Medische tuchtcolleges bewijzen hun betekenis

Johan Legemaate, voorzitter van de Vereniging voor Gezondheidsrecht werd in deze krant van 20 april aangehaald met de woorden: ”Medisch tuchtrecht voldoet niet meer”. Hij heeft kritiek op het feit dat samenwerkingsverbanden (bijvoorbeeld doktersmaatschappen) niet op hun fouten kunnen worden aangesproken. Maar daarvoor is wetswijziging nodig. Slechts 18 procent van de ingediende klachten zou leiden tot bestraffing. Door telkens - hij deed het al eerder - op dat geringe percentage te hameren miskent Legemaate dat tuchtcolleges vaak geconfronteerd worden met klachten over problemen van patiënten die niet in de hulpverlening zijn veroorzaakt en die elders moeten worden opgelost. Belangrijker is, dat medische missers vaak niet bij de tuchtrechter komen, omdat de fout niet wordt ontdekt of omdat de patiënt dat niet wil. Het zou beter zijn om dat eens te analyseren.

Volgens Legemaate worden problemen opgelost als patiëntenorganisaties tot de tuchtcolleges worden toegelaten. Dat suggereert ten onrechte een eenzijdige samenstelling van de colleges die geen oog hebben voor de belangen van patiënten. Maar het gaat niet om de belangen van patiënten of artsen, maar om het belang van de kwaliteit van de gezondheidszorg als geheel. De tuchtcolleges willen ruimte houden om met onpartijdige en deskundige rechtspraak aan die kwaliteit bij te dragen. Ze bewijzen in toenemende mate hun betekenis. Verdere ontwikkeling blijft natuurlijk nodig, maar aan ongefundeerde en suggestieve uitspraken, als zou men wel zonder het tuchtrecht kunnen, hebben we niets.