Superman vermoord in Hollywood

Dana Linssen kijkt naar een Hollywood- moordmysterie

scene uit de film "The Aviator" Leonardo DiCaprio In The Aviator (2004) kijkt Martin Scorsese terug op het leven van entrepreneur en vliegtuigbouwer Howard Hughes. Hij ziet in het leven van de mogul die aan smetvrees leidde een metafoor voor de wording van Amerika. Leuk zijn de bijrollen voor Jude Law als Errol Flynn en Cate Blanchett als Katherine Hepburn, een vrouw die Hughes als actrice ontdekte en het hof maakte. De vraag of Hughes gek was of een genie laat Scorsese wijselijk onbeantwoord. (Op dvd verschenen bij Dutch Filmworks).

Hollywoodland (Miramax Home Entertainment)Film: Extra’s:

Films over film doen het altijd goed in Hollywood. Maar ze zijn maar zelden echt goed. Misschien omdat een filmmaker die een film over film gaat maken eigenlijk twee films aan het maken is. Ten eerste een film met een goed verteld verhaal, wat al moeilijk genoeg is. En ten tweede een film met een goed verteld verhaal dat dan ook nog eens vol ins en outs en herkenbare, goed getroffen details over de filmindustrie en het proces van filmmaken zelf moet zitten. Dan moet je wel heel zelfverzekerd zijn. Lukt het niet, dan val je twee keer door de mand. Niet alleen omdat je geen goede film over de filmwereld kunt maken. Maar ook omdat je geen goede film kunt maken. Punt.

Dat is ook het geval met Hollywoodland, die vorige jaar op het Filmfestival Venetië in première ging, maar het in Nederland alleen met een dvd-uitgave moet doen. Regisseur Allen Coulter heeft op papier de beste credits voor de film waarmee hij zijn speelfilmdebuut wilde maken. Hollywoodland gaat namelijk over een van die zogeheten Hollywoodmysteries: de nooit opgeloste moord/zelfmoord van tv-Superman George Reeves (1914-1959), die 104 keer in het tricot van de man van staal kroop. Als reden voor zijn zelfmoord wordt meestal aangenomen dat hij er gek van werd dat hij altijd maar met Superman geïdentificeerd werd en nooit een serieuze carrière heeft kunnen opbouwen. Hij speelde bijrollen in From Here to Eternity (1953) met Frank Sinatra en Gone with the Wind (1939), met Clark Gable en droomde van de roem die die mannen hadden. Maar George Reeves hoorde niet tot de laatste generatie acteurs die een contract kregen bij de grote filmstudio’s, hij was van de eerste generatie die onder contract kwam bij het nieuwe medium televisie. En televisie werd toen zeker beschouwd als een minderwaardig medium en vooral een grote bedreiging voor de filmindustrie, waardoor je als tv-ster toch ook een beetje de vijand van je eigen droom was.

Wat de zaken er niet eenvoudiger op maakte is dat Reeves een langdurige verhouding begon met Toni Lanier, de echtgenote van MGM-topman Eddie Mannix. Privédetective Adrien Brody die in Hollywoodland Reeves’ zelfmoord onderzoekt krijgt op en gegeven moment een heel dossier in handen gespeeld waaruit zou moeten blijken dat Mannix een uiterst effectieve manier had om van mensen af te komen die hem voor de voeten liepen, en die heet in politiedossiers meestal ‘ongeluk met dodelijke afloop’.

Interessanter is hoe regisseur Coulter tussen de bedrijven door die periode van overgang van film naar televisie in Hollywood weet te schetsen. Zelf verdiende hij zijn sporen als regisseur van uiteenlopende series als Sex and the City, The Sopranos en Rome, dus hij weet waar hij het over heeft. Hij schetst de arrogantie van de filmindustrie op Hollywood Boulevard, terwijl in de televisiestudio’s dankzij Cornflake-gigant Kellogg’s die de rechten van Superman kocht (fijn detail!) het echte geld werd verdiend.

Hollywoodland is misschien niet zo gitzwart als de film zou willen. En Coulter wil iets te veel ‘film’ maken met sfeerbeelden die de thrillerplot onnodig ophouden. Fijn inkijkje in de schaduwzijde van ‘Tinseltown’ blijft het.