Portret van Willem I hangt nog steeds bij Fortis Brussel

De interessante beschouwing van J.L. Heldring (Opiniepagina, 3 mei) over de ABN Amro Bank (`In de schaduw van de moederbank`) vragen om twee aanvullingen.

Over de poging van ABN Amro in 1998 om de Belgische Generale Bank over te nemen merkt Heldring terecht op dat de mislukking hiervan verband hield met het ontbreken van besef dat de cultuur in België heel anders is dan die in Nederland. Het gebrek aan inzicht bij de onderhandelaars namens ABN Amro ging echter verder dan die bedrijfscultuur in België toen bovendien pijnlijk duidelijk werd dat ABN Amro het Belgische ondernemingsrecht niet voldoende kende. Dit laatste punt is interessant in het licht van de recente afwijzing door de Ondernemingskamer van het niet voorleggen door ABN Amro aan haar aandeelhouders van de verkoop van de LaSalle bank.

Het is verbazend dat ABN Amro en haar juridische adviseurs expliciet hebben vastgelegd in het contract met Bank of America dat volgens Nederlands recht voor deze verkoop geen goedkeuring van aandeelhouders nodig zou zijn.

Heldring schrijft ook dat de NHM (nu ABN Amro) en de Generale Bank (nu Fortis) beide door koning Willem I waren opgericht en vraagt zich af of Fortis misschien belangstelling heeft voor het portret van Willem I dat inderdaad nu prijkt op het hoofdkantoor van ABN Amro in Amsterdam. Ik vermoed echter dat `de Belgen` van Fortis (Fortis is trouwens deels Nederlands en deels Belgisch) geen behoefte hebben aan dit portret als zij erin zouden slagen als lid van het bankconsortium ABN Amro over te nemen.

Een ander portret van Willem I hangt namelijk nog steeds, samen met de portretten van alle (latere) koningen der Belgen, in de `Salle des Rois` in het hoofdkantoor van de (voormalige) Generale Bank aan de Koningslaan in Brussel.

Onze Belgische vrienden waarderen kennelijk - en terecht - nog steeds Willem I als de oprichter van hun Generale Bank, hoewel die waardering minder groot is voor Willem I als koning der Nederlanden vóór de afscheiding van België.