Niveau-daling

Was het vroeger beter? Het antwoord op deze vraag kan alleen worden gegeven door mensen met de nodige levenservaring. Door ouderen dus. Maar hun oordeelsvermogen wordt gehinderd doordat in hun herinnering veel ervaringen uit het verleden hun scherpe kanten hebben verloren. Misschien vormt dit wel een noodzakelijk mechanisme van de overlevingsstrategie van de menselijke soort. Aan de andere kant kent ook dit voordeel een nadeel: de overwaardering van het verleden resulteert namelijk automatisch in een onderwaardering van het heden.

Ik krijg vaak reacties van lezers die mij vertellen dat het niveau van het huidige hbo nauwelijks dat van het vroegere mbo haalt. Komt dit door een roze bril, of is het echt zo? Onlangs legde ik deze vraag voor aan enkele ervaren docenten van een technische mbo-opleiding. Ook zij waren er van overtuigd dat de leerlingen vroeger aan het eind van hun opleiding meer wisten. Toch meenden zij dat die leerlingen het in het huidige bedrijfsleven niet zouden hebben gered. Op mijn vraag waarom niet, luidde het antwoord dat bijvoorbeeld in overleg met anderen samenwerken iets is wat vroeger velen niet konden. Dat was toen ook niet echt nodig, terwijl het nu een stringente eis is.

Het bewijst maar weer eens met hoeveel wantrouwen we moeten kijken naar klachten over niveaudaling. Maar aan de andere kant moeten we er wel op verdacht zijn. Enige tijd geleden schreef ik over het eindexamen samenvatting Nederlands voor het vwo. Dat men leerlingen ter voorbereiding van een wetenschappelijke studie een dergelijke stompzinnige opdracht, die bovendien niets met samenvatten van doen heeft, durft voor te schotelen vormt voor mij afdoende bewijs dat, althans wat dit betreft, het niveau flink moet zijn gedaald.

Over het niveau van de havo krijg ik vaak klachten, met name uit het hoger beroepsonderwijs. De havisten waren vroeger op de meeste terreinen duidelijk beter dan de leerlingen uit het mbo, maar inmiddels is de situatie eerder andersom. Er is alle reden om aan te nemen dat deze klachten gegrond zijn.

Onlangs heeft Levende Talen Magazine een artikel gepubliceerd over het niveau van de luistertoetsen. Bij Engels blijkt het niveau de laatste jaren nagenoeg gelijk te zijn gebleven, maar bij Frans en Duits blijkt dat aanmerkelijk te zijn verlaagd. Zo staat het niveau van de havo voor deze beide examenonderdelen nu gelijk aan dat van de mavo tien jaar geleden.

Dat dit heeft kunnen gebeuren is een gevolg van de wijze van normering. Daarbij gaat men er van uit dat nooit meer dan 35 procent van de leerlingen een onvoldoende mag scoren. De normering is dus gekoppeld aan de prestaties van de leerlingen. Als die van jaar tot jaar geleidelijk minder gaan presteren, heeft dat geen enkel effect op de resultaten. Het aantal onvoldoendes blijft gelijk. Doordat van jaar tot jaar de eindexameneisen worden aangepast aan het niveau van de leerlingen, kon, wat deze onderdelen betreft, havo geleidelijk mavo worden.

Het is bij multiple-choice examens eenvoudig mogelijk om de normering zo in te richten dat de eisen constant worden gehouden. Het effect daarvan zal het omgekeerde zijn van wat nu het geval is: het is dan niet langer zo dat de cijfers zich aanpassen aan het niveau van het onderwijs, maar andersom: dat het onderwijs zich aanpast aan de eindexameneisen. En het moet toch iedereen duidelijk zijn dat dit laatste de bedoeling is.

Dus zou ik, als ik minister was, de opdracht geven aan toetsenmakers en normeerders: zorg ervoor dat we over vijf jaar weer zitten op het niveau van tien jaar geleden.

lgm.prick@worldonline.nl