De broek van 65 miljoen

Op een dag mist een rechter zijn favoriete krijtstreep. Er breekt iets.

De stomerij van de Chungs Foto Margriet Oostveen Oostveen, Margriet

Let nu even niet op de rommel in de goten. Niet op de rij in de drankhandel en niet op de dikke kinderen en de slinger van take-outs en fastfoodrestaurants tussen de huizen. Zolang niemand wordt doodgeschoten, zolang niemand al te ziek wordt zonder verzekering en een tweekamerappartement betaalbaar blijft, moet je de moed erin houden. Op een dag is er ruimte om te leren. Tijd om voor je kinderen te koken. De bomen zijn toch ook weer groen? Na een koppige winter schijnt de zon toch? Alles wordt beter.

Dus de Chungs werkten en werkten en werkten.

In stomerij Custom Dry Cleaners zoeken ze beschutting tussen lange rails met overhemden. De rampzalige broek van 65 miljoen dollar ligt in de kluis van hun advocaat. Ki, Jin en Soo Chung spreken geen Engels.

Hun stomerij ligt aan Bladensburg Road in Northeast, waar de mensen ploeterend en wel op de rand van middenklasse balanceren. Ze zijn hier zwart, Latino of Aziatisch.

Op een dag komt Roy Pearson langs met twee kostuums. Hij woont in Fort Lincoln, een paar blokken de goede kant op. Daar kopen de mensen die vaste grond hebben bereikt hun eerste huis. Roy Pearson zou de hoop van Northeast kunnen belichamen, als hij niet op het punt stond de toekomst van anderen te verwoesten. Roy Pearson is advocaat en nota bene rechter, bij de bestuursrechtbank van Washington.

Als Pearson binnenkomt, is hij net tot magistraat beëdigd. Nu zal hij voortaan iedere dag een pak dragen. De twee kostuums moeten wat worden uitgelegd.

Een week later is er een broek van hem zoek. Die met het fijne roodblauwe streepje, zegt Pearson. De rechter schrijft de stomerij een brief. Hij wil een nieuw kostuum. Maar de Chungs betalen niet. Ze hebben de broek juist teruggevonden, menen ze, met het bonnetje er nog aan.

Maar dat is een grijze broek!

Iets moet er zijn gebroken in de man die eindelijk rechter werd en toen geen broek met een rood-blauw streepje aan kon trekken.

Officieel heet het dat hij ze beschuldigt van het overtreden van de Wet ter bescherming van consumenten. In Washington kost het overtreden van die wet 1.500 dollar per overtreding per dag. Pearson telde twaalf overtredingen.

Een hoofdrol is weggelegd voor de bordjes ‘Satisfaction Garanteed’ en ‘Same Day Service’, die de Chungs hadden opgehangen. Ze zijn nu weggehaald. Ik ben allesbehalve tevreden, redeneert Pearson. En mijn broek is al twee jaar lang niet op dezelfde dag klaar – overtreding van de wet! Dat is 1.500 dollar maal 12 overtredingen maal 2 keer 365 dagen maal 3 personen: Kin, Ji en Soo. Zitten we op een kleine 40 miljoen dollar.

Nu de Chungs al tienduizenden dollars aan advocaten kwijt zijn, hebben ze, aan de rand van het faillissement, een schikking geboden van 12 duizend dollar: ruimschoots te weinig. Pearson heeft zijn claim via de kleinste lettertjes van de wet nog verder opgejaagd, tot het duizelingwekkend totaal van 65,462 miljoen dollar, en vijftig cent.

Ik bel Roy Pearson thuis op. Waar is het verband tussen drie buffelende Koreanen, de man die het tot rechter schopte en zijn broek? Hoeveel tegenslag doorstond Pearson eigenlijk zelf voordat hij tot rechter werd beëdigd? Waren de Chungs net dat ene obstakel te veel?

De rechter klinkt niet als een gek. Hij luistert rustig, humt hier en daar wat en zegt vriendelijk dat hij als zijn eigen advocaat niets mag zeggen totdat de zaak deze zomer voorkomt. Wel e-mailt hij graag alle stukken.

Ik blijf hem terugschrijven: hoe moeilijk was het voor u om rechter te worden? Dit in alle toonaarden, en geen woord over de broek.

Plotseling antwoordt hij: „Uw vragen lijken me niet te dwingen enige ethische grenzen te overschrijden.”

Volgt zijn jeugd in twaalf regels. Dat hij de op een na oudste is van vijf kinderen, opgevoed door een gescheiden moeder met tal van banen tegelijk, om haar kinderen uit de hel van de Amerikaanse sociale woningen te houden. Een invalide vader die niks deed, alleen zei: zet door, jij. Dat hij zelf de eerste thuis was die studeerde – en de tweede van al zijn ooms, tantes, neven, nichten. „Onnodig te zeggen dat er geen advocaten in mijn familie waren en dat ik vorderde dankzij een veelvoud van banen en het winnen van beurzen.”

Hier zwijgt de rechter weer even abrupt als hij was begonnen.

De dag daarna. Nieuwe bestuursrechters worden in Washington voor een proeftijd van twee jaar benoemd. Toevallig liep die termijn van Pearson net deze week af. „Die vent van de stomerij?”, zegt de informatiedame van de rechtbank. „Die hoort niet meer bij ons.” Roy Pearson verloor zijn broek, en nu zijn baan.