David helpt Goliath 2

In het artikel `David helpt Goliath` van Ralf Bodelier en Mirjam Vossen (5 mei) wordt beweerd dat er geen onderzoek is dat aantoont dat er geen effectiviteit van de amateurs is en dat er geen bewijs is dat zij meer bereiken dan de groten. Dit is niet juist. In 2005 heb ik hier uitvoerig onderzoek naar verricht ten behoeve van mijn afstudeerscriptie voor de studie culturele antropologie aan de Vrije Universiteit.

Als oprichtster van een reisorganisatie met aandacht voor duurzaam toerisme, Atuu Travel, ben ik geïnteresseerd in de gevolgen van toerisme op de plaatselijke gemeenschappen. Ik heb in Gambia en Senegal met vele mensen gesproken over de kleinschalige projecten opgezet door toeristen. Tot mijn teleurstelling moest ik concluderen dat de projecten vooral resulteren in vergroting van afhankelijkheid en passiviteit. De Gambianen en Senegalezen wachten gewoon rustig af tot er weer een toerist komt die hen gaat helpen. Dat zeggen ze ook letterlijk! ”We just wait, someone will help us.”

Het kan niet ontkend worden dat een waterput of rijstmolen het leven comfortabeler maakt. Maar het zijn geïsoleerde projecten die verder geen vooruitgang brengen. Toen ik vroeg wat ze deden met de tijd die ze nu vanwege de rijstmolen niet aan het rijst stampen hoefden te besteden, was het antwoord: ”We rest.”

De hulpverleners bieden datgene waar de man of vrouw die ze op dat moment toevallig spreken om vraagt, met een grote voorkeur voor zichtbare projecten zoals een schooltje. Maar er wordt niet onderzocht of daar wel de meeste behoefte aan is en wat de verdere gevolgen daarvan kunnen zijn. Van duurzaamheid is nauwelijks sprake.