Fotobroeders begonnen voor zichzelf: 60 jaar Magnum

Het beroemde fotoagentschap Magnum bestaat zestig jaar. Bart Funnekotter beschrijft de oprichting van een club voor vrije jongens.

Najaar 1943. Op het pittoreske eilandje Capri voor de kust van Napels rusten twee oorlogsfotografen uit van maandenlang zwaar en gevaarlijk werk. De Brit George Rodger is te gast in een villa die geregeld is door zijn Amerikaanse collega Robert Capa. Ze praten over hun vak en Capa beweent, onder het genot van een goed glas wijn, het lot van de fotograaf. Hij mag sinds zijn werk tijdens de Spaanse Burgeroorlog bekend staan als ‘de beste oorlogsfotograaf ter wereld’, grote rijkdom heeft die eretitel hem niet opgeleverd.

Integendeel, Capa (in Boedapest geboren als André Friedman) heeft over het algemeen geen cent te makken. Dat heeft hij voor een groot deel aan zichzelf te danken. Hij is dol op gokken, mooie vrouwen en het drinken van champagne. Het onderhouden van deze liefhebberijen kost hem handenvol geld. De oplossing voor zijn financiële problemen zoekt hij echter niet in het aanpassen van zijn uitgavenpatroon. Fotografen zijn in deze tijd geheel overgeleverd aan hun opdrachtgevers. Kranten en tijdschriften als Life sturen hen voor een vast bedrag op pad met een streng omschreven opdracht en verkrijgen daarna het copyright van alle beelden die gemaakt zijn. Naar eigen inzicht foto’s maken en die zelf exploiteren is onmogelijk.

broederschap

Aan deze situatie wil Capa een einde maken. Hij stelt Rodger voor om na de oorlog een coöperatief agentschap op te zetten, waarbinnen fotografen hun eigen zaken regelen en het auteursrecht op hun werk behouden. Rodger herinnert zich later: „We praatten over een toekomstige broederschap, want hij was van Life en ik was van Life en we waren allebei niet blij. Het doel van deze broederschap was dat we we vrij zouden zijn van alle redactionele druk en dat we zouden werken aan verhalen waaraan we wilden werken en dat iemand al de rotklusjes voor ons zou doen. Hij zei: ‘Luister old goat, vandaag is niet van belang en morgen is niet van belang. Het draait om het eindspel, en wat telt is hoeveel fiches je dan in je zak hebt.’ ”

Na hun korte retraite vertrekt Rodger naar Noord-Afrika. Capa blijft nog enkele maanden in Italië. Ze spreken af dat wie na de bevrijding van Parijs het eerste in de Franse hoofdstad is, twee kamers zal reserveren in een luxe hotel en daar op de ander zal wachten.

Capa reist in de lente van 1944 naar Londen. Hij hervat er een oude affaire met de beeldschone vrouw van een RAF-piloot en houdt zich verder onledig met drinken en gokken, al dan niet begeleid door zijn vriend Ernest Hemingway. Nadat hij op 6 juni op Omaha Beach zijn wereldberoemde foto’s van D-Day heeft gemaakt, trekt hij met de troepen van de Franse generaal De Gaulle naar Parijs. In de hoofdstad aangekomen haast hij zich naar Hôtel Lancaster om er twee kamers te reserveren. Hij is te laat. George Rodger is hem een uur voor geweest.

In Parijs wordt Capa herenigd met de twee mannen die hem in de jaren dertig op pad hebben geholpen als fotograaf: de Fransman Henri Cartier-Bresson en de Amerikaan David ‘Chim’ Seymour (geboren als David Szymin in Warschau). Cartier-Bresson heeft tijdens de oorlog in een krijgsgevangenenkamp gezeten, ontsnapte en sloot zich aan bij het verzet. Seymour is als fotograaf verbonden aan het Amerikaanse leger.

Tijdens een feest in het huis van de hoofdredacteur van Vogue maken de mannen plannen voor na de oorlog. Capa sprak met zijn vrienden al tijdens de Spaanse Burgeroorlog over het opzetten van een ‘broederschap’. Nu de grote wereldbrand bijna voorbij is, moet het daar eindelijk van gaan komen, vindt hij.

Het duurt echter nog tot 1947 voordat het agentschap wordt opgezet. Op welke datum dat gebeurt is onbekend. Tijdens een lunch in het restaurant van het Museum of Modern Art in New York ergens in de maand april, vorige maand zestig jaar geleden, richt Robert Capa het coöperatieve fotoagentschap Magnum op. Aan tafel zitten verder Life-fotograaf Bill Vandivert en zijn vrouw. Wie de naam verzint is onbekend, maar aangezien champagne de favoriete drank is van Capa en zijn vrienden, is Magnum geen verrassing.

woedend telegram

Opvallend genoeg zijn de drie mannen die naast Capa bekend zijn geworden als de oprichters van het agentschap – Rodger, Seymour en Cartier-Bresson – niet bij de vergadering aanwezig. Ze bevinden zich in Europa en Azië. Als ze een brief van Capa ontvangen met daarin het heugelijke nieuws en het verzoek om een financiële bijdrage, zijn ze gezien diens twijfelachtige reputatie op het gebied van geldelijke zaken niet onmiddellijk enthousiast. „Is het wel slim”, schrijft Rodger aan Capa, „om een directie te hebben die zich verspreidt over alle uithoeken van de wereld?” Chim Seymour antwoordt zelfs helemaal niet en is van plan uit Europa, zijn door Capa beoogde werkplek, terug te keren naar Amerika. Het komt hem op een woedend telegram te staan. „JE BENT VICE-PRESIDENT VAN MAGNUM PHOTOS INCORPORATED STOP ALLES IS AL GEREGELD STOP ALS JE NU TERUGKOMT BRENG JE HET HELE AGENTSCHAP IN GEVAAR STOP HET IS ABSOLUUT ESSENTIEEL DAT JE IN EUROPA BLIJFT.”

Seymour laat zich vermurwen door Capa, net als de Rodger en Cartier-Bresson. Capa lijkt oprecht van plan van Magnum een zakelijk succes te maken. Cartier-Bresson bindt hij op het hart niet te kunstzinnig te fotograferen, omdat dat niet genoeg geld oplevert. „Pas op voor het label ‘surrealistische fotograaf’ ”, herinnert Cartier-Bresson zich in later jaren de raad van Capa. „Wees een fotojournalist. Als je dat niet doet, zal je maniertjes krijgen.”

Alle goede bedoelingen ten spijt, blijken de bedenkingen van het drietal tegen de structuur van Magnum al snel terecht. Capa gebruikt de kas in het kantoor in Parijs als een bank van lening om zijn hobby’s te bekostigen. Verder valt het niet mee Magnum te besturen, omdat de vier leden, Vandivert is inmiddels opgestapt, zich zelden op hetzelfde continent bevinden. Wonder boven wonder gaat het collectief echter telkens nét niet kopje onder, mede dankzij de instroom van nieuwe leden die voor extra geld in het laatje zorgen.

In het eerste decennium na de oprichting blijkt dat fotojournalistiek ook na de Tweede Wereldoorlog een gevaarlijk vak is. Een aantal Magnum-fotografen komt tijdens hun werk om het leven, waaronder Capa in Vietnam in 1954 en Seymour in Egypte in 1956. Het heeft de beste fotografen van de wereld er niet van weerhouden lid te willen worden van het roemruchte fotoagentschap. Allemaal hebben ze het doel voor ogen zoals John Morris, fotoredacteur van de Ladies’ Home Journal, de eerste grote opdrachtgever van Magnum, het in 1947 omschreef: „Hun doel, gezamenlijk zo ervaren in een wereld die gek is geworden, is om levend terug te komen met foto’s die op geloofwaardige wijze verslag doen van het ongelooflijke dagelijks leven van de mensheid.”

Bekijk foto’s van alle Magnum-fotografen op www.magnumphotos.com