Harderwijk- Speuld

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op de Veluwe

In de tuinen bij de Harderwijkse villa’s lopen de mannen op hun weekendklompen hun heggen te inspecteren. De vrouwen houden zich schuil of ze fietsen voorbij. Iemand heeft twee vellen papier verloren, elk met het recept voor ‘Pommes dauphine’.

Tussen de bomen iets verderop, waar donker zand traag stuift boven de bospaden, begint klassiek vakantieland. Slanke sparappels en dikke dennenappels zorgen voor gekraak in de kuiltjes van voeten, pootjes en hoeven. Fluitekruid en zevenblad maken wit gedwarrel in de brandnetelberm, de bloeiende vlierbes en vogelkers doen hogerop hetzelfde, de ene met parasolletjes, de ander met witte vingers. Een acacia, dik en groot en met schors vol groeven en deurknoppen, hangt ook al witte bloemen uit, in lange trossen met een zoet parfum. (Eigenlijk heet hij pseudoacacia, maar dat vind ik zo’n gemene naam. Je gaat toch iemand niet pseudo noemen? En zeker niet met dit mooie weer).

Uit het struikgewas klinkt getsjiep, verder is er alleen een verre kettingzaag te horen. Vakantiehuizen soezen onder rieten daken en hebben verschoten gordijntjes met flinke motieven. Door die gordijnen krabbelt het woord ‘cretonne’ aan mijn hersens, een reliek uit de tijd dat men, onze ouders en grootouders, sowieso ‘naar de Veluwe’ ging voor een week vakantie, twee als je mazzel had.

‘Men’ had gelijk. Het is hier mooi en kalm en vol goede luim. De wind kietelt de takken, stille schaduwen vloeien over de varengrond tussen de stammen. De zon maakt spiegeltjes van al het blad, maar niet van de beukenblaadjes, die worden groene lampjes. Boven een asfaltweg voert een merel vlak voor de bumper van een auto een glijvlucht uit. Bij een auto van de andere kant doet ze het nog een keer.

„De paardenbloem is al blaasbaar”, stelt man vast. En, bij een holletje in de grond: „Hier is een konijn ondergronds gegaan.” Zouden konijnen tijgeren? Ik zie er niet één, dus dat laat zich niet onderzoeken.

Daar is de man van de kettingzaag. Vastgegord als een alpinist hangt hij op een meter of vier hoogte.

Het ene pad volgt op het andere. Vaak zijn ze van zand, soms van grind. De paden zijn smal, regelmatig dubbelsporig, met een bolle middenberm van warrig gras.

Bordjes wijzen er meermalen discreet op dat we een huifkarroute bewandelen. Maar we hoeven nooit opzij te springen voor zo’n drieste kar met pony ervoor (gevoelswaarde: twee paardjes).

De wandelaars hebben het hier voor het zeggen. Dat houden we zo. Vind ik.

15 km. Kaartjes 21 en 11 uit: Jac. Gazenbeekweg. Uitg. Nederlandse Wandelsport Bond, Pieterskerkhof 22, Utrecht. Tel. 030 2319458. Begin- en eindpunt van deze wandeling zijn verbonden via bus 501 in Speuld (niet op zondag) naar station Ermelo, alwaar elk half uur een trein naar Harderwijk rijdt. Inl. tel. 0900 9292 of www.9292ov.nl.