In slowmotion wordt bijna elk beeld mooi

Tentoonstelling: De ontdekking van de traagheid. T/m 20 mei in KW 14, Waterstraat 16, Den Bosch. Vr t/m zo 13-17u. Inl: www.kw14.nl , 073 6143411

Voor de tentoonstelling De ontdekking van de traagheid verzamelde kunstenaar Marjan Teeuwen, oprichtster van het kunstenaarsinitiatief KW 14 in Den Bosch, een imposante hoeveelheid slome videokunst. De traagheid in deze werken is soms zenuwtergend, maar levert ook wonderschone beelden op. Er is werk te zien van ruim vijfentwintig kunstenaars, onder wie Hans op de Beeck, Sylvie Zijlmans en Jeroen Kooijmans. Het is dus verstandig om flink wat tijd uit te trekken om al dat stils goed op je te laten inwerken.

De echte ‘ontdekking van de traagheid’ vond eigenlijk al een aantal jaar geleden plaats, toen kunstenaars als Rob Johannesma en David Claerbout begonnen met het maken van uiterst langzame video’s. Beiden lieten de tijd zijn loop nemen, in trage beelden van respectievelijk bossen en een zonsopgang onder een viaduct. Maar ook in veel vroeger werk van bijvoorbeeld Andy Warhol of Wim T. Schippers speelt traagheid een hoofdrol. Warhol filmde urenlang hoe een man aan het slapen was of hoe het Empire State Building van kleur veranderde, Schippers richtte zijn camera op een bos bloemen en registreerde, na lang wachten, het vallen van een bloemblaadje.

Veel trage kunst is geïnspireerd door de natuur, zo blijkt ook in Den Bosch. Ine Lamers fotografeerde een bevroren ijszee en monteerde de beeldjes aaneen tot een video. Bijna onzichtbaar kruit het ijs. Eelco Brand neemt ons mee op en onder de rustgevend kabbelende waterlijn (R. movi, 2005) of naar een ritselend dennenbos (B. movi, 2006). En Lon Robbé houdt onze blik in Dusk (2005) gevangen bij een meertje, terwijl de nacht valt. Al kijkend moet je wel bijna in trance raken: je hartslag wordt lager, de ademhaling vertraagt. Al deze stille, contemplatieve, en betoverende beelden zijn schatplichtig aan de romantische schilder Caspar David Friedrich.

Andere kunstwerken zijn een onderzoek naar beweging en herhaling. Niet zelden is gekozen voor de loop: een film zonder begin of eind. Het obsessieve videomeerluik (Paradise twenty-one, 2006) van fotograaf Paul Kooiker is een variant op het idee van het verhaal zonder kop en staart. Hij laat dikke dames voor de camera ronddraaien, afgewisseld met freudiaanse beelden van spuitende fonteinen. Soms zijn obsessies meer iets om voor jezelf te houden.

Dat geldt ook voor het werk van Arno Nollen. Hij filmt een naakte vrouw, gebonden aan handen en voeten, de mond gesnoerd. Deze twee kunstenaars zetten met hun films fotografie als het ware weer in beweging. Maar die beweging voegt niets wezenlijks toe.

Traagheid staat op deze expositie vaak gelijk aan schoonheid: in slowmotion wordt bijna alles mooi. Ook in verhalende video’s, zoals Geschriften L.L. van het duo Broersen en Lukàcs, kan de traagheid van de camera een belangrijke sfeermaker zijn. In langzame, geduldig uitwaaierende verhaallijnen komen de herinneringen van opa Lukàcs aan bod – over zijn leven, de oorlog, en het naoorlogse leven in Amstelveen. Tuttige voortuintjes en een kerkgebouw dat tot in de hemel lijkt te reiken, geven een tastbaar gevoel van nostalgie.

Dat is wat traagheid doet: het maakt mooi. De expositie is een warm bad van schoonheid, een fraai tegenwicht voor een snelle, harde maatschappij. Deze kunstenaars wenden zich af van de hectiek van alledag en duiken in zachte dromen. Dat werkt aanstekelijk. Traagheid verguldt als het ware de wereld.