Europa, steun het andere Rusland

Europa moet minder opportunistisch denken en doortastender optreden tegen Rusland.

André Glucksmann

Frans filosoof. Actief in de protestbeweging van de jaren zestig, later criticus van de communistische regimes van Oost-Europa. Zijn recentste boek is ‘Une rage d’enfant’.

De nieuwe dissidente stemmen die de laatste tijd in Moskou te horen zijn geweest, hebben nauwelijks indruk gemaakt op de morele en politieke leiders in het Westen. Parijs, Rome, Londen en Berlijn wendden zich af en trokken hun eigen conclusie: Poetin, zijn olie en gas, zijn vernietigingswapens en de wapens die hij aan de hele wereld verkoopt, wegen zwaarder dan een paar duizend demonstranten die door een tienvoudige overmacht aan veiligheidstroepen worden neergeknuppeld, uiteengejaagd en gearresteerd. Schröder strijkt zijn Gazprom-dividenden op, Jacques Chirac gaat met pensioen zonder de geringste wroeging over het grootkruis van het legioen van eer dat hij Poetin op de borst heeft gespeld. En Romano Prodi lijkt Poetin te verwarren met Poesjkin.

Anna Politkovskaja is vermoord en al vergeten, net als tientallen andere journalisten die het slachtoffer zijn geworden van dodelijke ‘contracten’. Journalisten die onderzochten wat er stak achter het gebouw dat in Moskou was opgeblazen, werden uit de weg geruimd. Driehonderd mensen zijn bij die explosie om het leven gekomen, en ze werd gebruikt om de oorlog in Tsjetsjenië te rechtvaardigen. En Litvinenko werd vergiftigd met polonium.

Chodorkovski en Trepasjkin zitten opgesloten diep in Siberië. Een op de vier à vijf Tsjetsjenen is om het leven gekomen. Garri Kasparov en zijn vrienden worden bedreigd en worden ervan weerhouden te demonstreren met een roos in de ene hand en de Russische grondwet in de andere. Hoeveel hoofden moeten er nog rollen, hoeveel levens moeten er nog worden gebroken voordat de Europeanen – die voorvechters van de mensenrechten – reageren?

„Voor Europeanen betekent een demonstratie van vijfduizend man niet zo veel. Maar in een land waar deelname aan een demonstratie ernstige gevolgen kan hebben, zijn duizend mensen al een hele prestatie’’, verklaart de voormalige schaker. Beste lezers, let op het eufemisme: die moedige demonstranten wonen in een land waar „een kogel door het hoofd nog altijd de eenvoudigste, vanzelfsprekendste manier is om een conflict te beslechten’’ (zoals Anna Politkovskaja met vooruitziende blik schreef in 2003).

Denk niet dat dit alleen maar een kwestie is van idealisme, ethiek en waarden, van wereldvreemdheid tegen de werkelijkheid, van de ethiek van een overtuiging tegen die van verantwoordelijkheid.

Sinds wanneer is het ‘realistisch’ en ‘verantwoordelijk’ om voor de poorten van de Europese Unie opnieuw een autocratische macht te laten opkomen die heerst over een zesde deel van het aardoppervlak – een macht waarover niemand iets te zeggen heeft dan de meester in het Kremlin, zijn geheime dienst, zijn politie en zijn leger? Zijn wij vergeten dat Rusland het op een na grootste kernwapenarsenaal ter wereld heeft, en onbegrensde mogelijkheden om ons te chanteren met olie en gas?

Als censuur, corruptie, slaag, bedreigingen en moord iedere vorm van kritiek verhinderen en de oppositie het zwijgen opleggen, blijft er in Rusland niemand over om op te komen voor democratie, rede, verantwoordelijkheid, bedachtzaamheid en menselijk respect.

Hebben jullie dan niets geleerd, grote mannen en vrouwen van Europa? Denken jullie dat het verstandig is om toe te kijken terwijl alle interne oppositiekrachten worden vernietigd – de enige krachten die een mogendheid die in haar eentje in staat lijkt om met opzet of per ongeluk de wereld te vernietigen, nog zouden kunnen stuiten?

Misschien is het goed om te herinneren aan de historische toespraak van Vladimir Poetin in april 2005 in de Doema, waarin hij de ondergang van de Sovjet-Unie „de grootste geopolitieke catastrofe van de eeuw’’ heeft genoemd. In de ogen van onze grote man telt noch Auschwitz noch Hiroshima, tellen noch de twee wereldoorlogen noch de miljoenen die in de Goelag zijn gestorven mee voor de titel van vreselijkste gebeurtenis van de twintigste eeuw.

De vernietiging van Grozny, de slachting van honderdduizenden Tsjetsjeense burgers en de vernietiging van de schamele vrijheid van meningsuiting in Rusland tonen hoe geobsedeerd en benauwd het Kremlin is voor iedere vorm van tegenspraak.

Het wordt tijd dat de Europese Unie zich herinnert dat de passie voor de vrijheid sedert de Griekse Oudheid de oorsprong en de kern vormt van de geest van de Europa. Zij vormde de bezieling achter de antitotalitaire opstand in Berlijn (1953), het ontwaken van Polen (1956), de opstanden in Boedapest (1956) en het vervolg in Praag en Warschau, en ten slotte de val van de Berlijnse Muur. En wat daaruit voortvloeide: van de studentenrevoltes tegen Milosevic in Belgrado tot de Rozenrevolutie in Tbilisi en de Oranjedecember in Kiëv.

Dát is de geest waarin Europa moet handelen.