Radioactiviteitslijn

Nee, er is geen radioactief materiaal kwijtgeraakt of gestolen in Pakistan. Dat zei deze week de woordvoerder van de Pakistaanse Nuclear Regulatory Authority, de PNRA. Dat er in Pakistaanse kranten sinds vorige week advertenties staan met het bekende, gele radioactiviteitssymbool, is alleen maar onderdeel van een bewustwordingscampagne, aldus de woordvoerder. In de advertenties worden mensen opgeroepen een meldlijn te bellen als materiaal met zo’n gele sticker ‘verloren of kwijtgeraakt’ lijkt te zijn.

“We houden alle radioactieve bronnen bij die zijn ingevoerd, die gebruikt worden en die afgevoerd zijn”, zei PNRA-woordvoerder Zaheer Ayub Baig. Maar “er is een minieme kans dat radioactief materiaal dat veertig of vijftig jaar geleden is ingevoerd, niet door ons gedocumenteerd is.” Verder zouden er radioactieve materialen in oude geïmporteerde machines kunnen zitten. Kortom, de campagne richt zich volgens de PNRA alleen op radioactieve isotopen voor medisch en industrieel gebruik.

Toch krijgen westerse kernwapenexperts er de kriebels van. Het voeren van een publiekscampagne is ongebruikelijk. En hoewel Pakistan officieel niet eerder radioactief materiaal is kwijtgeraakt, staat het land slecht bekend wat betreft het geheimhouden van kennis van nucleaire technologie.

De vader van het Pakistaanse kernprogramma, Abdul Qadeer Khan, smokkelde die kennis uit Nederland waar hij begin jaren zeventig aan het ultracentrifugeproject werkte. Ultracentrifuges verrijken uranium voor gebruik in kerncentrales, maar verrijkt uranium kan ook de grondstof voor kernwapens zijn. Khan zou zijn kennis intussen hebben doorverkocht aan Iran, Noord-Korea en Libië.