Hockey India ‘in zwart gat’

Het hockey in India, ooit dé nationale sport, maakt moeilijke tijden door. Door de slechte prestaties van de nationale ploeg worden de subsidies gehalveerd.

Ooit stonden ze bekend om hun weergaloze techniek. Dat was in de tijd dat de wereld nog aan de voeten lag van hockeyland India. Maar een nationale sport is hockey al lang niet meer in India, achtvoudig olympisch kampioen. En verhalen over de legendarische pingelaars van weleer liggen inmiddels onder een dikke laag stof.

Het Indiase hockey zakte de afgelopen jaren zó ver weg dat plaatsing voor de Olympische Spelen al een grote opgave is. Onlangs miste de nationale ploeg bij de Aziatische Spelen het podium – ongekend voor een land dat ooit 32 jaar achterelkaar ongeslagen was tijdens de Olympische Spelen, van 1928 (Amsterdam) tot de finale van 1960 (Rome) toen nota bene aartsvijand Pakistan de hegemonie beëindigde.

Maar finales haalt India al jaren niet meer, en de crisis wordt dieper en dieper. Tot afgrijzen van de hockeyfans kondigde de minister van Sport, Aiyar, woensdag in het Indiase parlement aan dat het hockey was gedegradeerd van de categorie ‘belangrijke sporten’ naar de categorie ‘algemene sporten’. Hockey is daarmee in India nu officieel minder belangrijk dan squash, kanoën en de Chinese vechtsport wushu. Concreet houdt dat in dat de subsidie voor de hockeyers wordt gehalveerd. Puur en alleen, aldus Aiyar in een harde uitleg in New Delhi, door de „voortdurende slechte prestaties op alle grote toernooien van de afgelopen tijd”. Bij het laatste WK eindigde India als elfde en voorlaatste.

Met minder geld wordt plaatsing voor de grote hockey-evenementen alleen maar moeilijker. „Het was bekend dat het Indiase mannenhockey al een behoorlijke tijd aanmoddert in de middeleeuwen, maar woensdag werd de sport met één pennestreek in een zwart gat geduwd”, schreef de Times of India een dag later.

Onbegrip heerst ook bij het Indiase olympisch comité (IOA). Voorzitter Suresh Kalmadi zei gisteren dat de sport juist nú meer gebaat is bij steun dan bij een ontmoedigingsbeleid.

De neergang van het Indiase hockey loopt parallel aan de invoering van het kunstgras vanaf de jaren zeventig. Maar in een land als India is een fijnmazig web van kunstgrasvelden om financiële redenen ondenkbaar. Mede door het gebrek aan kunstgras kreeg de onnavolgbare Indiase technicus niet de kans zich om te scholen tot de moderne hockeyer die het moet hebben van snelheid en kracht.

Maurits Hendriks, bondscoach van Spanje en een drijvende kracht achter de oprichting van de Premier Hockey League, de nieuwe profliga in India, is niet verrast door de ambtelijke ‘degradatie’ van het hockey. „Het geeft wel aan dat de situatie nog zorgelijker is dan we al wisten”, zegt Hendriks, die de internationale hockeyfederatie eerder al opriep iets te doen tegen de doodsstrijd van het hockey op het subcontinent.

Het antwoord kwam recent: het WK van 2010 is toegewezen aan New Delhi, dat in dat jaar ook de Gemenebestspelen organiseert. „Het WK is de kurk waarop het Indiase hockey nog drijft”, zegt Hendriks. „Het hockey draait voor een groot deel op kosten van de overheid. Sponsorgelden zijn heel moeilijk te los te krijgen.”

Dat betekent niet dat het geld er niet is; vorig jaar betaalde het Indiase bedrijf Nimbus bijna een half miljard euro voor de televisierechten op de thuiswedstrijden van het nationale cricketelftal van India.

Hendriks heeft wel hoop dat de profliga bijdraagt aan de herrijzenis van het hockey. Hij doelt daarbij vooral op het feit dat sportzender ESPN de competitie blijft uitzenden. „Blijkbaar verdienen ze genoeg, anders waren ze gestopt.”

Maar het jaarlijkse wintertoernooi, waaraan ook buitenlandse sterren meedoen, onder wie een aantal Nederlanders, werd twee maanden geleden ontsierd door een incident dat de sport nog verder in diskrediet bracht.

In de finale, in Chandigarh, vielen spelers van Sher-e-Jalandhar India’s topscheidsrechter Satinder Sharma aan nadat deze een doelpunt van de Orissa Steelers ten onrechte zou hebben goedgekeurd. De arbiter was zo boos, geïntimideerd en aangeslagen over de aanslag dat hij van het veld stapte en weigerde de wedstrijd af te maken – dit alles voor het oog van miljoenen onthutste televisiekijkers. Ook voor Hendriks was het het meest schokkende incident dat hij had gezien. Desalniettemin zien Hendriks en de Indiase hockeyfederatie de profliga als de manier om het binnenlandse hockey weer op de rails te krijgen. Als dat gebeurt, zo is het idee, dan komt het enthousiasme vanzelf terug voor de sport die India in 1928 het eerste olympisch goud bezorgde.