Een keten van herinneringsplekken

De plannen voor een Nationaal Historisch Museum stuiten op weerstand. „Een Limburger herkent niets in een Nationaal Museum in Den Haag.” Zou een virtueel museum niet beter zijn?

In een zaaltje van een voormalige middeleeuws Augustijnerklooster staat een rijtje blankhouten stoelen. De tekst op de eerste stoel memoreert dat hier in 1572 de eerste Statenvergadering plaats had. „De Opstand, die tot dan toe nogal chaotisch verliep, werd bij die gelegenheid geïnstitutionaliseerd”, vertelt Charles Jeurgens, hoofd van het stadsarchief in Dordrecht: „Er kwam ook geld, afkomstig uit de verkoop van het zilver uit katholieke kerken.”

De zaal bij het Hof in Dordrecht is een sleutelplek in de vaderlandse geschiedenis. Jeurgens wijst op het witte pleisterwerk en de grote natuurstenen tegels op de vloer: „Dit is in de jaren zeventig gerestaureerd. Zo voel je als bezoeker de geschiedenis niet.” Dordrecht wil de komende jaren zijn historische plekken restaureren en veranderen in echte ‘lieux de mémoires’, die wel een beleving van de geschiedenis overbrengen. De kloostertuin wordt gerestaureerd, net als een reusachtig pand van een wijnhandelaar met een uniek leemstuc-plafond uit 1572.

Utrecht doet iets vergelijkbaars door het Domplein open te maken en zicht te bieden op resten die tot 2000 jaar oud zijn. Groningen is bezig met Forum, een multimediaal (bouw)project in de historische binnenstad. „De huidige museale aanpak dateert uit de negentiende eeuw en voldoet niet meer”, zegt Kees van Twist van het Groninger Museum. „De geschiedenis moet voelbaar worden gemaakt.”

Bij de steden en musea die al bezig zijn met het laten herleven van de geschiedenis stuiten de plannen voor het Nationaal Historisch Museum (NHM) op een groeiende weerstand. De brieven die Utrecht, Almere en Nijmegen afgelopen week stuurden naar minister Plasterk (Cultuur) zijn samen te vatten als: wij willen dat museum ook wel. In de gisteren verstuurde brief van de Nederlandse Museum Vereniging plaatst de museumwereld kanttekeningen bij de manier waarop Plasterk het geschiedenismuseum wil vormgegeven.

Het NHM is bedoeld om Nederlanders meer historisch besef bij te brengen, en dan met name de zestig procent van de bevolking die nooit een museum bezoekt. Plasterk bezocht deze week de drie kandidaat-steden – Amsterdam, Arnhem en Den Haag – en hakt in juni de knoop door over de vestigingsplaats.

Het idee van één museum op één plek valt niet goed bij verschillende steden en musea. „Typerend voor Nederland is juist dat de wording van staat, natie en religie op verschillende plekken heeft plaats gehad”, zegt Jeurgens in Dordrecht. Zijn stad huisvestte bijvoorbeeld in 1618-19 de Dordtse synode, waar het calvinisme werd gefundeerd. Jeurgens: „En Limburg heeft zo’n eigen geschiedenis, dat een Limburger niet veel herkent in een algemeen museum in bijvoorbeeld Den Haag.”

Bouw daarom liever herinneringsplekken in steden, klinkt het in Utrecht, Groningen en Dordrecht. Zo leiden in 2013 ondergrondse routes bezoekers van het Utrechtse Domplein langs het Romeinse castellum, de kapel van Willibrord en de fundamenten van het ooit ingestorte schip van de Domkerk. Vanaf zo’n plek kan de bezoeker vervolgens virtueel contact leggen met andere ‘lieux de mémoires’ in Nederland. „Zo’n netwerk vormt dan het nationaal museum en is heel toegankelijk”, zegt Jeurgens. Utrecht presenteerde gisteren een plan om het NHM te vestigen op het Domplein. Theo van Wijk van Domplein 2013 licht toe: „Dat museum moet een verbinding krijgen met andere herinneringsplekken in Nederland.”

Deze aanpak sluit aan bij het advies van de Raad van Cultuur, die twee maanden terug pleitte voor een „nationaal-historisch museum in de vorm van een virtueel ‘entreegebouw’.” En ook bij de opvatting van Jan Blokker, die gisteren schreef: „Decentraliseer de boel. Reconstrueer prehistorisch Nederland in een park bij Havelte (hunebed!), vat de Tachtigjarige Oorlog samen in Den Briel, [...]En doe het zoals de Amerikanen doen. Laat figuranten in berenvellen in de buurt van Havelte zeven dagen per week hun doden begraven.”

De steden in Nederland willen de geschiedenis laten herleven door het verleden te gebruiken in debatten over actuele kwesties. Utrecht komt met de programma’s Oorlog en Vrede, het festival de Kunst van Verzoening en mogelijk een debatcentrum op het Domplein. Dordrecht geeft niet alleen historische panden hun authenticiteit terug, maar vestigt in het Hofkwartier ook een organisatie die debatten en tentoonstellingen organiseert.

Jeurgens: „Neem de kwestie van het dubbele paspoort. In de negentiende eeuw had je een vergelijkbaar debat over de katholieken en hun vermeende trouw aan Rome”, zegt Jeurgens. Een voorbeeld is een spotprent uit 1568, waarop priesters staan afgebeeld als vossen en de sleutel van Petrus is voorzien van een geldzak: „Door die prent naast de Deense cartoons te leggen confronteer je het heden met het verleden en maak je de geschiedenis levend.”