Schrijver moet boeken schrijven, niet klagen

Verbijsterend is het om de klaagzang van René Appel te lezen (`Voor schrijvers straks maar twee uitgeefconcerns`, Opiniepagina, 26 april) over het gebrek aan inspraak van auteurs bij fusies van uitgeverijen. Het zijn juist de auteurs zelf die de laatste jaren hebben aangetoond dat ze uitgeverijen kunnen maken en breken. Aan wie leggen zij zelf verantwoording af als ze besluiten om - inderdaad met in hun kielzog sleutelpersonen van de firma - hun heil bij een andere uitgeverij te zoeken en daarmee het fundament onder een uitgeverij wegslaan? Geen wonder dat er maar zo weinig uitgeverijen overblijven.

Datgene wat Appel en een reeks goed verdienende co-auteurs koehandel noemen is in werkelijkheid een noodzakelijke schaalvergroting om te overleven in een zeer concurrerende wereld waarin geldverschaffers, regelgevers, werknemers en auteurs steeds veeleisender worden.

Het meest storend is dat René Appel op geen enkele wijze duidelijk maakt wat hij met inspraak voor auteurs wenst te bereiken. Welke problemen ondervinden auteurs nu die hij dan kan voorkomen? Auteurs hebben een zakelijk contract met hun uitgeverij. Die uitgeverij heeft behalve een juridische plicht een gezond economisch belang bij de correcte naleving van haar afspraken. Auteurs hebben daarmee meer macht dan een werknemer, een aandeelhouder of een bestuurder. Dames en heren schrijvers: breng Nederland in vervoering met grootse en meeslepende boeken in plaats van dat geklaag in de krant. De schrijver in de rol van slachtoffer gaat het voorstellingsvermogen van uw publiek te boven.