Plezierjacht

1394

Deze oude haas was aan alle gevaren ontsnapt, en nu hij, nog goed bij zijn hoofd, zijn einde zag naderen, achtte hij de tijd gekomen om zijn herinneringen vast te leggen. Hij nam een klapekster in dienst en begon te dicteren. Eerst over zijn jeugd. „Op een ochtend, na de hele nacht door het veld te hebben gerend en braaf in mijn moeders leger te zijn gaan slapen, werd ik wakker van twee donderslagen en een afgrijselijk geschreeuw... Mijn moeder lag zieltogend op de grond... Vermoord! In die ene seconde had ik geleerd wat een geweer, wat rampspoed, wat de Mens is. En haar dood was nog maar het begin. Een koninklijke jachtpartij, dat was het. Een slachtpartij, de godganse dag. Overal lijken, overal bloed, op het kreupelhout, op de platgetrapte bloemen... Vijfhonderd doden op één dag.”

Ik citeer uit De geschiedenis van een haas, geschreven door J.-P. Stahl (pseudoniem van Jules Hetzel, 1814-1886). Dit dier is voor het avontuur geboren. Hij raakt in gevangenschap, maakt de Revolutie mee, verdient met kunstjes de kost voor zijn baas en doet intussen de scherpste waarnemingen over de verhoudingen tussen mens en dier en de mensen onderling. Zijn autobiografie is onderdeel van een dik boek over het leven in de dierenwereld, waarvan in 1970 een Nederlandse vertaling is verschenen, bij Sijthoff in Leiden.

Stahl is altijd actueel gebleven. Ik dacht weer aan hem toen ik begin deze week op de televisie zag dat het wettelijk toegestaan aantal kippen per vierkante meter met drie of vier was verminderd. Een kippenboer stond op een vierkante meter zoals die op de grond was getekend. Daarna kwamen de kippen in hun nieuwe ruimte in beeld. De beperking, zei de boer, bracht wel economisch nadeel maar hij had er begrip voor. Graag zou ik de memoires van een oude kip willen lezen. Denk aan wat je ondergaat als je in een propvolle tram of lift staat en stel je voor dat je je hele leven daar moet doorbrengen, eventueel terwijl je eieren legt en weet dat je straks door de Mens wordt opgegeten.

Nu is Stahl actueler dan ooit. Als het een beetje wil en het kabinet krijgt zijn zin, zal het jachtverbod in de natuurgebieden worden opgeheven. Het hoeft dan niet lang meer te duren voor de plezierjacht op hazen, konijnen, fazanten, wilde eenden en houtduiven wordt heropend. Langs berg en dal klinkt hoorngeschal en daarna hoor je weer geknal. Het daartoe strekkende voorstel is ingediend, in 2002, door het Kamerlid mevrouw Schreijer-Pierik van het CDA, en werd toen aangenomen. Een christelijk initiatief dus. Laten we hopen dat mevrouw Schreijer bij het reïncarneren niet als haas of konijn hoeft terug te komen.

Staan we eerst nog even stil bij het woord plezierjacht. Betekent in dit verband: voor de lol dieren doodschieten. Ja, maar wat wil je? De mens is ook een schepsel Gods, zelfs de kroon op de Schepping en hij is nu eenmaal geschapen met een jachtinstinct.

Dit dwingt hem ertoe zich een dubbelloops jachtgeweer aan te schaffen, op gezette tijden een speciaal hoedje op te zetten, bijbehorend jasje en laarzen aan te trekken en dan schietend de natuur in te gaan. Dat is ook goed voor de natuur, want anders dreigt er een overbevolking van hazen en konijnen, en dan zijn we nog verder van huis. Al plezierjagend sla je dus twee vliegen in één klap: je bevredigt je jachtinstinct en je redt de natuur.

Ik ben zo vrij dit als schijnheilige flauwekul te beschouwen. Er getuige van te zijn dat een dier sterft, is op zichzelf al een verschrikking. Zeker als het gaat om een zoogdier, omdat dit nu eenmaal dichter bij ons staat. Een hond of een konijn, een haas of een kat, of een olifant, dat maakt geen verschil. Als de haas zich in groot gevaar bevindt, laat hij een klagend geschreeuw horen, lees ik in mijn oude encyclopedie. En de mannetjes leveren soms felle gevechten om het bezit van het wijfje. Weinig menselijks is de haas vreemd.

Als de moderne homo sapiens geen weerstand meer kan bieden aan zijn jachtinstinct, hoeft hij tegenwoordig niet meer de vrije natuur in. Je hebt amusementshallen, je kunt games op je computer installeren, misschien zijn er ook wel faciliteiten die je in staat stellen binnen een half uur een paar honderd hazen neer te knallen. In ieder geval kun je met enige handigheid een heel vijandelijk werelddeel of een planeet vol kwaadaardige zombies laten ontploffen. Als je daarbij een jagershoedje wilt opzetten en baggerlaarzen aantrekken, zal niemand je dat kwalijk nemen.

Intussen hebben we een Tweede Kamer met een andere samenstelling. Er is een christen-socialistische meerderheid. Minister Verburg van Landbouw en Natuur is tegen een algeheel jachtverbod, vindt dit „niet meer van deze tijd”. Maar er zijn ook twee Kamerleden van de Partij voor de Dieren. Socialisten, laat eindelijk eens zien wat je waard bent, denk aan je voorgangers die de plezierjacht barbaars vonden. Verhinder de plezierjacht en breng desnoods daarvoor dit kabinet ten val.