Niet langer dan tien minuten reanimeren bij pasgeborenen

Bij baby’s die na de geboorte gereanimeerd worden en na tien minuten nog geen hartactie of andere tekenen van leven vertonen, moet de reanimatie stopgezet worden. Dat concluderen Britse artsen. De reden: negen op de tien van deze kinderen zal overlijden of zeer ernstig gehandicapt zijn. Van 94 onderzochte kinderen was er maar één die op tweejarige leeftijd van de onderzoekers het predikaat ‘licht gehandicapt’ kreeg. (American Journal of Obstetrics and Gynecology, mei 2007)

In Nederland worden jaarlijks bijna 200.000 kinderen geboren. Reanimatie van een pasgeborene is zeldzaam. De reden kan zijn dat het kindje een ernstige infectie heeft, een aangeboren afwijking van bijvoorbeeld het hart of ernstig zuurstoftekort tijdens de baring.

In de week na de geboorte overlijdt volgens het RIVM circa 2.6 promille. Hoeveel kinderen gereanimeerd worden en hoe het hen vergaat wordt niet standaard geregistreerd.

Eén minuut na de geboorte krijgen kinderen hun eerste rapportcijfer, de Apgar score. De bedenkster is de Amerikaanse anesthesist Virginia Apgar. Op oude foto’s is ze terug te vinden, terwijl ze baby’s ondersteboven houdt. Met prikkels probeert ze teken van leven aan pasgeborenen te ontlokken. Deze Apgar score geeft punten voor de kleur (mooi roze of blauw), de spierspanning, ademhaling, reactie op prikkels (tegenwoordig geen klap op de billen meer, maar wrijven over de rug) en de hartslag. De test wordt na vijf en tien minuten herhaald. Een kind met een Apgarscore van nul na tien minuten is dus blauw, slap, ademt niet, reageert niet op prikkels en heeft geen hartslag.

De onderzoekers, uit Oxford, hebben geboorten in hun eigen ziekenhuis (ruim 83.000 in vijftien jaar) en in de literatuur onder de loep genomen. In totaal vonden ze 94 kinderen die niet in de buik voor de geboorte overleden waren, maar bij geboorte gereanimeerd moesten worden en na tien minuten geen teken van leven toonden. Van deze kinderen overleden er 78. Tien waren er zeer ernstig gehandicapt met spasticiteit van alle ledenmaten en een ernstige ontwikkelingsachterstand.

Twee kinderen waren volgens de onderzoekers ‘mild gehandicapt’. Eén kindje, met ernstige bloedarmoede bij de geboorte als gevolg van een gesprongen bloedvat in de moederkoek waarvoor het meteen na de geboorte een bloedtransfusie kreeg, was op de tweede verjaardag licht gehandicapt. Van drie kinderen was de uitkomst niet bekend.

In de Nederlandse richtlijn voor reanimatie van pasgeborenen door kinderartsen valt nu nog te lezen dat de reanimatie van pasgeborenen na vijftien minuten mag worden stopgezet. De kinderartsen gaan dit waarschijnlijk aanpassen.

Nienke van Trommel