Solistisch vakwerk van jonge Russen

Concert: Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw. Werken van Voronov, Filanovski, Kourliandski, Sioumak en Safronov. Gehoord: 11/5 Nieuwe Kerk, Den Haag. Herh: 12/5 Amsterdam. Inl: www.muziekgebouw.nl.

‘Structural Resistance Group’ noemen ze zich, de handvol jonge Russische componisten van wie het Schönberg Ensemble gisteren het werk in Nederland introduceerde. Volgens hun manifest verzetten ze zich tegen het dorre academisme dat in de Russische muziekwereld heerst. Tegen de ‘Big Soviet Style’ – een apolitieke kwalificatie, aldus voorman Boris Filanovski – van componisten als Sjostakovitsj en Prokovjev. Maar wat stellen zij daar als jongere generatie van dertigers en veertigers dan tegenover?

Ze hebben vooral goed geluisterd naar wat er in het Westen gebeurd is, zo blijkt, zij het allemaal net ergens anders. De polyritmisch pulserende strijkers bij Safronov lijken geënt op het Amerikaanse minimalisme. En Filanovski, die zelf met vurige spreekstem de laatste woorden van een gangsterbaas herhaalt, borduurt voort op het theater van Berio en Kagel.

De meeste werken vertoonden dan ook niets ‘Russisch’ – nieuw noch oud. Alleen Dmitri Kourliandski’s Contra-Relief (2005) had zo een socialistische ‘Arbeidderssymfonie’ kunnen zijn, met zijn werkplaatsgeluiden, inclusief echte boor- en slijpmachine. Verwant aan de beroemde IJzergieterij die Mossolov in 1927 componeerde.

Iets echt eigens of geniaals valt er op dit concert dan ook niet te ontdekken, maar het is tóch een feest omdat Reinbert de Leeuw van ieder stuk wel iets briljants weet te maken. Vooral het openende werk van Voronov krijgt een magistrale uitvoering, scherp gedetailleerd en van een adembenemende klank. Solistisch vakwerk is er ook, in de Aria (2003) van Alexey Sioumak voor twee violen – als vonkjes opspattend boven het als traag magma verglijdende ensemble.