Hans en Hessel

Al tijdens de introductiedagen van de brugklas valt Hans op. Hij is groot, zwaar, draagt steeds hetzelfde groezelige trainingspak. Hij loopt breed, stoer. Hij komt zonder tas op school, heeft geen eten bij zich en gaat in de les zitten wachten wat er op het programma staat.

Hoe is die jongen in een h/v brugklas terechtgekomen? De conrector besluit na een paar weken te informeren bij de basisschool van Hans. Zijn juffrouw begrijpt de vraag. Zij had eigenlijk ander onderwijs geadviseerd maar de Cito-score was onverwacht hoog, dus waar blijf je als leerkracht dan met je advies?

En zo zit Hans dus maand na maand in de schoolbanken om zich heen te verzinnen wat hij zal doen. Gelukkig heeft hij Hessel, zijn vriend. Hessel draagt een enorme blauwe beugel. Als hij die in heeft kan hij niet praten. Hij moet zijn kaken op elkaar houden. Helaas is hij een driftkikkertje dat veel te zeggen heeft. Als Hans naast hem zit plopt hij beugel in beugel uit. Ze geven elkaar qua concentratie weinig toe. Heeft Hessel een trekrotje dan trekt Hans. Molt Hessel een pen dan blaast Hans de inkt eruit. Hebben ze honger dan plunderen ze de broodtrommels van klasgenoten. Hebben ze toch eens een boek nodig dan zijn er tassen met boeken genoeg. Vaak zitten de vrienden als eenzaam vooruitgeschoven spitsen linksbuiten en rechtbuiten in de klas. Als de leraar boos wordt omdat Hans met zijn vuist op tafel zit te beuken, dan moppert hij dat je hier ook nooit wat mag. Eén middel werkt soms: de jongens oogluikend toestaan een spelletje op hun mobiel te spelen. Dan zijn ze even zoet. Kun je eindelijk aandacht geven aan andere leerlingen.

De ouders van Hessel zien dat hun zoon niet gelukkig is. Praktijkonderwijs is beter, besluiten ze. En nog veel sterkte met Hans, juf, vertrouwt Hessel zijn mentrix toe als hij afscheid van haar neemt.

Nu zit Hans alleen. Zijn ouders menen dat de school te kort schiet. Hans is het met ze eens. De leraren hier hebben de pik op hem. Hij gaat op een andere school meelopen. Op proef.

Maar na drie dagen keert hij weer als vanouds de prullenbakken in de gang om.

Hoe heb je het daar gehad, Hans? vraagt zijn mentrix.

Echt slecht, juf, zegt hij. Hij schudt meewarig zijn grote hoofd. Echt juf, die school is niets voor mij. Het is een veel te grote chaos daar.