Een spoor van geweld in Zimbabwe

Na de oppositieleiders, worden nu honderden minder bekende activisten opgepakt en afgeranseld in Zimbabwe. Ze voelen zich in de steek gelaten door hun aanvoerders.

Zimbabweaanse oproerpolitie blokkeren in februari de weg bij een bijeenkomst van de oppositiepartij MDC in Highfield, een buitenwijk van Harare. Tientallen aanwezigen werden gearresteerd. Foto AP Zimbabwean Riot Police block the road to the venue of the Movement For Democratic Change Supporters launch of their Presidential campign in Highfield, Harare, Zimbabwe Sunday, Feb. 18, 2007. The Zimbabwe High Court said on Saturday President Robert Mugabe's government should let the Movement for Democratic Change (MDC) hold the rally, after police insisted they had been given too little notice to find enough manpower for the event. Despite that Police armed with batons, guns and teargas and some in armoured trucks descending on the Zimbabwe Grounds in the volatile township on Sunday morning, arresting dozens of people who had begun to gather.(AP Photo/Tsvangirayi Mukwazhi) Associated Press

HARARE, 12 MEI. - Het wijkhoofd van Highfield is niet thuis. Al meer dan een week niet meer. Sinds de geheime dienst hem van straat plukte hier in een van de arme buitenwijken van de Zimbabweaanse hoofdstad heeft zijn moeder hem niet meer gezien. Ze wil liever dat we weggaan, fluistert ze door de deuropening. Aan het eind van de straat is een agent van de geheime dienst gestationeerd die haar huis nu 24 uur per dag in de gaten houdt.

Bovendien, het is al laat en het zal niet lang meer duren voor de soldaten en de oproerpolitie weer beginnen met hun nachtelijke patrouilles door Highfield. Wie die avondklok negeert, riskeert een afranseling. Maar het wijkhoofd – om veiligheidsredenen wil hij zijn naam niet noemen – is niet de enige die hier de afgelopen weken is verdwenen. Highfield is de wijk die bekend staat als broedplaats van de oppositie. Het is ook de wijk waar de gebedsbijeenkomst werd gehouden op 11 maart die hard uiteen geslagen werd door de oproerpolitie. Oppositieleider Morgan Tsvangirai hield er een hoofd vol blauwe plekken aan over.

De internationale aandacht die de oppositieleider toen kreeg, is niet weggelegd voor de honderden minder bekende activisten die sindsdien uit hun huizen zijn gehaald tijdens nachtelijke ontvoeringen, of in elkaar zijn geslagen in het volle daglicht. Drie huizen verderop woont Oscar, een 26-jarige buschauffeur die een paar weken geleden uit zijn bus werd gesleurd door de oproerpolitie. Hij en zijn veertien passagiers werden op de grond gesmeten, het gezicht naar beneden. „De aframmeling duurde zo’n dertig minuten. Met gummiknuppels. Toen mochten we weer gaan. Ze zeiden niet waarom”, slist Oscar, die geen lid is van de oppositie.

Highfield is na zonsondergang in duister gehuld. Elektriciteit bereikt de wijk sinds kort niet meer dan een uur per dag, meestal in de middag als niemand stroom nodig heeft. Het water dreigt spoedig ook te worden afgesloten. En het vuil is hier al maanden niet opgehaald.

„Maar waag het niet daar over te klagen”, zegt Keith, lid van de bewonersvereniging van Harare. „Dan ben je niet vaderlandslievend.” Ook Keith kreeg klappen. De politie trok hem uit zijn winkel, en sloeg hem voor het oog van zijn klanten bewusteloos. De agenten knepen zijn keel dicht. Zijn stem piept nog steeds.

De strategie van de regering van president Mugabe is duidelijk. Het spoor van politiegeweld leidt nu van de leiders naar het middenveld van de oppositiepartij en aanverwante actiegroepen. Dit zijn de mannen en vrouwen die de hand- en spandiensten verlenen voor de partij. Het zijn de jongens in de buurthuizen, de posterplakkers, de stenengooiers, de studentenleiders. Zij vormen de motor van de partij die de regering tot stilstand hoopt te brengen voor de presidentsverkiezingen in 2008.

Zelfs de advocaten van de partij zijn doelwit geworden. Vorige week arresteerde de politie twee advocaten die een aantal oppositieaanhangers verdedigen die worden beschuldigd van het gooien van benzinebommen. Toen zo’n vijftig collega’s dinsdag tegen die arrestaties wilden protesteren op de trappen van de rechtbank in Harare, kregen ook zij klappen. „We waren alweer op weg terug naar onze kantoren, toen de politie ons in de rug aanviel”, vertelt Irene Petris, mensenrechtenadvocaat. Zij kreeg klappen op de rug en schouders. Vier anderen werden weggevoerd op een vrachtwagen. Op een veldje werden ze gedwongen op de grond te gaan liggen. Daar kregen ze dezelfde behandeling als hun cliënten.

Advocaten waren nooit eerder doelwit in de afgelopen zeven jaar. Dat is het angstaanjagende van de gebeurtenissen van de afgelopen weken, zegt advocaat Petris. „Het kan ze niet meer schelen. Het geweld wordt niet meer verborgen gehouden voor het grote publiek. En door ook ons te slaan, geeft de regering openlijk toe dat dit geen rechtsstaat meer is maar een volwassen politiestaat.”

Ook de rechters die eerder verzet boden tegen onwettige arrestaties, landinvasies of sluitingen van onafhankelijke kranten, hebben het opgegeven. „De rechters gaan niet meer op hun strepen staan. Een jaar geleden werden politiecommissarissen gedaagd als ze geen gehoor gaven aan rechterlijke bevelen. Dat gebeurt nu ook niet meer.”

Zimbabwe werkt, voor de machthebbers. De regering heeft het overheidsapparaat naar haar hand gezet. De tekorten, de werkloosheid en de hyperinflatie (2.200 procent) drijven opgeleide Zimbabweanen in ballingschap. Naar schatting meer dan drie miljoen wonen er in Zuid-Afrika en Groot-Brittannië. Dat zijn de potentiële oppositieaanhangers. Al wat rest zijn hongerige plattelandbewoners die tijdens verkiezingen makkelijk kunnen worden gekocht met een zak maïs. En afgeranselde oproerkraaiers, die twijfelen over het einddoel van hun strijd.

„Wat is nu onze strategie”, vraagt het wijkhoofd van Highfield. Hij blijkt ondergedoken in een randgemeente, een half uur rijden van de hoofdstad. De politie heeft hem dagen vastgehouden op het bureau, nadat hij vorige week in Highfield werd opgepakt. Tijdens het verhoor braken de agenten zijn arm. Nadat hij werd vrijgelaten is hij ondergedoken.

„Waarom hoor je onze leiders hier niet over?”, vraagt hij, terwijl hij röntgenfoto’s laat zien van zijn gebroken arm. „De afspraak was dat 2007 het jaar zou zijn waarbij de leiders voorop zouden lopen, en wij er achteraan. Maar sinds Tsvangirai op 11 maart in elkaar werd geslagen, lopen wij weer voorop. Wij krijgen de klappen, en de leiders zijn nergens te bekennen.” In een interview met deze krant zei Tsvangirai woensdag voorlopig geen demonstraties te willen organiseren en te wachten op hulp van de internationale diplomatie. Maar het wijkhoofd wil daar niet op wachten. „Ik wil weten dat er licht is aan het eind van de tunnel. Ik wil weten dat ik deze arm niet voor niets gebroken heb.”