De burgemeester zoekt een woning

Veel gemeenten hebben de afgelopen decennia hun ambtswoning voor de burgemeester verkocht. Nu zeggen burgemeesters dat ze moeilijk een huis kunnen vinden.

Sander Schelberg (42) groeide als kind op in „de mooiste ambtswoning van Nederland”, op ’t Stift in Weerselo. Zijn vader was er burgemeester. Nu woont Schelberg zelf met zijn gezin in een ambtswoning in de gemeente Teylingen (ontstaan uit Sassenheim, Voorhout en Warmond, samen 34.862 inwoners). Het bakstenen huis met tuin staat op „het mooiste plekje van Voorhout”, zegt Schelberg; in het centrum, naast het oude huis van Herman Boerhaave. Het is nieuw gebouwd in 1999, maar heeft de indeling van een traditionele ambtswoning. Schelberg heeft een ruime werkkamer waar hij mensen kan ontvangen "zonder zijn gezinsleven te verstoren". In zijn vorige gemeente, Schermer, heeft hij vier jaar - "ik zou bijna zeggen: uit armoede" - een woning gehuurd. (foto: Dirk-Jan Visser / Voorhout: 11-05-2007): burgemeester van Voorhout Sander Schelberg voor zijn ambtswoning Visser, Dirk-Jan

Vlieland heeft er een. Terschelling ook, en Nieuwkoop, Blaricum en Wassenaar hebben er ook nog een. Een ambtswoning, meestal een statig pand, vrijstaand, met een ruime tuin. Iedereen in de gemeente weet: daar woont de burgemeester.

Hoeveel er nog zijn, is niet bekend. Duidelijk is wel dat veel gemeenten de afgelopen decennia hun ambtswoning hebben verkocht. De woningen werden als ouderwets gezien. Een gezinswoning was niet altijd geschikt voor de volgende, wellicht oudere, burgemeester. Door gemeentelijke herindelingen waren er minder nodig. Bovendien leverde het gemeenten – direct – geld op.

Sommige burgemeesters wilden zelf ook geen ambtswoning meer. Met een eigen woning konden ze vermogen opbouwen. Burgemeesters huren hun ambtswoning, voor de in de Gemeentewet vastgelegde bijdrage van twaalf procent van hun salaris. Bij hun vertrek houden ze er niets aan over, maar ze zijn wel verantwoordelijk voor het interne onderhoud – ook dat staat in de wet.

Maar sommige burgemeesters kunnen moeilijk een geschikte woning vinden, zegt directeur Ruud van Bennekom van het Genootschap van Burgemeesters. Dat probleem speelt vooral in kleine, groene plaatsen in de buurt van grote steden. Het salaris van de burgemeester hangt af van het aantal inwoners. Maar juist in sommige kleine gemeenten zijn de huizenprijzen hoog. Betaalbare gezinswoningen zijn er nauwelijks te huur.

Het genootschap wil nu onderzoeken of meer gemeenten hun burgemeesters een ambtswoning zouden moeten aanbieden. Sinds 2002 zijn burgemeesters wettelijk verplicht binnen een jaar naar hun gemeente te verhuizen.

De gemeenteraad kan uitzonderingen maken op de verhuisplicht. De Naardense burgemeester Peter Rehwinkel (PvdA) mocht van zijn gemeenteraad in Amsterdam blijven wonen. Naarden gaat in 2010 hoogstwaarschijnlijk fuseren met andere gemeenten. Het is dus niet duidelijk of Rehwinkel burgemeester blijft. Om die reden vond de raad de eis niet gerechtvaardigd dat Rehwinkel zich in Naarden vestigt. Hij had dat overigens wel gewild, in een ambtswoning.

De nieuwe generatie burgemeesters verandert sneller van gemeente, soms al na een termijn van vier jaar. Burgemeester Sander Schelberg (42, VVD) zegt: „Voor mijn generatie burgemeesters is jobhoppen gewoon geworden.”

Enkele commissarissen van de koningin, zoals Jan Franssen van Zuid-Holland, moedigen dit gedrag aan. Burgemeesters zouden er ‘fris’ van blijven. Daar staat tegenover dat het voor een paar jaar niet altijd loont een huis te zoeken en in te richten. Franssen stimuleert daarom dat gemeenten weer ambtswoningen kopen of huren.

Sander Schelberg is burgemeester in Teylingen, dat is ontstaan door een fusie van de Zuid-Hollandse gemeenten Sassenheim, Voorhout en Warmond. Hij verdient 5.500 euro bruto, is kostwinner en heeft drie kinderen. „Ik kan zo’n 350.000 euro lenen, maar daar koop je hier in de regio geen gezinswoning voor op een Vinex-locatie.” Schelberg zegt dat hij niet voor Teylingen heeft gekozen omdat er een ambtswoning was. „Maar ik zou wel twee keer hebben nagedacht als die er niet was geweest.”

Burgemeester Rik Buddenberg van Pijnacker-Nootdorp – ook een ambtswoning – woonde in een eerdere gemeente in een eenvoudige rijtjeswoning. „Ik had drie jonge kinderen en was niet zo bemiddeld.” Hij kreeg er wel eens opmerkingen over. Mensen vonden het gek dat de burgemeester in zo’n gewoon huis woonde. Nu, in Pijnacker-Nootdorp (37.692 inwoners), woont hij „zoals mensen verwachten dat een burgemeester woont”: in een klassieke burgemeestersvilla uit 1936, gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School. Hij wist het niet toen hij solliciteerde, zegt hij, maar hij zag het in het informatiepakket dat hij toegezonden kreeg. Hij was er blij mee. „Ik heb nog nooit zo mooi gewoond en ik zal nooit meer zo mooi wonen.”

Ronald van Raak, Tweede Kamerlid voor de SP, vindt dat burgemeesters geen speciale behandeling hoeven te krijgen. „Dit is geen probleem van burgemeesters, maar een probleem van iedereen die een huis zoekt. Leraren hebben dit probleem toch ook? Ik zie niet waarom burgemeesters daarbij moeten worden geholpen en docenten niet.”

Bovendien, vindt Van Raak, moet een burgemeester het van zijn gezag hebben, „niet van de status van een huis.” Dat is een vraag die we willen beantwoorden, zegt Ruud van Bennekom namens het Genootschap van Burgemeesters. „Hoe belangrijk is een ‘passende’ woning voor de status van het ambt?”

Burgemeester Schelberg dacht er in zijn vorige gemeente over een stuk grond te kopen voor een huis „Daarvoor zou ik een voorkeursbehandeling moeten krijgen, anders was ik een van de honderden gegadigden. Ik wilde natuurlijk een marktconforme prijs betalen, maar ík ben verplicht in de gemeente te wonen.” Toen er discussie over de kavel dreigde te ontstaan, verwierp Schelberg de gedachte direct. „Ik dacht: laat maar, blijkbaar ligt dit ontzettend gevoelig.”