Kabaal in de klas

Astrid Boon schreef een boek over de aanpak van lastpakken in de klas. “Ik dacht opeens: slaan is verboden, strafregels niet.” Brigit Kooijman

Scholen hebben geen flauw idee meer hoe ze lastige pubers moeten aanpakken. De gevolgen zijn niet gering: een grote toename van het aantal schorsingen en verwijderingen, ontsporingen, soms zelfs uitmondend in crimineel gedrag. Rustige leerlingen die lijden onder het drukke gedrag van hun klasgenoten, met alle gevolgen voor hun schoolprestaties. Om het maar niet te hebben over de leraren, van wie de meesten met kerst al óp zijn. Aldus Astrid Boon, als orthopedagoge verbonden aan veertien middelbare scholen in Amsterdam en omstreken. Scholen van allerlei pluimage: wit, zwart, gemengd, en van vmbo tot gymnasium.

“Er is zoveel kabaal in die klassen! Leerlingen die voortdurend praten tijdens de les, met proppen gooien. De stoelen vliegen soms door de lucht. Complete chaos. ‘Een levendige klas’ noemen docenten dat. Vaak gaat het om een kliergroepje van een stuk vijf leerlingen, van wie de rest erg veel last heeft. Scholen beseffen niet dat rust in de klas voor veel kinderen een voorwaarde is om te kunnen leren. Ik maak geregeld mee dat kinderen op zoek gaan naar een andere school of expres doubleren om maar van die druktemakers verlost te zijn. Toen zo’n leerling eens besproken werd in het zorgteam, stelde ik voor om hem na de zomer in een rustige 4-havoklas te plaatsen. De reactie was: ‘Een rustige 4-havoklas? Die bestaan toch al lang niet meer! In welke tijd leef jij eigenlijk?’”

In haar boek Wie de leerling liefheeft, dat volgende week uitkomt, pleit Boon voor een ‘strenge maar liefdevolle’ benadering van lastige leerlingen. “Wat nodig is, zijn duidelijke regels én duidelijke consequenties bij overtreding. Het werkt niet als een docent maar blijft roepen dat het afgelopen moet zijn met dat wangedrag. Leerlingen willen dat hij na een of twee waarschuwingen ingrijpt, zodat ze weten wat ze riskeren als ze regels overtreden. Afgezien van die kleine minderheid met een natuurlijk overwicht, hebben leraren daar tegenwoordig vreselijk veel moeite mee. Sinds de jaren zeventig leren ze op de opleiding dat straffen voor losers is. Onzin, de leerling heeft recht op sancties voordat hij verkeerde gewoontes ontwikkelt.”

Kinderen raken van de wijs in de puberteit, zegt Astrid Boon. “Ze raken verblind door hun kortetermijnwensjes. Computer, televisie, lol maken met vrienden, het is allemaal veel belangrijker dan serieus je best doen op school. Of het nu gaat om pesten, spijbelen, smoezen verzinnen, vluchtgedrag – pubers verwachten van ons, volwassenen, dat we ze weer op het juiste spoor zetten. Daarom hoeven we ook niet bang te zijn om de relatie met hen te verspelen.”

feestje

De huidige strafmaatregelen – de leerling de les uitsturen en laten nablijven – helpen niet, zegt Boon. “Ze werken statusverhogend, en vaak maakt het groepje leerlingen dat moet nablijven er een gezellig feestje van. Zelfs een schorsing maakt geen indruk, daarmee geef je de leerling alleen maar extra vrije tijd. Tussendoor wordt er eindeloos gepraat met de zich misdragende puber, door de mentor, de conrector, hulpverleners. Het helpt niet! Ik durf zelfs te zeggen dat het averechts werkt, al dat gezucht en al dat ‘wat moeten we nu toch met jou?’”

Dankzij Dino bedacht Astrid Boon twaalf jaar geleden de schrijfstraf. Dino kon het niet laten om tegenover meisjes seksistische opmerkingen te maken en dreigde van school verwijderd te worden. Hij wordt bij Boon langs gestuurd, samen peinzen ze over een oplossing. Thuis krijgt hij een klap, zegt hij, als hij zich misdraagt. Slaan mag niet meer, vertelt ze hem, dat is iets van vroeger. Net als strafregels. Hé, maar die zijn niet verboden, schiet het door haar heen. Ze spreken af dat Dino bij de volgende misstap honderd keer schrijft: ‘Ik mag niet meer tegen meisjes zeggen: steek een paal in je reet, ook niet als ik ergens over uit mijn humeur ben, want dat is niet respectvol omgaan met mijn medeleerlingen. Bovendien maak ik de meisjes zo bang’. In te leveren met de handtekening van zijn ouders. De straf hoefde uiteindelijk niet eens opgelegd te worden, Dino heeft niet één seksistische opmerking meer gemaakt.

sfeer

“De voordelen van deze methode zijn enorm, zegt Boon. “Je hoeft een leerling niet de klas uit te sturen en hem onderwijs te onthouden. Je bent hard op het vergrijp, maar blijft vriendelijk jegens de persoon, daardoor blijft de sfeer goed. Verder is de schrijfstraf niet statusverhogend, en voldoende ‘irritant’, want het berooft de leerling van zijn vrije tijd.”

Omdat in de strafregels het wangedrag beschreven staat en de ouders die moeten ondertekenen, weten zij ook meteen wat hun zoon of dochter heeft uitgehaald, zegt Boon. “Het is een lichtvoetige manier van communiceren met de ouders, minder belastend dan een brief of een telefoontje van de mentor, met slecht nieuws over het gedrag van het kind. Daar schrikken ouders vaak van, ook omdat er soms al van alles gebeurd is waar ze niet van op de hoogte waren. Leerlingen daarentegen vinden het meestal vreselijk om pa en ma de strafregels te moeten laten zien, zodat ze zich een volgende keer wel beter bedenken.”

In Wie de leerling liefheeft legt Boon in een gedetailleerd stappenplan uit hoe de schrijfstraf moet worden toegepast. Eerst een vriendelijke waarschuwing. Daarna een duidelijke waarschuwing dat bij een volgende overtreding strafregels volgen, enzovoorts. Bij niet op tijd inleveren van het schrijfwerk volgt verdubbeling. Pas als de leerling de schrijfstraf niet uitvoert ofwel blijft volharden in zijn wangedrag, komen respectievelijk de mentor, de afdelingsleider en de hulpverlening in beeld.

Boon beschrijft voorbeelden van schijnbaar hopeloze pubers die dankzij de schrijfstraf hun gedrag op slag wisten te veranderen. Zo werkt de methode dus tevens als een zeef voor de echte probleemgevallen.

geen rugdekking

Toen Boon een paar jaar geleden in deze krant over de schrijfstraf vertelde, kreeg ze positieve reacties van leraren en ouders, maar niet van schooldirecties en vakgenoten. Enkele leraren werken met haar methode, maar ze krijgen meestal geen rugdekking van hun directie. “De ideologische weerstand is groot. Straffen is uit, praten is in. Mijn methode wordt geassocieerd met repressie. Hoe hoger je komt in het management, hoe groter de weerstand.”

Gelukkig waait er sinds kort een andere wind, zegt Boon. “Denk aan het parlementaire onderzoek naar de problemen in het onderwijs dat er gaat komen, en de kritiek op het nieuwe leren, waarin óók te veel verantwoordelijkheid van de leerling wordt geëist. Mijn hoop is gevestigd op de ouders, zowel van de lastpakken als van de kinderen die met hoofdpijn thuiskomen. Ik hoop dat die ouders om corrigerende maatregelen gaan vragen.”

‘Wie de leerling liefheeft’, door Astrid Boon, verschijnt op 14 mei. Rozenberg Publishers, Amsterdam. ISBN 9789051708875; 22,50 euro