Geen luxaflex, maar een listige knik

De vlucht van levende vogels bestuderen in een windtunnel is al een prestatie op zich. Pas na veel gewenning lukt het om het beestje keurig te laten klapwieken in de wind, als een hardloper op de lopende band. En probeer dat maar eens met vleermuizen, beweeglijk en mensenschuw als ze zijn. Wetenschappers in het Zweedse Lund is het nu toch gelukt, met een tropische nectaretende vleermuissoort. Ze trainden twee van deze kleine langtongvleermuizen (Glossophaga soricina) om honingwater op te zuigen uit een metalen buisje in de windtunnel. De vleermuizen hielden de vlucht op deze manier twee tot twintig seconden vol, net lang genoeg om zinvolle metingen te kunnen doen.

Vleermuizen vliegen heel anders dan vogels, omdat hun vleugels bestaan uit een dun aaneengesloten membraan in plaats van losse veren. Vogels kunnen hun veren tijdens het omhoog komen van de vleugels iets kantelen, zoals luxaflex, zodat ze door deze slag geen lift verliezen. Vleermuizen hebben dat nadeel wel, en moeten dat compenseren door hun vleugelbeweging. De onderzoekers ontdekten dat de vleermuizen hun vleugels tijdens de opgaande slag knikken, waardoor ingewikkelde luchtwervelingen ontstaan die de vleugel aan de basis een duwtje omhoog geven. Dat compenseert deels het verlies aan draagkracht in de rest van de vleugel. (SV)