeidsmarkt? Een land dat risico’s schuwt en waar het vrije ondernemersschap een complexe vorm van zelfkastijding is?

Duitsland zou, zo heette het jarenlang, alleen te redden zijn met een strenge neoliberale kuur naar Brits voorbeeld. De Duitse variant van kapitalisme, de Soziale Marktwirtschaft, was zo goed als failliet. Zei men.

De ruk naar rechts bleef uit. Een beoogde coalitie van christen-democraten en liberalen redde het niet. Merkel werd weliswaar kanselier, maar de kiezers dwongen een pact af met de sociaal-democraten. Geen liberale kuur en toch een opleving. Hebben de werkgeverslobby’s en de liberale economen in de talkshows jarenlang mateloos overdreven?

Ludwig Georg Braun is voorzitter van de Kamers van Koophandel en komt in Berlijn op voor de belangen van 3,6 miljoen ondernemingen. De opleving, zei hij onlangs in gesprek met buitenlandse journalisten, is niet het resultaat van goed beleid. De opleving is het resultaat van bescheiden loonsverhogingen. „De vakbonden hebben met hun terughoudendheid een belangrijke bijdrage geleverd. Veel bedrijven hebben de moeilijke periode gebruikt om te saneren. Nu gaat het met de wereldeconomie beter dan gedacht en zijn de bedrijven zó goed dat ze van de opgaande lijn kunnen profiteren.”

De Duitse problemen, waar al jaren over wordt gesproken, zijn nog niet opgelost. Braun noemt de enorme staatsschuld en het feit dat de pensioenreserveringen te klein zijn. De gezondheidszorg is gerenoveerd maar, zegt Braun, het is nog maar de vraag of er in die sector ook echt meer concurrentie ontstaat. En elke ondernemer probeert zo lang mogelijk personeel aan te nemen op contractbasis omdat het ontslagrecht niet flexibel genoeg zou zijn.

De meeste Duitse economen zijn het erover eens dat wereldconjunctuur, sanering en bescheiden looneisen de opleving mogelijk hebben gemaakt. Een beetje eer komt, vinden zij, ook de sociaal-democraten en de Groenen toe die onder Gerhard Schröder de uitkeringen hebben verlaagd en de regels voor arbeidsbemiddeling hebben aangehaald. Zuur is wel dat het vooral de christen-democraten zijn die van de opleving profiteren. Terwijl CDU/CSU het in de peilingen goed doet, is de SPD naarstig opzoek naar haar kiezers. De Duitse opleving is mooi, maar niet iedereen profiteert er al van.